Achtergrond van het materialendecreet

Een klein beetje achtergrond

Het Materialendecreet en het VLAREMA leggen een basis voor het beter sluiten van de materialenkringlopen in Vlaanderen. Bovendien maken ze een groen aankoopbeleid door de overheid mogelijk en zetten ze het licht op groen voor Plan C, een samenwerkingsverband tussen bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheidsinstanties. Het decreet sluit verder de deur voor uitvoer van ongesorteerd afval naar het buitenland, dat een nefaste invloed kan hebben op de eigen Vlaamse verwerkingsindustrie.  Meer info hierover vindt u in de notapdf bestand"Implementatie zelfvoorzieningsprincipe in Vlaanderen" (113 kB).

Blik op de materiaalketen

Vlaanderen legde een lange weg af. Van illegale stortplaatsen en het beheersen van directe en indirecte hinder van gecontroleerde verwijdering, naar meer verantwoord ondernemen en consumeren. De centrale vraag is nu hoe we materialen, alle grondstoffen en daarvan afgeleide producten, zo efficiënt en effectief mogelijk produceren, gebruiken of verbruiken.

Een omvattend materialenbeleid is te verkiezen boven een gecomparimenteerd beleid gericht op de effecten tijdens één bepaalde levensfase van een materiaal. Bovendien sluit het nieuwe materialendecreet aan bij een toekomstvisie over de totstandkoming van een groene kringloopeconomie waarin innovatie en duurzaamheid de boventoon voeren. Behalve dwingende voorschriften en, bijvoorbeeld, milieuheffingen die het verbranden en storten van afval beperken, verankert het Materialendecreet een milieubewust en ondernemend beleid.

De kringloop definiëren

Het Materialendecreet richt zich op het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. In vergelijking met de Europese kaderrichtlijn markeren enkele termen een verbreding en verdieping van de thematiek. Zo is er een definitie voor 'materiaal'. Alle afvalstoffen zijn materialen, maar niet alle materialen zijn afvalstoffen.

Ook 'materiaalkringloop' is een sleutelbegrip voor een goede afbakening van het materialenbeleid. Het slaat op het geheel van opeenvolgende handelingen doorheen de hele levenscyclus, vanaf het onttrekken van materialen aan de natuur tot en met het moment dat ze al dan niet terugkeren naar de natuur in de vorm van afvalstoffen.

Vlaamse prioriteitenladder

Eén van de basisprincipes in het Materialendecreet is een duidelijke prioriteitsvolgorde voor de omgang met materialen, en niet alleen afvalstoffen. De prioriteiten komen overeen met de Europese kaderrichtlijn, maar gaan ook verder.

  • In de eerste plaats moet de preventie van afvalstoffen worden bevorderd en moeten we werk maken van duurzame productie- en consumptiepatronen.
  • De tweede trede stimuleert voorbereiding voor hergebruik. Denk aan kleine reparaties aan of het schoonmaken van herbruikbare goederen.
  • Ten derde recycleren we zoveel mogelijk afvalstoffen en sluiten we materiaalkringlopen.
  • In de vierde plaats worden andere vormen van nuttige toepassing van afvalstoffen aangemoedigd, zoals energieterugwinning en de inzet van materialen als energiebron.
  • Op de vijfde plaats komt de verwijdering van afvalstoffen, met storten als laatste optie.

Verbranding of storten buiten Vlaanderen is onderhevig aan het zelfvoorzieningsprincipe. Vlaanderen vermijdt dat afvalstoffen worden verbrand of gestort binnen of buiten Vlaanderen als door recyclage meer milieuwinst wordt gehaald. Vlaanderen zet volop in op selectieve inzameling en behoudt de sturing over de omvang van de verbrandingscapaciteit om ervoor te zorgen dat er geen over- of ondercapaciteit komt.

Einde afval, einde verhaal?

Het duurzaam materialenbeleid gaat ervan uit dat zoveel mogelijk materialen op een veilige manier voor mens en milieu, (her)ingezet worden in een kringloop. Om een goede afweging te maken of een materiaal afval is of de einde-afval fase heeft bereikt, zijn er een aantal acties die zowel op Europees als op Vlaams niveau worden genomen.

Europa heeft voor bepaalde materialen voorschriften en criteria uitgewerkt en opgelegd, die het Vlaams Gewest moet implementeren. Dit is momenteel reeds het geval voor metaalschroot (zie EU Verordening 333/2011/EG), glas (zie EU Verordening 1179/2012/EG) en koperschroot (zie EU Verordening 715/2013/EG). Er wordt nog gewerkt aan voorschriften en criteria voor andere materialen.

Daarnaast kan het Vlaams Gewest zelf specifieke criteria formuleren en daarmee de basis leggen voor einde afval of bijproducten. Dit is de zogenaamde 'stroom per stroom' benadering, waarbij lidstaten specifieke criteria opstellen, binnen de marges van de afvalstoffendefinitie en de basisvoorwaarden. Het kan ook zijn dat er geen specifieke criteria voorhanden zijn, maar dat er toch een vraag is over de afvalstoffenstatus. In dat geval geldt het beoordelingskader uit het Materialendecreet.

De Handleiding bij de afbakening van de afvalfase: materialen, afvalstoffen en grondstoffen in de kringloop helpt bij het maken van de beslissen of bepaalde materialen al dan niet grondstof of afval zijn.