Bodempreventie- en bodembeheersplan (BPBP)

In 2007 duidde de Vlaamse Regering de activiteit 'het chemisch reinigen van textiel' aan als een activiteit waarvoor een individueel bodempreventie- en bodembeheersplan (BPBP) aan de OVAM moet worden voorgelegd. Concreet betekent dit dat sinds 2008 elke exploitant van een zogenaamde 'nieuw- of droogkuis' jaarlijks een BPBP laat opstellen en dat aan de OVAM bezorgt. 

Wat is een BPBP?

Een BPBP bestaat uit twee delen: een preventieluik en een beheersingsluik. In het preventieluik wordt voor alle mogelijke aspecten van het droogkuisproces nagegaan welke maatregelen nodig zijn om het ontstaan van bijkomende bodemverontreiniging te voorkomen. In het beheersingsluik wordt de nadruk gelegd op de eventueel aanwezige bodemverontreiniging en de risico’s die hiervan uitgaan. Hier wordt bepaald welke maatregelen noodzakelijk zijn om de verontreiniging te beheersen en dit in afwachting van de bodemsanering.

In de praktijk komt het er op neer dat het BPBP een nuttig instrument is om het ontstaan van nieuwe bodemverontreiniging te voorkomen en om de risico’s van bestaande bodemverontreiniging op te volgen en te evalueren.

Voor het nakomen van de bodempreventie- en bodembeheersplicht heeft de exploitant van een nieuw- of droogkuis twee opties. Hij doet beroep op een bodemsaneringsdeskundige die, in dit geval, een individueel BPBP opstelt. Hij kan er ook voor opteren om aan te sluiten bij VLABOTEX vzw, de bodemsaneringsorganisatie voor de droogkuissector. VLABOTEX stelt voor al de aangesloten exploitanten een BPBP op en bezorgt dit onder de vorm van een sectoraal BPBP aan de OVAM.

Wijziging periodiciteit BPBP

Op basis van een evaluatie van de tussen 2008 en 2011 ingediende BPBP's heeft de Vlaamse Regering in 2012 en dit op vraag van de OVAM en de betrokken beroepsfederatie (Federatie van de Belgische Textielverzorging – FBT), een aantal wijzigingen met betrekking tot het BPBP doorgevoerd.

Naast een aantal kleine wijzigingen aan de inhoud van de BPBP's, is ook de periodiciteit van het BPBP gewijzigd, met name van een jaarlijkse naar een 3-jaarlijkse periodiciteit. Dit heeft tot gevolg dat de huidige exploitanten van een 'nieuw- of droogkuis' die voldaan hebben aan bodempreventie- en bodembeheersplicht voor de jaren 2008 tot en met 2012, het eerstvolgende BPBP in plaats van tegen eind 2013 tegen 31 december 2015 aan de OVAM overmaken.

In augustus 2015 is dan ook de code van goede praktijk en de bijhorende methodiek aangepast.

Code van goede praktijk BPBP

Deze code van goede praktijk geeft toelichting bij de vereiste onderzoeks- en rapportageinspanningen voor het opmaken van een individueel en sectoraal bodempreventie en -beheersplan (BPBP) voor de droogkuissector door respectievelijk een bodemsaneringsdeskundige van het type 2 en een bodemsaneringsorganisatie.

Bovendien is de te hanteren methodiek toegelicht. Deze methodiek fungeert als handleiding voor het opstellen van het instrument ter identificatie van de te nemen preventie- en de beheersmaatregelen voor de droogkuissector. Ter vervollediging van de methodiek is ook het te hanteren rekenblad beschikbaar.

Contact

OVAM - Infolijn bodem
015 284 458 en 015 284 459
bodem@ovam.be

Ook interessant voor u