Het Besluit Dierlijk Afval definieert landbouwdieren als volgt:
"Dieren die voor landbouwproductie gehouden worden: runderen, varkens, geiten, schapen, eenhoevige dieren, pluimvee en andere dieren bestemd voor dierlijke productie of nadere vormen van landbouwproductie op een landbouwbedrijf".
De aanwezigheid van een overleden landbouwdier moet door de eigenaar binnen 24 uur na het overlijden gemeld worden aan een ophaler van kadavers van landbouwdieren. Momenteel is in Vlaanderen enkel de firma Rendac N.V. uit Denderleeuw erkend voor de ophaling van kadavers van landbouwdieren. De klantendienst van Rendac N.V. is bereikbaar via het telefoonnummer 053/640.211. De ophaling van kadavers van landbouwdieren bij particulieren en kleine veehouderijen is gratis, gemeenten en grote/middelgrote veehouderijen zonder abonnement betalen Rendac N.V. een prestatievergoeding per ophaling.
Meer informatie:
Gezelschapsdieren worden door Verordening (EG) Nr. 1774/2002 gedefinieerd als: "alle dieren van soorten die gewoonlijk door de mens worden gevoed en gehouden, doch niet gegeten, en die niet voor veeteelt worden gehouden".
De OVAM publiceerde een tijdje geleden een brochure met de titel: "Je gezelschapsdier overleden... Wat nu?". Deze brochure beschrijft uitgebreid waar particulieren terechtkunnen met hun overleden gezelschapsdier.
Het ministerieel besluit van 20 maart 2007 houdende nadere bepalingen inzake de verzameling en de ophaling van overleden gezelschapsdieren bij dierenartsenpraktijken en dierenklinieken vermeld dat de meldingsplicht, zoals deze ondermeer bestaat voor kadavers van landbouwdieren, niet van toepassing is voor overleden gezelschapsdieren.
Het vervoer van dode gezelschapsdieren door de eigenaar naar een vergunde en erkende inzamelplaats voor dierlijk afval, de behandelende dierenarts of een dierencrematorium is toegestaan. Het vervoer van dode gezelschapsdieren van de particulier naar de dierenartsenpraktijk, mag eveneens uitgevoerd worden door de behandelende dierenarts.
In afwachting van de ophaling dient de dierenarts overleden gezelschapsdieren zo op te slaan dat de risico's voor de besmetting van mens en dier, en voor de vervuiling van het leefmilieu beperkt worden.
Het ministerieel besluit van 20 maart 2007 legt nadere bepalingen:
Overleden gezelschapsdieren moeten in afwachting van de ophaling door een erkend ophaler worden verzameld in lekvrije, afsluitbare zakken of recipiënten waarop het opschrift "categorie 1-materiaal - uitsluitend geschikt voor verwijdering" aanwezig moet zijn.
In functie van bewaring, worden in dit ministerieel besluit aan de tijdelijke opslag volgende voorwaarden verbonden:
De koelcel of diepvriezer moet na elke lediging gereinigd en onstmet worden.
Indien de dierenarts wil fungeren als inzamelplaats voor overleden gezelschapsdieren, waar tevens dode gezelschapsdieren van derden (niet-klanten) aanvaard zullen worden, moet voor deze opslagactiviteit aan dezelfde voorwaarden als opgesomd in Opslag van dierlijk afval van particulieren op een centrale inzamelplaats voldaan te zijn.
Omdat de traceerbaarheid van dierlijk afval steeds gewaarborgd moet worden, moet voor elk vervoer van overleden gezelschapsdieren door een erkend ophaler, een handelsdocument in drievoud opgemaakt worden. Dit handelsdocument moet volgende gegevens bevatten:
Een eerste exemplaar van dit handelsdocument is bestemd voor de dierenarts, het tweede is bestemd voor de ophaler en moet het transport vergezellen, het derde is bestemd voor de exploitant van de eindbestemming (crematorium, de verbrandingsoven of de verwerker).
Het handelsdocument moet tijdens het vervoer van overleden gezelschapsdieren naar de eindbestemming aanwezig zijn bij de vracht.
De dierenarts dient zijn exemplaar van het handelsdocument gedurende een periode van 3 jaar ter inzage van de toezichthoudende overheid te houden.