Keukenafval en etensresten van categorie 1 (internationale transporten) - FAQ

 

Wat zijn categorie 1 keukenafval en etensresten?

In Verordening 1069/2009 worden keukenafval en etensresten gedefinieerd als: 'alle voedselresten, met inbegrip van afgewerkte bak- en braadolie afkomstig van restaurants, cateringfaciliteiten en keukens, met inbegrip van centrale keukens en keukens van huishoudens'.
Als dit afval afkomstig is van internationaal opererende vervoermiddelen, wordt het beschouwd als categorie 1-materiaal.

Vermits deze definitie uit een Europese verordening afkomstig is, wordt met 'internationaal' bedoeld 'buiten de Europese Unie'.
Gelet op enerzijds de internationale bemanning aan boord en anderzijds het soort trafiek, wordt commerciële zeevaart steeds aanzien als internationaal opererend transport. Bijgevolg dient keukenafval van commerciële zeevaart in principe dus steeds beschouwd te worden als categorie 1-materiaal.
Keukenafval afkomstig van de binnenvaart wordt in principe niet aanzien als categorie 1-materiaal.

Meer info o.a. Verordening 1069/2009 Artikel 2.2.g en Verordening 142/2011 Bijlage 1 Definitie 22

Naar boven

 

Is verpakkingsafval van voeding ook een dierlijk bijproduct?

Verpakkingsafval wordt niet beschouwd als een dierlijk bijproduct.

Dierlijke bijproducten (in dit geval, het keukenafval) moeten worden verzameld in gesloten nieuwe verpakkingen of afgedekte lekvrije recipiënten of voertuigen. Dit verpakkingsmateriaal moet na gebruik worden behandeld conform de wetgeving van de Unie en dus worden afgevoerd volgens de gewone afvalstoffenregeling.

Verpakkingsafval van de voedingsmiddelen zelf valt volledig buiten het toepassingsgebied van de Verordening dierlijke bijproducten. Het moet ook worden afgevoerd volgens de gewone afvalstoffenregeling.

Meer info o.a. Verordening 142/2011 Bijlage VIII Hoofdstuk I Afdeling 1 Punt 4 - 'verwijderd' moet hier gelezen worden als 'afgevoerd'

Naar boven

 

Welke wetgeving is op categorie 1-materiaal van toepassing?

  • Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002;
  • Verordening (EG) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn;
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten;
  • Ministerieel besluit van 1 juli 2014 betreffende het kwaliteitsborgingssysteem voor inzamelaars, handelaars en makelaars van dierlijke bijproducten van categorie 1 en categorie 2.

Naar boven

 

Hoe moet dit worden opgeslagen?

Dierlijke bijproducten moeten conform Verordening 142/2011 (Bijlage VIII Hoofdstuk II) tijdens het verzamelen op de plaats van oorsprong en tijdens het vervoer gescheiden en identificeerbaar blijven. Dit is een Europese verplichting en kan niet worden opgelegd aan internationale middelen van vervoer. Het is wel aanbevolen, om de traceerbaarheid te waarborgen.

Niet-gevaarlijke droge afvalfracties mogen in hetzelfde recipiënt met dierlijke bijproducten worden samengevoegd, op voorwaarde dat ze naar een vergunde sorteerinstelling worden overgebracht en dat het samenvoegen van de afvalstromen het sorteren van de fracties niet verhindert.

Traceerbaarheid en etikettering zijn belangrijke voorwaarden in de Verordeningen betreffefnde dierlijke bijproducten. Tijdens opslag en transport moet op het recipiënt (containers, zakken enz.) of het voertuig en op de vervoersdocumenten en facturen enz. steeds volgende vermelding toegevoegd worden: 'categorie 1-materiaal, uitsluitend geschikt voor verwijdering'.

Bij eender welke activiteit met dierlijke bijproducten moet gegarandeerd zijn dat, bij een lek of een calamiteit, de omgeving ervan kan gereinigd en ontsmet worden.

Vermits het categorie 1-materiaal betreft - vaak erg kleine hoeveelheden gemengd met ander brandbaar niet-recycleerbaar afval - is het niet aan te bevelen dit apart uit te sorteren en af te voeren, aangezien het te lang kan duren vooraleer een container vol is met enkel categorie 1-keukenafval.

Het keukenafval mag samengevoegd worden met het andere brandbare niet-recycleerbare afval. De container die wordt afgevoerd naar de (tussen)opslag of de verbrandingsinstallatie moet vergezeld zijn van een handelsdocument waarop (enkel) het volume dierlijke bijproducten is genoteerd. De volledige container hoeft niet te worden aangemerkt als dierlijk bijproduct. (Het is niet noodzakelijk de volledige lading aan te merken als categorie 1-materiaal, dit is enkel het geval voor menging van categorie 1-materiaal met andere dierlijke bijproducten, zie Art. 8.g van Verordening 1069/2009.)

Het recipiënt waarin het cat. 1-materiaal zit verpakt moet geïdentificeerd zijn met het opschrift 'bevat categorie 1-materiaal, uitsluitend geschikt voor verwijdering'.

Meer info o.a. VLAREMA Hoofdstuk 4 en 6; Verordening 1069/2009 Art. 8g) Art. 21-25 en Verordening 142/2011 Bijlage VIII en IX

Naar boven

 

Is hiervoor een erkenning nodig?

Voor de opslag en overslag van dierlijke bijproducten is een erkenning als hanteringsbedrijf (voorheen 'intermediair' bedrijf) vereist. In deze erkenning, afgeleverd door de OVAM, staan meer specificaties voor de handeling, de plaats en de stromen. Op vraag stelt de OVAM checklisten ter beschikking, die een overzicht vormen van de gestelde voorwaarden en die tevens kunnen dienen als hulp bij de erkenningsaanvraag, in te dienen bij de OVAM.

Deze erkenning is verplicht indien de plaats van opslag eveneens vergunningsplichtig is voor de op-/overslag van afvalstoffen. Occasionele, kortstondige op- en overslagactiviteiten, die deel uitmaken van de normale transportketen, zijn niet vergunningsplichtig.

Meer info o.a. Verordening 1069/2009 Art. 24 en Verordening 142/2011 Bijlage IX

Naar boven

 

Hoe moet dit worden vervoerd?

Traceerbaarheid en etikettering zijn belangrijke voorwaarden in de Verordeningen betreffende dierlijke bijproducten. Tijdens opslag en transport moet op het recipiënt (containers, zakken...) of het voertuig en op de vervoersdocumenten en facturen enz.  steeds volgende vermelding toegevoegd worden: 'categorie 1-materiaal, uitsluitend geschikt voor verwijdering'.

Het transport moet begeleid worden door het handelsdocument dat wordt opgelegd in Bijlage VIII van Verordening 142/2011, ook voor binnenlandse transporten. Hierop moet duidelijk de categorie en de aard van de dierlijke bijproducten worden vermeld.
Het is aanbevolen het handelsdocument aan te vullen met een EURAL-code:

  • Voor keukenafval en etensresten met weinig onzuiverheden
    moet men '20 01 08 : biologisch en afbreekbaar keuken- en kantine-afval' gebruiken;
  • Voor keukenafval en etensresten met veel onzuiverheden/gemengd met ander afval
    moet men '20 03 01: gemengd stedelijk afval' gebruiken.

Indien het keukenafval niet gescheiden werd aangeboden, maar wel in het aangeboden afval aanwezig is, moet de tracering ervan zoveel mogelijk gehandhaafd blijven. Van zodra het recipiënt/de container wordt afgevoerd naar een erkende (tussen)opslag of een verbrandingsinstallatie, moet die begeleid worden door een handelsdocument waarop (enkel) de hoeveelheid categorie 1-materiaal is aangeduid.
Het is niet noodzakelijk de volledige lading aan de te merken als categorie 1-materiaal. Dit is enkel het geval voor menging van categorie 1-materiaal met andere dierlijke bijproducten. Voor de rest van het afval moet een identificatiefomulier worden gebruikt.

Indien categorie 1-materiaal wordt overgebracht naar andere lidstaten, moet een toelating bekomen worden van de lidstaat van bestemming. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van het TRACES-systeem.

Meer info o.a. Verordening 142/2011 Bijlage VIII en Besluit dierlijke bijproducten Hoofdstuk 5

Naar boven

 

Wie mag dit ophalen?

Voor de ophaalactiviteiten van keukenafval en etensresten van categorie 1 is een registratie vereist als inzamelaar, handelaar of makelaar (IHM) van dierlijke bijproducten. Wie deze slechts vervoert, moet in opdracht werken van een geregistreerd IHM van dierlijke bijproducten en zelf beschikken over een registratie als vervoerder van dierlijke bijproducten. Deze registraties gebeuren via het Webloket Registraties van de OVAM, analoog aan de registraties voor andere afvalstoffen (VLAREMA).

Een IHM van categorie 1-materiaal moet beschikken over en werken volgens een geactualiseerd intern kwaliteitsborgingssysteem. Voor het kwaliteitsborgingssysteem voor dierlijke bijproducten zijn - naast de algemene regels in hoofdstuk 6 van het VLAREMA - specifieke regels vastgelegd in het Ministerieel besluit betreffende het kwaliteitsborgingssysteem voor inzamelaars, handelaars en makelaars van dierlijke bijproducten van categorie 1 en 2.

Meer info o.a. Ministerieel besluit kwaliteitsborgingssysteem voor dierlijke bijproducten en VLAREMA Hoofdstuk 6

Naar boven

 

Wie mag dit verwerken?

Categorie 1-materiaal moet worden verwijderd door verbranden, meeverbranden of storten, al dan niet na een voorbehandeling.

Door toepassing van de stortverboden in het VLAREMA is storten in Vlaanderen geen optie. De meest opportune verwerking van keukenafval en etensresten afkomstig van internationale transporten is dus (co)-verbranding (met energierecuperatie).

Dierlijke bijproducten mogen enkel afgevoerd worden naar (volgens Verordeningen 1069/2009 en 142/2011) erkende bedrijven of rechtstreeks naar daarvoor vergunde verbrandingsinstallaties. Verbrandingsinstallaties zijn in Vlaanderen via hun milieuvergunning erkend indien de dierlijke bijproducten effectief in de vergunning staan vermeld als inputmateriaal.

Meer info o.a. Verordening 1069/2009 Art. 12 en VLAREMA Art. 4.5.1

Naar boven