Eeklo's Leiken

De OVAM voerde een uitgebreid historisch onderzoek uit. Hierin werd alle relevante info over de waterloop, zoals (voormalige) lozingspunten, reeds bekende verontreinigingen, menselijke ingrepen en aanwezigheid van industrie geïnventariseerd.

Op basis van al deze gegevens is een bemonsteringsstrategie opgesteld. In deze pilootproef nam de OVAM niet enkel monsters van de sedimentlaag, maar ook stalen van de bodem onder de sedimentlaag, van oevers, oppervlaktewater en grondwater. In het kader van de risico-evaluatie voor het ecologisch risico werden biobeschikbaarheidsmetingen en ecotoxiciteitstesten uitgevoerd en werd er een vergelijking gemaakt met waarden uit de literatuur. Voor het verspreidingsrisico naar het grondwater bepaalde men de concentratie in het poriewater en installeerde men peilbuizen in de waterloop. Voor de bepaling van het verspreidingsrisico via het oppervlaktewater plaatste de OVAM een meetopstelling om zo de hydraulische parameters te bepalen. Tot slot nam men tijdens een storm-event stalen en mat men de hoeveelheid zwevend stof.

Dat leidde tot volgende resultaten:

  • In de waterbodem zelf zijn verhoogde concentraties aan metalen, minerale olie, organochloorbestrijdingsmiddelen, PCB's en PAK's aangetroffen.
  • Uit de risico-evaluatie bleek dat de waterbodemverontreiniging geen humaantoxicologisch risico inhoudt.
  • Er is geen sprake van een ernstige bodemverontreiniging als een gevolg van de verspreiding van de waterbodemverontreiniging naar en via het oppervlaktewater en het grondwater.
  • De verontreiniging in de waterbodem vormt een ecologisch risico, voornamelijk door de aanwezigheid van organische verbindingen. De zware metalen zijn niet biobeschikbaar.
  • Ook in de oever werd een ernstige bodemverontreiniging vastgesteld. Dit toont aan dat het bij een waterbodemonderzoek belangrijk is niet enkel de waterbodem, maar ook de oever te onderzoeken.

Op basis van dit proefwaterbodemonderzoek is de ontwerpstandaardprocedure geëvalueerd en werden aanpassingen geformuleerd. Momenteel zijn er nog pilootwaterbodemonderzoeken in uitvoering op de Molse Nete en op de Tangebeek in Vilvoorde. In 2011 wordt een vierde pilootwaterbodemonderzoek opgestart op de Valkelarebeek in Putte. De OVAM zet zich op deze manier in om tot een werkbare standaardprocedure te komen. Het saneren van waterbodems is duur. Omdat de OVAM het belangrijk vindt om een saneringstechniek te kiezen die zo kostenefficiënt mogelijk is, definieert ze in 2011 aan de hand van een TIE (Toxic Identity Evaluation) de parameters die verantwoordelijk zijn voor het ecologische risico.

Contacten :

Waterbodem
waterbodem@ovam.be