Op sommige plekken is de Vlaamse bodem verziekt. Maar hem alleen opkuisen blijkt niet voldoende. Daarom streeft Vlaanderen naar een integrale milieuplanning. Een eerste decreet uit 1995 is daartoe de aanzet ('Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 5 april 1995'- verder DABM). Het formuleert de doelstellingen en beginselen van het Vlaamse milieubeleid. En legt de juridische basis voor een langetermijnbeleid dat duurzaam met het leefmilieu omspringt.
Het decreet DABM voorziet een vijfjarenplan én een milieuprogramma voor jaarlijkse uitvoering. De Vlaamse regering stelt deze beide plannen op, na advies van de SERV- en Minaraad.
Zo nam ze in het Milieubeleidsplan 2003-2007 een hoofdstuk 'Verontreiniging en aantasting van de bodem' als hinderthema op. Door een wijziging van het decreet DABM werd dit Milieubeleidsplan verlengd tot 2010.
Daarnaast vraagt het decreet DABM milieurapporten. Een jaarlijks MIRA-T rapport beschrijft en analyseert de huidige milieutoestand aan de hand van indicatoren en toont de evolutie van de huidige milieusituatie in Vlaanderen.
Een evaluatie van het gevoerde beleid gebeurt in een MIRA-BE rapport dat tweejaarlijks wordt opgesteld. Bovendien wordt er om de vijf jaar een MIRA-S rapport uitgewerkt dat - in enkele scenario's - schetst, hoe het milieu evolueert als we ons beleid wijzigen. Of net niet ...