Boom - Broekweg - zinkfabriek

Waar is de site gelegen?

Op de percelen gelegen langs de Broekweg, met name het braakliggend terrein tussen de Rupel, de Broekweg, het oude dok en de spoorweg, het tegenoverliggend parkje en het daarnaast gelegen braakliggend perceel, stonden vroeger de gebouwen van de voormalige zinkfabriek 'Société Metallurgique de Boom'. De fabriek had een productie van zwavelzuur als nevenproces en was er gevestigd van 1920 tot vermoedelijk 1948.

Hoe is de vervuiling ontstaan?

Na de stopzetting van de activiteiten van de zinkfabriek was er in de periode 1960 tot begin jaren '70 een opslag en mechanische behandeling van schroot. Het terrein kreeg een nieuwe bestemming als KMO-zone (vroeger zware industrie). Het terrein is nagenoeg volledig opgehoogd met puin en assen. Er komt een historische bodemverontreiniging voor met zware metalen zowel in de grond als in het grondwater afkomstig van de activiteiten van de zinkfabriek en de aanwezige assen. Ook in de omliggende straten zijn er in het verleden terreinen opgehoogd met assen.

Waar is bodemonderzoek uitgevoerd?

De huidige eigenaars van de percelen van het voormalige fabrieksterrein kregen elk het statuut van onschuldig eigenaar. In opdracht van de OVAM werd een beschrijvend bodemonderzoek opgemaakt op 21 april 2006 en aanvullingen hierop op 13 november 2006. Uit het onderzoek bleek dat de verontreiniging veroorzaakt door de activiteiten van de voormalige zinkfabriek ook voorkomt ter hoogte van de woningen langs de Nielsestraat, Diepestraat en Isabellastraat. Omdat deze verontreiniging uiteraard niet werd veroorzaakt door de eigenaars en/of bewoners van de betrokken terreinen, besliste de OVAM om de hierboven beschreven regio, vast te stellen als een 'site'. Dankzij deze vaststelling neemt de OVAM de onderzoeks- en saneringsplicht over. Het sitebesluit voor de site 'Voormalige zinkfabriek Boom' in Boom werd op 15 februari 2008 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De gehele site beslaat 170 percelen, waarvan het gedeelte ten noorden van de Broekweg op het gewestplan is ingekleurd als woonzone en het zuidelijk gedeelte van de Broekweg als industriezone.

In een eerste fase is het beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd op de voormalige fabrieksterreinen aan de Broekweg. Dit bodemonderzoek werd enkel uitgevoerd op het vaste deel van de aarde. Dit bodemonderzoek wees uit dat er zich op de fabrieksterreinen een historische verontreiniging bevindt met zware metalen die een ernstige bedreiging vormt. Vervolgens is een bodemsaneringsproject opgemaakt voor de fabrieksterreinen.

In een tweede fase is een beschrijvend bodemonderzoek voor de omringende percelen (Broekweg, Diepestraat, Isabellastraat, Nielsestraat, Noeveren, Plantsoenstraat, Statiestraat en Vrijheidstraat) opgemaakt. Dit beschrijvend onderzoek heeft betrekking op de verontreiniging met zware metalen en PAK in het vaste deel van de bodem en het grondwater veroorzaakt door de activiteiten van de voormalige zinkfabriek.

Het bodemonderzoek geeft aan dat op bepaalde percelen waar verontreiniging in het vaste deel van de aarde is aangetoond, er mogelijk risico's voor de volksgezondheid zijn in onverharde zones. De voornaamste blootstelling aan de verontreiniging gebeurt door het verbruik van groenten die op het terrein worden gekweekt. Uit dit beschrijvend onderzoek blijkt dat er op ongeveer 58 percelen, voornamelijk tuintjes, een sanering nodig is voor het vaste deel van de aarde. Voor het grondwater is er geen sanering nodig.

Wat in afwachting van de sanering?

Uit het beschrijvend bodemonderzoek blijkt dat de blootstelling aan de verontreiniging voornamelijk gebeurt door consumptie van groenten die worden gekweekt op de verontreinigde bodem. Er wordt daarom geadviseerd om in afwachting van de sanering geen zelf geteelde gewassen te verbruiken.

Hoe pakt de OVAM de bodemsanering aan?

In 2013 heeft de OVAM de eerste fase van de ambtshalve bodemsanering op de voormalige fabrieksterreinen uitgevoerd. Om later een leeflaag aan te leggen, is het terrein ontgraven en genivelleerd tot aan de basis van de leeflaag. De leeflaag die in een toekomstige tweede fase wordt aangelegd, isoleert de restverontreiniging via een on­doorlatende folie. Daarbovenop komt nog een drainagesysteem voor opvang en afvoer van het hemelwater en een bufferende propere grondlaag.

 

Boom zinkfabriek

De ontgraving gebeurde zo selectief mogelijk, om optimaal gebruik te maken van herbruikbare grondstro­men en puin binnen het te saneren terrein.

Voor de aanpak van de verontreiniging van de ca. 58 omringende percelen wordt er een bodemsaneringsproject (BSP) opgemaakt. In het BSP wordt de wijze waarop de bodemsaneringswerken worden uitgevoerd vastgesteld en de eventuele nazorg wordt zo verzekerd. De bodemsaneringsdeskundige vergelijkt in het BSP een aantal relevante saneringstechnieken inzake efficiëntie, toepasbaarheid, kostprijs, timing en resultaten. Op basis van die vergelijkende studie stelt hij dan de te gebruiken techniek voor aan de OVAM.

Tijdens de opmaak van het BSP in Boom zal er door een bodemsaneringsdeskundige een actualisatie gebeuren van de verharding van de percelen. Afhankelijk van deze actualisatie wordt er bekeken of er al dan niet meer of minder percelen moeten gesaneerd te worden, aangezien een verharding het risico dat uitgaat van de verontreiniging, opheft.

Wat is de tijdsplanning?

Het voltooien van de de tweede fase van de bodemsanering van het fabrieksterrein wordt afgestemd op de timing van de projectontwikkeling.

Voor de opmaak van het bodemsaneringsproject voor de 58 omringende percelen zal er in 2015 door de OVAM een bodemsaneringsdeskundige aangesteld worden.