Begraving

De Verordening 1069/2009, tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten, stelt in artikel 19, 1: In afwijking van artikel 12, 13, 14 en 21 mag de bevoegde autoriteit toestaan dat: a) dode gezelschapsdieren en paardachtigen worden verwijderd door begraving.

Op 21 maart 2012 werd een VLAREM-wijziging doorgevoerd, waarbij in afdeling 5.2.7 de voorwaarden werden opgenomen waaraan dierenbegraafplaatsen moeten voldoen. Dierenbegraafplaatsen worden vergund onder de rubriek 2.3.12.

Op 21 juni 2013 werd het Besluit Dierlijke Bijproducten goed gekeurd, waarin artikel 6 vermeldt dat het begraven van dode gezelschapsdieren toegestaan is op een vergunde begraafplaats. Het begraven van paardachtigen wordt niet toegestaan.

Wettelijk gezien is er geen probleem om een dierenbegraafplaats te vergunnen. Momenteel is er in Vlaanderen geen enkel vergunde dierenbegraafplaats.

Particulieren mogen, op voorwaarde dat er geen verbod in het gemeentelijk reglement is opgenomen, overleden gezelschapsdieren begraven in de eigen tuin.

Wanneer er zich een calamiteit (onder andere ziekte, ramp, …) voordoet, geeft de OVAM - in samenspraak met andere bevoegde overheden - toestemming om dieren rechtstreeks te begraven om verspreiding van ziekten te voorkomen of om de ramp onder controle te krijgen.