Marien zwerfvuil

Volgens cijfers van het United Nations Environment Programme (UNEP) drijven in elke vierkante kilometer oceaan naar schatting 13.000 stukken plastic. Daar komen elke dag 8 miljoen stuks afval bij. Bovendien bevindt een aanzienlijk deel van het marien afval zich ook nog eens in de waterkolom en op de zeebodem. Het overgrote deel van het marien zwerfvuil bestaat uit plastic.

 

Copyright S Bredemeier

 

Niettegenstaande in de Noordzee de verhouding iets anders kan liggen (met een groter aandeel van scheepvaart), wordt aangenomen dat wereldwijd ongeveer 80% van het mariene zwerfvuil afkomstig is van bronnen op het land: industrie, slecht materiaal- en afvalbeheer, toerisme, overstorten van riolering, enz. Vaak komen deze afvalstromen via rivieren en kanalen in zee terecht. De resterende 20% is afkomstig van bronnen op zee: scheepvaart, aquacultuur, enz. Daarbij is vooral de commerciële visserij een relevante bron van  marien zwerfvuil, met name door achtergelaten visnetten.

Dit afval bedreigt het leven op zee en komt via de voedselketen ook in het menselijke lichaam terecht. Bovendien berokkent het schade aan haveninfrastructuur, energiecentrales en materiaal van de visserij.

Wereldwijd waken regionale zeecommissies over de gezondheid van de zeeën. Voor de Noordzee en het noordoostelijke deel van de Atlantische oceaan, zeg maar van Oslo tot Lissabon, is dat de OSPAR-commissie. Vijftien Europese landen komen op regelmatige basis samen om af te spreken hoe ze problemen als afval op zee, verzuring van het zeewater en de slinkende biodiversiteit aanpakken.

In juni 2014 hebben de OSPAR-landen een actieplan aangenomen. Dat bestaat uit dertig maatregelen die marien afval moeten voorkomen en het bestaande zwerfvuil aanpakken. De OVAM is bij zeven  van die thema’s nauw betrokken als trekker of ondersteunende organisatie.

Spookvissen

Een van de problemen waarmee de OSPAR-partners komaf willen maken is afval afkomstig van de visserij. Tijdens het vissen raken visnetten geregeld verstrikt in oude scheepswrakken, maar sommige vissers kieperen hun kapotte visnet ook boudweg over boord. Dat bedreigt het leven in zee, want vissen stikken in de achtergebleven netten. Dit fenomeen wordt ook wel spookvissen genoemd. Binnen OSPAR wordt onderzocht hoe we voorkomen dat visnetten in onze zeeën terecht komen. Mogelijkheden om dit te sturen zijn bijvoorbeeld statiegeldsystemen of een terugnameplicht voor producenten van visnetten.

Preventie is een zaak, maar ook het opruimen van het reeds in de zee aanwezige afval krijgt in het OSPAR-actieplan aandacht. Zo worden initiatieven zoals Fishing For Litter, waarbij vissers het afval dat ze samen met de vissen bovenhalen via speciale bigbags aan land afgeven, gesteund. Ook aan de Belgische kust trekken vrijwilligers zich het lot van de vissen in de Noordzee aan. Duikers van de vzw Ecoduikers maken scheepswrakken voor de Belgische kust vrij van visnetten, vislood, lijnen en haakjes. De opgedoken visnetten gaan naar een organisatie die visnetten en afval uit zee recycleert en er onder meer sokken en bikini’s van maakt.  Dit toont bovendien aan dat materiaalkringlopen geen verre toekomstmuziek meer zijn. Tal van bedrijven maken er vandaag al werk van.

Microplastics

Visnetten en plasticafval in zee leiden niet alleen rechtstreeks tot massale vissterfte, ook onrechtstreeks berokkenen ze het leven in zee schade. Onder invloed van het zonlicht en het zeewater vallen ze in minuscule stukjes uit elkaar. Vissen en schelpdieren houden die ‘microplastics’ verkeerdelijk voor zoöplankton en eten ze op. De schadelijke stoffen stapelen zich op in hun organen en dat leidt op termijn tot vergiftiging. Via de vis of zeevruchten op ons bord komen ze bovendien in ons lichaam terecht.

Microplastics zijn niet alleen afkomstig van afbrokkelend afval. De kosmetische industrie bijvoorbeeld gebruikt ze in producten als tandpasta, scrubs en shampoo. Via het bad- en douchewater komen ze uiteindelijk ook in onze oceanen terecht. Een aantal bedrijven onderzoekt nu of deze microplastics door meer duurzame materialen vervangen kunnen worden.

Afval in de havens

Een andere maatregel in het OSPAR-actieplan gaat over de havenontvangstinstallaties waar schepen hun afval afgeven. De Europese Unie legde daar in 2000 het kader voor vast en sindsdien hebben alle landen die richtlijn volgens hun eigen inzichten uitgevoerd. Niet altijd gemakkelijk voor de bemanning van de schepen, want in elke haven verschillen de regels. Daarom werd afgesproken om de aanpak voor alle havens in de OSPAR-regio proberen te harmoniseren. De OVAM neemt daarbij het voortouw, omdat we in Vlaanderen uitstekende resultaten voorleggen: in onze havens geven de schepen opmerkelijk veel afval af (zie onderstaande grafiek).

 

Afgifte scheepsafval

 

 

 

Copyright P Quint