Gebruik van specifieke afvalstromen in of als bouwstof
Hieronder een aantal voorbeelden van het hergebruik in of als bouwstof van een aantal specifieke afvalstromen uit de bouw . Het reeds algemeen ingeburgerde gebruik van gebroken bouwpuin of gebroken asfaltpuin wordt elders toegelicht.
Gebruik als bouwstof kan onder meer het gebruik in een (onder)fundering zijn of het gebruik als toeslagmateriaal bij de aanmaak van betonproducten. Algemeen spreekt van gebruik als bouwstof bij elke aanwending in een bouwkundig werk of grondwerk.
- gebruik van slib van natuursteenbewerking: mag zonder gebruikscertificaat als bouwstof gebruikt worden. Een kritische parameter kan het gehalte minerale olie in het slib zijn, afkomstig van de bewerkingsmachines. Ook kan de concentratie zware metalen niet onaanzienlijk zijn, maar dit hangt meestal samen met de natuurlijke kenmerken van het gebruikte gesteente.
- kleinschalig gebruik door particulieren van niet-verontreinigd puin afkomstig van selectieve bouw- en sloopactiviteiten: kan als bouwstof gebruikt worden bij toepassingen van minder dan 100 ton zoals vb. de aanleg van een verharde oprit. 100 ton is een beperkte hoeveelheid: bij een laagdikte van 0,2 m komt dit overeen met een oppervlakte van ca. 250 m² (16 x 16 m). Een analyse noch een Copro- of gelijkwaardige keuring is vereist. De in de wetgeving vermelde zin "afkomstig van selectieve bouw- en sloopactiviteiten" betekent dat deze afvalstoffen afkomstig zijn van een sloop waarbij men de verschillende fracties gescheiden heeft gehouden. Het puin moet dus zuiver zijn.
- gebruik van niet-verontreinigde brokken inert puin: hieronder verstaat men niet gebroken puin (in tegenstelling tot "puingranulaten"). Deze brokken kunnen als bouwstof gebruikt worden, hun gebruik is echter beperkt tot waterbouwkundige werken voor schanskorven en bestortingen. Een gebruikscertificaat is niet vereist, het puin moet wel Copro-gekeurd worden of een gelijkwaardige keuring hebben ondergaan.
- gebruik van gegranuleerde teervrije bitumineuze dakmaterialen: kunnen in principe als bouwstof gebruikt worden mits de OVAM een gebruikscertificaat heeft verleend. Ze kunnen volgens het standaardbestek 250 gebruikt worden bij de aanmaak van asfalt.
In praktijk bevindt het hergebruik zich nog in een proeffase. Jaarlijks zou er in Vlaanderen ca. 25 000 ton bitumineus dakafval vrijkomen wanneer men de Nederlandse cijfers extrapoleert. Er is in Vlaanderen nog geen grootschalige recyclage van gebruikte dakbedekkingen wegens de onstandvastige kwaliteit en de mogelijke verontreiniging met teerhoudende dakbedekkingen. Dikwijls zijn er lagen van verschillende types en fabrikanten boven elkaar aangebracht. Het afval dient derhalve verbrand te worden in een vergunde inrichting of gestort te worden op een vergunde categorie I stortplaats. Het onderzoeksbureau Tectum is wel de haalbaarheid van een project betreffende de recyclage van bitumineus sloopafval aan het bekijken. Voor meer info omtrent de stand van zake kan u contact opnemen met de heer De Wit, projectcoördinator "Recybit" (tel. 0477/455 830).
Uit een recent Nederlands onderzoek "Hergebruik bitumineuze dakbedekking in de grond-, water- en wegenbouwsector" blijkt dat bitumineus dakafval prima geschikt is om tot bitumen te worden verwerkt, dat op zijn beurt o.m. gebruikt kan worden bij de fabricage van asfaltmengsels. Teermastiek moet wel uit het bitumenafval geweerd worden. Teer bevat immers hoge concentraties schadelijke Poly-Aromatische Koolwaterstoffen (PAK's). Het gebruik van teer bij de asfaltwegenbouw is dan ook verboden.
Een Nederlandse onderneming is in staat om bitumineus dakafval te recycleren, zowel productie- en snijafval als shingles en sloopafval. Het verwerkingstarief hangt af van de zuiverheid van het bitumineus dakafval. Voor bitumineus afval met max. 5 % vreemde stoffen geldt een minimumtarief (< Euro 100/ton). Bitumenafval met meer dan 50 % vreemde stoffen of bitumenafval dat met teermastiek of asbest verontreinigd is wordt geweigerd. Het bitumineus afval wordt in een cryogeen proces (koudebehandeling) vermalen tot een granulaat. Dit granulaat blijkt heel geschikt als hulpstof bij de productie van nieuw asfalt. Het granulaat kan ook gebruikt worden om nieuwe dakbedekkingen mee te maken. De dakbedekking van de fabriekshal van de onderneming zelf bevat zo 20 % gerecycleerd bitumen.
De onderneming richt zich in eerste instantie op de Nederlandse markt. Wanneer men afvalstoffen vanuit Vlaanderen uitvoert dient men ook steeds te voldoen aan de EEG richtlijn betreffende in- en uitvoer van afvalstoffen. Dit betekent dat een kennisgeving bij de autoriteiten van herkomst en bestemming vereist is. De autoriteiten kunnen in principe bezwaar aantekenen. Meer info over de procedure bij in- en uitvoer van afvalstoffen vindt men op de OVAM website.
- afvalstromen van industriële processen: kunnen in aanmerking komen om als of in bouwstof te worden gebruikt, zo o.m. sommige metaalslakken, spoorwegballast, reststromen van de recyclage van glasafval etc...
Het Vlarea werkt in principe met een limitatieve lijst van afvalstoffen: enkel afvalstoffen vermeld op de lijst van afdeling 2 van bijlage 4.1 van het Vlarea kunnen als bouwstof worden gebruikt. Artikel 4.1.1. van het Vlarea laat echter toe dat ook andere, niet-vermelde, afvalstoffen in aanmerking komen. Een gebruikscertificaat (dit is een expliciete toelating voor het gevraagde gebruik) is in dat geval altijd verplicht, gelet op de bijna eindeloze variëteit van de afvalstromen waarvoor men een aanvraag kan indienen. De minister neemt in dit geval de beslissing maar de aanvraag moet wel bij de OVAM worden ingediend. De OVAM schenkt bij de beoordeling van elke aanvraag in eerste plaats aandacht aan de mogelijke schadelijkheid voor het leefmilieu of voor de mens en bekijkt vervolgens of de beoogde toepassing voldoende hoogwaardig is.
Het standaardbestek 250 van de wegenbouw (deel II, hoofdstuk III, 2.2) voorziet dat "andere secundaire grondstoffen zoals bedoeld in het afvalstoffendecreet" ook in een wegenwerk worden toegelaten mits opvolging door een technische begeleidingsgroep & indien laboratoriumonderzoek uitwijst dat de secundaire grondstoffen aan de technische eisen van het standaardbestek voldoen. Indien de resultaten van dit praktijkonderzoek gunstig zijn, kan het gebruik van de secundaire grondstof worden veralgemeend door aanpassing van het standaardbestek via vervangpagina's of via een omzendbrief.