Bodemverontreiniging en binnenluchtkwaliteit

Bij bodemverontreiniging met bijvoorbeeld benzine of solventen, komen vluchtige stoffen vrij die een risico vormen voor de menselijke gezondheid. Door uitdamping kunnen deze stoffen via de vloer van kelders en funderingen in de binnenlucht van woningen en andere gebouwen terecht komen.

Het bepalen van de humane risico's gebeurt in beschrijvende bodemonderzoeken doorgaans aan de hand van het blootstellingsmodel S-Risk, nl. via de blootstellingsroute 'inhalatie via binnenlucht', wat een conservatieve inschatting oplevert. Aanvullende modellen en meetmethoden kunnen een meer realistische inschatting geven van de uitdamping van de verontreinigende stoffen en de eraan gekoppelde blootstelling.

Een onderzoek werd uitgevoerd om een aantal modellen en meetmethoden te evalueren voor het gebruik in de praktijk. Dit gebeurde aan de hand van veldmetingen op vier sites.

Het onderzoek resulteerde in een code van goede praktijk die u kunt gebruiken bij het opstellen van beschrijvende bodemonderzoeken.

Uitdamping en bodemverontreiniging

  • Deel 1 - bodemlucht- en binnenluchtmetingen - veldwerk en analyses
    In dit deelrapport worden naast het veldwerk en de analyses ook de meetmethoden en de meetstrategieën besproken.
     
  • Deel 2 - modelsimulaties
    Dit deelrapport geeft een indicatie van de foutenmarges aan bij de beoordeling van risico's aan de hand van modelmatige berekeningen. Tevens werden aanbevelingen gedaan voor optimalisatie van het gebruik van de modellen en voor de wijze waarop de modellen kunnen aansluiten bij de Vlaamse situatie.
     
  • Deel 3 - Code van goede praktijk voor bepaling van binnenlucht bij bodemverontreiniging
    De code van goede praktijk heeft tot doel het mogelijk te maken binnenluchtverontreiniging als gevolg van bodemverontreiniging, te kwantificeren. Onder bodemverontreiniging wordt zowel verontreiniging van de vaste fase als verontreiniging van het grondwater verstaan. De richtlijnen omvatten zowel het gebruik van modellen als het gebruik van metingen. De richtlijnen gaan uit van de kenmerken van de verontreinigde locatie. Aan de hand van de kenmerken van de verontreiniging, van de locatie en van de bodem, kunt u via een stroomschema een beslissing nemen over de keuze van metingen en/of modellen.