Brainstorm
Brainstorm is een creativiteit bevorderende techniek. Doel is om met een beperkt groepje zo veel mogelijk oplossingen voor te vinden voor een probleem dat zich stelt. Voor ecodesign kan dit probleem zijn "de milieu-impact verbonden aan een product en de oorzaken daarvan". Om de oorzaken concreet te kennen kan het dus nodig zijn eerst een beknopte analyse te doen, zodat men hier beter zicht op krijgt.
Werkwijze
1. Stel een brainstormteam samen. Hou daarbij rekening met het volgende:
- Multidisciplinair team
Verschillende achtergronden zorgen dus voor een brede kijk op het probleem. Bijvoorbeeld een mechanisch ingenieur die vertrouwd is met het ontwerp van het referentieproduct, een productie ingenieur en een milieucoördinator. Iemand van de aankoopdienst kan interessante bijdragen leveren op gebied van bestaande alternatieve materiaalmogelijkheden. Iemand van de marketingafdeling kan bijdragen leveren over bestaande alternatieven op de markt of heeft misschien al ideeën die de markt zouden kunnen aanspreken...
- Outsiders betrekken
Mensen van buiten het bedrijf of mensen die weinig of niet vertrouwd zijn met het referentieproduct (b.v. van een andere afdeling, maar toch creatief ingesteld) kunnen een totaal nieuw zicht werpen op het onderwerp en daardoor een belangrijke bijdrage leveren.
- Maak de groep niet te groot, minimaal 4-5 personen tot maximaal 12 personen.
- De brainstormleider is best iemand die vertrouwd is met de probleemstelling.
- Licht de groep op voorhand kort in over de probleemstelling.
2. Inlichten van het brainstormteam over het concrete probleem en zo mogelijk duidelijke doelstellingen vooropstellen bij aanvang van de sessie.
- Hou dit zo kort mogelijk en dus maximaal 15 minuten.
- Formuleer geen analytische vragen en bespreek geen details. Iedereen moet juist voldoende weten om te begrijpen waar het probleem over gaat.
- Schrijf de probleemstelling duidelijk zichtbaar op een bord in de vorm van "Hoe kunnen we .... oplossen / reduceren / maximaliseren".
- Nog beter is een duidelijke doelstelling te vermelden b.v. "Hoe kunnen we het huidige energieverbruik met minstens 8% reduceren?"
3. De ideegeneratie of brainstorm - Respecteer de vier basisregels
- Evaluatie opschorten!
Een wild idee onmiddellijk kritisch gaan evalueren op technische en economische haalbaarheid mag niet. Laat uitspraken zoals "Kan niet want..." achterwege en spreek eerder over "Ja en...". Een oorspronkelijk gek of onbruikbaar idee kan immers vaak een opstapje zijn voor andere ideeën die wel toepasbaar zijn.
- Freewheelen is toegestaan en noodzakelijk!
Zelfs ernstige mensen kunnen dromen en hebben wilde ideeën. Laat je fantasie dus de vrije loop.
- Kwantiteit en niet kwaliteit is belangrijk,!
Moedig de deelnemers aan een grote hoeveelheid ideeën te produceren, ongeacht de kwaliteit. Brainstormen is creatief denken. Alle ideeën zijn aanvaardbaar: goede, slechte, nuttige, onbruikbare, onwettige ideeën, het doet er niets toe. De evaluatie ervan gebeurt pas in een volgende fase.
- Kruisbestuiving tussen ideeën
Associatief denken staat centraal bij brainstormen. Je denkt associatief als je verbanden legt tussen ideeën om zo nieuwe ideeën te creëren. Hoe onwaarschijnlijker en verrassender het verband, hoe creatiever het idee. Gebruik ook ideeën van anderen om eigen ideeën te ontwikkelen. Ga er dus van uit dat er dus geen eigen idee is dat niet gebruikt kan worden door anderen.
Als brainstormleider let je best op:
- Plaats van de bijeenkomst
Liefst zo neutraal mogelijk, waar weinig of geen storende elementen zijn van buitenaf zoals bij een open landschapbureau. Zet de stoelen rond de tafel of in U-vorm om de kruisbestuiving te stimuleren. Maak de kamer niet te donker: weinig lucht en licht werkt vermoeidheid in de hand.
- Een goed sfeer
Zorg voor een ontspannen sfeer, wees altijd communicatief en beleefd.
- Moedig de groep aan
Een goede werkwijze is de ideeën op een bord of papieren vellen te zetten en deze te nummeren. Wanneer het wat stiller wordt en de ideeën bijna op zijn, kan je motiveren door bijvoorbeeld "Komaan, we hebber er 72, laat ons proberen een afgeronde 80 ideeën te halen!"
- Zwijgers
Voor personen die van nature wat schuchter zijn of voor personen die gewoonweg niet wakker genoeg zijn is het nodig deze wat aan te moedigen. Je kan hen meekrijgen en de ideeën eruit trekken als je hen bijvoorbeeld tijdens een stil moment beleefd vraagt of hij/zij nog ideeën heeft.
- Analysten
Wellicht iets wat de ideegeneratie het meest van al kan belemmeren zijn personen die zich defensief opstellen en elk idee kritisch beginnen evalueren of beweren dat het echt niet beter kan omdat hij/zij ervan overtuigd is dat al het mogelijke al is gedaan. Wanneer een bedrijfsleider of een manager bijvoorbeeld zegt dat hij ervan uitgaat dat zijn medewerkers reeds al het mogelijke hebben gedaan in het verleden, mag je er vanuit gaan dat er een zeer lange stilte zal volgen. Dit is dus echt de dooddoener n° 1. Probeer zo'n persoon niet te kiezen bij de samenstelling van een brainstormteam. Ze kunnen wel een belangrijke bijdrage leveren in de volgende fase bij de evaluatie van ideeën. Wijs er in het begin van de brainstormsessie duidelijk op dat het NIET de bedoeling is te evalueren. Personen die beroepshalve bijna verplicht zijn op deze manier te denken zijn kwaliteitsmanagers en veelal ook projectleiders.
- Het wildste idee
Wanneer de ideeënstroom werkelijk is opgedroogd eindigt de bijeenkomst met het 'wildste idee'. De gespreksleider vraagt de deelnemers het meest buitensporige idee uit de lijst te kiezen. Daarna vraagt hij ideeën om die om te vormen tot iets bruikbaars. Soms ontstaan uit het wildst idee zeer goede ideeën.
Hierna beëindigd de gespreksleider het brainstormen, bedankt de deelnemers voor hun medewerking en beschrijft kort de evaluatiefase.
- Op is op
Onderschat het niet. Creatief denken vergt veel van het menselijk brein. Doe korte intensieve sessies van zo'n 10 minuten per probleemstelling. Begin eerst met de belangrijkste zaken, waar oplossingen het hoogst noodzakelijk zijn. Na 1 uur is meestal de creativiteit op en is het best een nieuwe sessie te organiseren als er nog onbehandelde probleemstellingen zijn. Ga niet door met de bijeenkomst als er toch niets meer uitkomt.
Enkele andere bekende dooddoeners zijn
- Een GSM die afgaat, of een persoon opneemt en een gesprek begint midden in een brainstormsessie.
- Lachen is ok en draagt bij tot een goede sfeer. Iemand uitlachen of afbreken omwille van een absurd idee is uit den boze. Dit is de ergste vorm van "evaluatie".
Elimineer creativiteitsremmers
- Nooit een taperecorder gebruiken.
Geen transparanten gebruiken.
Geen waarnemers toelaten.
Geen onderbrekingen toestaan.
Volgeschreven flapovervellen niet omslaan, maar duidelijk zichtbaar ophangen.
4. Evalueer de ideeën op bruikbaarheid en zet deze om in concrete ontwerpen en oplossingen. Vergeet ook niet de deelnemers van de brainstormsessie in te lichten over de evaluatie van hun ideeën. Wanneer dit niet volgt, dooft het enthousiasme en zullen de deelnemers niet graag meedoen aan nieuwe brainstormbijeenkomsten.
Nog enkele opmerkingen
- Registreer alle bruikbare en onbruikbare ideeën en verlies ze niet. Ze kunnen nog van nut zijn in volgende brainstormsessies.
- Maak een onderscheid tussen ideeën die op korte termijn bruikbaar zijn, ideeën die op lange termijn bruikbaar zijn en futuristische ideeën.
- Brainstormsessie kan weinig of niks opleveren als ze niet goed wordt geleid of als er personen of andere omgevingsfactoren zijn die de creativiteit van de groep afremmen (zie 4 basisregels, tips voor brainstormleider en de dooddoeners).
Meer info:
- ALAN BARKER, "'Brainstormen in 30 minuten", Uitgeverij Krikke Leiden, 1998
- J. GEOFFREY RAWLINSON, "Creatief denken en brainstormen, Praktische technieken voor het systematisch oplossen van problemen en het genereren van ideeën", Uitgeverij Intermediair, Amsterdam/Brussel, 1982, ISBN 90 64 34 053 6