Ambtshalve sanering bij Agfa-Gevaert in Mortsel

  • 13 september 2017

Op de site van beeldvormingsgroep Agfa-Gevaert in Mortsel was vanaf 1938 een machinale wasserij gevestigd. De wasserij was gespecialiseerd in het stonewashen van jeansbroeken, waarbij onder meer 1,1,1-trichloorethaan gebruikt werd. Agfa Gevaert kreeg hiervoor een vrijstelling van hun saneringsplicht. Bodem en grondwater zijn daardoor verontreinigd met gechloreerde solventen (VOCl’s). Agfa Gevaert kreeg hiervoor een vrijstelling van saneringsplicht. Daarom staat de OVAM in voor de ambtshalve sanering van de site.

Stabiliteitsmaatregelen

De grondsanering zal worden uitgevoerd door middel van een beperkte ontgraving met een beschoeiingskist tot op de diepte van de grondwatertafel (ca. 3,0 m-mv). Stabiliteitsmaatregelen zijn noodzakelijk aangezien er vlak naast een bedrijfsgebouw van enkele verdiepingen hoog wordt ontgraven.

De aannemer, de veiligheidscoördinator, de erkende bodemsaneringsdeskundige en de betrokkenen van Agfa-Gevaert hebben de organisatie en timing van de saneringswerken op voorhand besproken op een startvergadering. Daarbij hielden ze rekening met de productieplanning van het bedrijf. In een aanpalend gebouw wordt namelijk film geproduceerd: vloeistoffen worden er op ruwe film gegoten en gecoat. Dat coatingproces is erg gevoelig voor trillingen. De timing van de ontgravingswerken wordt dan ook afgestemd op de productieplanning zodat het gietproces niet wordt verstoord.

Risico op explosie

De eerste beschoeiingskist bevindt zich in de explosiegevoelige zone (‘EX-zone’). Daar worden namelijk gasflessen en restproducten uit het coatingproces gestockeerd. De ontgraving binnen de EX-zone wordt daarom uitgevoerd onder begeleiding van de brandweer van Agfa-Gevaert. Tijdens de ontgravingswerken worden regelmatig luchtmetingen uitgevoerd vanwege de hoge concentraties aan vluchtige gechloreerde solventen.

Anaerobe afbraak en biosparging

De grondwaterverontreiniging met VOCl’s zal in eerste instantie gesaneerd worden door middel van een injectie van een koolstofbron (protamylasse) op vijftig vaste filters. Er worden twee infiltratiecampagnes voorzien in functie van een gestimuleerde natuurlijke anaerobe afbraak. Na de stimulatie van de natuurlijke anaerobe afbraak wordt de reductieve toestand van de bodem omgevormd in een oxidatieve toestand door middel van biosparging (waarbij lucht wordt geïnjecteerd onder de grondwaterspiegel). Dat is nodig om enkele afbraakparameters die moeilijk anaeroob te dechloreren zijn, zoals vinylchloride en chloorethaan, verder aeroob af te breken tot onschadelijke afbraakproducten.

Het doel van de grondwatersanering is om de concentraties aan VOCl’s in het grondwater terug te brengen tot onder de risicogrenswaarden. Na het uitvoeren van de sanering zullen we vijf jaar lang halfjaarlijks de kwaliteit van het grondwater opvolgen via monitoring.