Houtafval

Houtafval is een van de grootste biomassa-afvalstromen die bij huishoudens en bedrijven vrijkomt.

Naargelang de herkomst en de gebruikswijze, kunnen de eigenschappen van houtafval sterk verschillen.
Op basis van deze eigenschappen zijn houtafvalstromen, zowel in de wetgeving als in de handel ervan, ingedeeld in een aantal categorieën. De VLAREM-wetgeving definieert 'onbehandeld', 'niet-verontreinigd behandeld' en 'verontreinigd behandeld' houtafval. In de handel spreekt men van A-, B- en C-hout, afhankelijk van de kwaliteit.

Voorbeelden van A-hout:

  • paletten
  • fruitkisten

Voorbeelden van B-hout:

  • spaanplaat
  • OSB (oriented strand board)
  • multiplex
  • MDF (medium density fibreboard)
  • geverfd, gelakt of gevernist hout

Voorbeelden van C-hout:

  • treinbielzen
  • chemisch behandeld hout, zoals hout voor buitenspeeltuigen, carports of tuinschermen

Onderstaande tabel geeft aan hoe de commerciële termen en de wettelijke definities zich ten opzichte van elkaar verhouden:

Commercieel A-hout B-hout C-hout
VLAREM onbehandeld houtafval niet-verontreinigd
behandeld houtafval
verontreinigd
behandeld houtafval
Gevarenstatus niet-gevaarlijk niet-gevaarlijk gevaarlijk

Sommige fracties B-hout, oorspronkelijk als 'verontreinigd behandeld' ingedeeld door hoge gehaltes aan zware metalen, kunnen door opschoningsprocessen toch terechtkomen in de categorie 'niet-verontreinigd behandeld houtafval'.

Beheer van de belangrijkste deelstromen van houtafval

Primair houtafval

Primair houtafval is houtafval geproduceerd binnen de houtverwerkende sector (zagerijen, schrijnwerkerijen, meubelfabrieken enz.).
Het zuivere onbehandelde houtafval heeft een relatief hoge waarde. Binnen de primaire productie - hoofdzakelijk bij de houtverwerkende industrie - gebruikt men houtafval deels voor energetische valorisatie (bijv. eigen verwarmingsinstallatie).
Krullen en schaafsel van onbehandeld hout dienen als grondstof in de spaanplaatindustrie, als grondstof voor de productie van pellets en briketten, of worden als strooisel verkocht aan particulieren en landbouwers.
Afval van plaatmaterialen of bekleed hout wordt meestal verbrand op de productieplaats. De fijne fractie van het afval (schuur- en zeefstof) wordt meestal afgevoerd naar steenkoolcentrales of dient voor solidificatie (indikken) van vloeibare afvalstoffen die in de cementindustrie worden verbrand. De overschotten van dit houtafval worden via inzamelaars afgezet, waarbij ze vaak samen met het postconsumer houtafval worden verwerkt.

Postconsumer houtafval

Postconsumer houtafval ontstaat na afdanking van afgewerkte houten producten en materialen door huishoudens en bedrijven.
Vlaanderen produceert jaarlijks ca. 600 000 ton dergelijk houtafval. Het bestaat meestal uit een heterogene massa van verschillende houtkwaliteiten (zie tabel hierboven).
De twee belangrijkste afzetgebieden zijn spaanplaatproductie en energetische valorisatie. Voorafgaand krijgt deze houtafvalstroom bij gespecialiseerde bedrijven een voorbehandeling om onzuiverheden te verwijderen. Spaanplaten kunnen 50% tot 90% gerecycleerd postconsumer houtafval bevatten. De energetische valorisatie gebeurt meestal in industriële verbrandingsinstallaties.

Zie ook: Fedustria