Gemeentelijke Inventaris: veelgestelde vragen & tips

FAQ

  1. Wat te doen als een perceel onterecht als risicoperceel is opgenomen?
  2. Volstaat een vermelding in het oriënterend bodemonderzoek om een perceel te schrappen als risicoperceel?
  3. De deskundige heeft zijn gemotiveerde verklaring niet afgestemd met de gemeente.
  4. Hoe schrap ik een perceel als risicoperceel in het webloket?
  5. Wat als de gemeente een perceel schrapt als risicoperceel op basis van een gemotiveerde verklaring en deze laatste blijkt foutief te zijn?
  6. Hoe weet ik of er met het afgeleverde bodemattest kan worden overgedragen?
  7. Het afgeleverde bodemattest is niet 'blanco'?
  8. Bodemattest voor een deel van een perceel.
  9. Hoe weet ik of een bepaalde activiteit/rubriek als risico-inrichting wordt beschouwd?
  10. Hoe kan ik nagaan of een bepaalde activiteit als risicoactiviteit wordt beschouwd?
  11. Wat is de capakey notatie?

 

1. Wat te doen als een perceel onterecht als risicoperceel is opgenomen?
Bv. Wat te doen als een perceel samen met andere percelen is opgenomen in een vergunning waaraan VLAREBO-rubrieken (risico-activiteiten) zijn gekoppeld doch op het perceel zelf we(o)rden geen risico-activiteiten uitgeoefend?

Indien de betrokkene (eigenaar, exploitant, gebruiker, notaris, ...) van oordeel is dat een perceel onterecht als risicoperceel is opgenomen, dient hij een gedetailleerde motivatie samen met de nodige bewijzen, die het tegendeel aantonen, voor te leggen. Indien de gemeente hiermee akkoord is, kan het perceel worden geschrapt als risicoperceel. In complexe/niet-eenduidige situaties of indien de gemeente niet akkoord gaat met de aangeleverde bewijzen is het aangewezen een gemotiveerde verklaring te laten opstellen door een erkend bodemsaneringsdeskundige. Voor de opbouw en inhoud van de gemotiveerde verklaring verwijzen we naar onze code van goede praktijk voor de gemotiveerde verklaring die te vinden is op onze website. Belangrijk hierbij is dat de deskundige zijn bevindingen vooraf moet afstemmen met de gemeente. Indien de gemeente over tegenstrijdige informatie beschikt, kan immers niet zomaar worden overgedragen.

 

2. Volstaat een vermelding in het oriënterend bodemonderzoek om een perceel te schrappen als risicoperceel?

Als een grond geschrapt moet worden uit de gemeentelijke inventaris, moet hiervoor de correcte code van goede praktijk gevolgd worden. Die staat op onze website (http://www.ovam.be/datakwaliteit-gemeentelijke-inventaris ).
Het is niet voldoende dat er enkel verwezen wordt naar het oriënterend bodemonderzoek of dat in het oriënterend bodemonderzoek wordt vermeld dat er geen risicoactiviteiten worden of werden uitgeoefend op het betreffend perceel. De reden waarom een bepaald perceel niet onderzoeksplichtig is, moet in een aparte (gemotiveerde) verklaring samengevat worden. Deze (gemotiveerde) verklaring moet worden voorgelegd aan de milieudienst van de betreffende gemeente.

 

3. De deskundige heeft zijn gemotiveerde verklaring niet afgestemd met de gemeente.

Conform de 'code van goede praktijk  - gemotiveerde verklaring’ dient de deskundige de conclusie van de gemotiveerde verklaring vooraf af te stemmen met de gemeente. Het is immers steeds mogelijk dat de gemeente over bijkomende/tegenstrijdige informatie beschikt (waaruit blijkt dat wel risico-inrichtingen gevestigd waren op het betreffend perceel) waardoor de overdracht niet zomaar kan gebeuren.

 

4. Hoe schrap ik een perceel als risicoperceel in het webloket?

In het webloket moeten de VLAREBO-rubrieken op perceelsniveau worden verwijderd voor het betreffende perceel en teven smoet expliciet de rubriek "0-geen" risico-inrichting worden toegevoegd met vermelding van de 'gemeente' als informatiebron. Bij de startdatum (dit is een verplicht veld) moet de datum van de bijkomende informatie waarop deze beslissing is gebaseerd, worden vermeld en bij het opdrachttype moet "geen risicogrond" worden aangeduid.
Door het koppelen van de '0-rubriek' wordt vermeden dat deze bijkomende informatie verloren gaat en tevens wordt vermeden dat dezelfde informatie opnieuw moet worden geïnterpreteerd bij bv. een nieuwe notarisvraag.
De gegevens/verklaring waarop de beslissing is gebaseerd om een perceel als geen risicogrond aan te duiden, dient te worden toegevoegd als pdf bij 'documenten'.
Voor meer informatie verwijzen we naar de "handleiding webloket gemeentelijke inventaris" die te vinden is op onze website .

 

5. Wat als de gemeente een perceel schrapt als risicoperceel op basis van een gemotiveerde verklaring die foutief blijkt te zijn?

De gemeente is niet aansprakelijk voor eventuele fouten indien zij een perceel verwijdert uit de Gemeentelijke Inventaris op basis van de gemotiveerde verklaring van een bodemsaneringsdeskundige.

 

6. Hoe weet ik of er met het afgeleverde bodemattest kan worden overgedragen?

Om na te gaan of een afgeleverd bodemattest bruikbaar is voor de geplande overdracht kan u gebruik maken van onze webtoepassing "hulp bij overdracht voor notarissen". Ook in de handleiding overdrachten kan u de nodige informatie terugvinden. Deze handleiding staat op onze website onder publicaties.

 

7. Het afgeleverde bodemattest is niet 'blanco'?

De gemeente heeft de inventarisplicht en beschikt over de nodige terreinkennis. De OVAM verzamelt de gekende gegevens in het grondinformatieregister. Het bodemattest vermeldt alle relevante gegevens die de OVAM over de grond kent.
Een blanco bodemattest zegt dat er (nog) geen informatie beschikbaar is, niet dat de grond geen risicogrond betreft.

 

8. Bodemattest voor een deel van een perceel.

Indien het bodemattest handelt over een deel van een perceel, betreft de informatie vermeld op het bodemattest onder het luik 'gemeentelijke inventaris' nog steeds de informatie voor het volledige perceel. Een risicogrond is een uitspraak op perceelsniveau en deze informatie wordt dan ook per perceel uitgewisseld door de gemeente met de OVAM. De meeste gemeenten kunnen de informatie voor een deel van een perceel niet registreren in hun datasysteem.
De informatie met betrekking het luik 'uitspraak van de bodemkwaliteit' kan door de OVAM wel tot op het specifieke deel van het perceel worden geëvalueerd.
Eén van de voorwaarden om niet-verontreinigde delen van percelen te kunnen overdragen is dat er zich geen risico-inrichtingen bevinden op dit deel van het perceel. De notaris dient deze voorwaarde na te gaan voor het deel van het perceel. Voor alle andere voorwaarden verwijzen we naar de richtlijnen overdracht van delen van percelen. De notaris kan gelet op zijn bevoegdheid op het moment van het verlijden van de akte een vaststelling doen en beslissen dat er in werkelijkheid geen risico-inrichtingen zijn uitgevoerd. M.a.w. kan er dus worden overgedragen zonder een oriënterend bodemonderzoek en met het beschikbare bodemattest.
Op het bodemattest wordt onder het luik 'gemeentelijke inventaris' vermeld of het perceel een risicogrond is of dat er geen informatie beschikbaar is uit de gemeentelijke inventaris. Er wordt dus niet vermeld dat het perceel geen risicogrond is. Als echter één van de partijen toch een blanco-bodemattest zou wensen, kan dit enkel worden bekomen via een bevestiging van de gemeente, zoals bij een volledig perceel (zie: datakwaliteit-gemeentelijke-inventaris). Indien de gemeente op basis van de beschikbare informatie hierover geen uitspraak kan doen, kan een gemotiveerde verklaring 'geen risicogrond' ingediend worden voor het deel van het perceel. Ook hier zal steeds de bevestiging van de gemeente nodig zijn vooraleer de informatie van risico-inrichtingen kan worden aangepast in het grondeninformatieriegister voor dat betrokken deel.
De OVAM heeft de bevestiging van de gemeente nodig als de informatie moet gewijzigd worden in de databank (en op het attest).

 

9. Hoe weet ik of een bepaalde activiteit/rubriek als risico-inrichting wordt beschouwd?

Is de inrichting gestart voor 1 juni 2015 dan dient via bijlage 1 van het VLAREBO (gebetonneerde VLAREBO-lijst) nagegaan te worden of de inrichting een risico-inrichting is. Is de activiteit gestart na 31 mei 2015 dan dient bijlage 1 van VLAREM II te worden geraadpleegd.

 

10. Hoe kan ik nagaan of een bepaalde activiteit als risicoactiviteit wordt beschouwd?

Dit kan worden nagegaan met de RisicoInrichtingenTool (RIT). Deze is te vinden op de RIT . De RIT is specifiek ontwikkeld om na te gaan of een activiteit dient te worden beschouwd als een risico-inrichting en om deze activiteit te koppelen aan actuele VLAREBO-rubrieken (zie gebetonneerde VLAREBO-lijst of bijlage 1 van VLAREM II).

 

11. Wat is de capakey notatie?

Dat is het gemeentenummer (afdeling) + sectie + grondnummer + bisnummer + exponent 1 + exponent 2.
Bv. 12345+C+0678+00+B+009 geeft 12345C0678/00B009.

 

Tips voor lokale besturen & deskundigen

Om in de toekomst over correcte gegevens te beschikken en samen onze werkwijze te verbeteren, stippen we volgende praktische punten aan:

  • Wanneer de inventaris van risicogronden volledig is uitgewisseld (zowel informatie uit VLAREM-vergunningen klasse I, II en VLAREM-meldingen klasse III, als informatie uit de oudere archiefgegevens), vergeet dit dan niet te bevestigen via inventarisatie@ovam.be.

  • Op 24 september 2014 verscheen in het Belgisch Staatsblad het 'Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 tot wijziging van diverse bepalingen inzake leefmilieu, wat betreft een aanpassing aan de evolutie van de techniek en aan de CLP-verordening.'  Afhankelijk of de activiteiten zijn opgestart vóór of na 1 juni 2015 geldt er een andere indelingslijst voor risico-inrichtingen:

    • inrichtingen gestart vóór 1 juni 2015: Bijlage I van het VLAREBO;

    • inrichtingen gestart vanaf 1 juni 2015: Kolom van Bijlage 1 van titel I van het VLAREM.

  • In de praktijk betekent dit dus dat moet gecontroleerd worden of door nieuwe activiteiten of aanvullende vergunningen vanaf juni 2015 een strengere VLAREBO-categorie van toepassing is geworden volgens de recente VLAREM-idenlingslijst. Omgekeerd komen de onderzoeksverplichtingen vóór 1 juni 2015 niet zo maar te vervallen als de vergunning volledig hernieuwd wordt !!

  • Hieraan gekoppeld is sinds 1 februari 2016 de gewijzigde VLAREBO van kracht. Een inrichting waarvan de sluiting dateert van vóór 11 februari 1946 wordt niet meer beschouwd als ririsco-inrichting!

  • In de gemeentelijke inventaris moeten naast risicogronden ook de gronden ingedeeld onder VLAREBO-categorie I worden opgenomen!  Zo moet een gasfabriek gestopt vóór 11 februari 1946 niet meer aanzien worden als een risico-inrichting, maar wel opgenomen worden in de gemeentelijke inventaris.
  • Percelen waarop illegale risico-activiteiten plaatsvinden of -vonden moeten eveneens worden ingevoerd als risicogrond.
  • Een risicoperceel is een uitspraak op perceelsniveau.  Een bodemattest wordt standaard afgeleverd per kadastraal perceel. Een risicogrond kan bestaan uit meerdere percelen. Indien de activiteiten zich op meerdere percelen situeren, bekijkt men de onderzoeksplicht telkens per perceel. In de praktijk zijn echter niet alle risico-inrichtingen duidelijk toe te wijzen aan 1 perceel. Uitgezonderd de opslag van gevaarlijke stoffen, behoren andere inrichtingen tot de milieutechnische eenheid gesitueerd over de verschillende percelen. Daarnaast moeten  ook steeds de lozingspunten en andere potentiële verontreinigingsbronnen die buiten de onderzoekslocatie gesitueerd zijn, maar verbonden zijn aan de exploitatie onderzocht worden. In de praktijk registreert de gemeente in eerste instantie alle percelen opgenomen in de vergunning met Vlarebo-rubrieken als  risicogrond. Pas na een terreinbezoek kan vaak de milieutechnische situatie nader uitgeklaard worden op perceelsniveau.

Hebt u nog vragen of opmerkingen?

Laat het ons zeker weten. De richtlijnen worden geactualiseerd op basis van de ervaringen uit de praktijk. Ook bouwen we het webloket verder uit. Ondertussen houden wij u graag op de hoogte van de veelgestelde vragen en verbeteringen.