Bijlage I, definitie 58 van Verordening 142/2011 definieert een verwerkingsbedrijf als volgt:
"bedrijfsruimten en voorzieningen voor de verwerking van dierlijke bijproducten als bedoeld in art. 24, lid 1, onder a) van Verordening 1069/2009, waar dierlijke bijproducten worden verwerkt overeenkomstig bijlage IV (en/of X)"
Verwerkers van dierlijk afval (categorie 1-, 2- en/of 3-materiaal) dienen door de OVAM erkend te worden.
De aanvraag voor de erkenning als verwerker van categorie 1-, 2- en/of 3-materiaal moet per aangetekende brief ingediend worden bij de OVAM en dient minstens volgende informatie te bevatten:
Binnen 30 dagen na het ontvangen van de aanvraag verklaart de OVAM aan de aanvrager of de aanvraag ontvankelijk en volledig is. Als de aanvraag onvolledig is, kan de OVAM om aanvullingen vragen. De termijn van 30 dagen start dan opnieuw nadat de OVAM de aanvullingen heeft ontvangen.
Na het ontvankelijk en volledig verklaren, moet de OVAM binnen 90 dagen uitspraak doen over de erkenning.
De erkenning bestaat uit een erkenningsbesluit waarin de OVAM de erkenningsaanvraag evalueert en waarin verwezen wordt naar de verplichtingen waaraan de verwerker volgens de Belgische en Europese wetgeving moet voldoen.
Elk erkend bedrijf krijgt bovendien een officieel OVAM-erkenningsnummer. Dit nummer wordt meegedeeld via het erkenningsbesluit.
Een erkenning geldt voor een gegeven termijn met een maximumtermijn van 5 jaar.
Indien de toezichthoudende ambtenaren vaststellen dat niet aan de voorwaarden van het erkenningsbesluit voldaan wordt, kan de OVAM de erkenning schorsen. Deze schorsing kan gevolgd worden door de opheffing van de erkenning.
De mogelijkheid bestaat om een erkenning als verwerker van categorie 3-materiaal uitsluitend afkomstig van niet-herkauwers aan te vragen. Hiervoor moet een specifieke erkenningsprocedure gevolgd worden.
De verplichte melding van de aanwezigheid van dierlijk afval, geldt niet voor verwerkt dierlijk afval. Voor het vervoer van verwerkt dierlijk afval dient beroep gedaan te worden op een geregistreerd vervoerder van verwerkt dierlijk afval.
De traceerbaarheid van dierlijk afval dient steeds gewaarborgd te zijn. Daarom moet zowel voor de inkomende onverwerkte als voor de uitgaande verwerkte stromen van dierlijk afval een register bijgehouden worden conform Bijlage VIII hoofdstuk IV van Verordening(EG) Nr.142/2011 en een kopie van de vervoersdocumenten van de inkomende en uitgaande stomen gedurende ten minste 3 jaar bewaard te worden.
a. Register
Verwerkers van dierlijk afval zijn verplicht om een register bij te houden dat ten minste volgende informatie bevat:
Het register van inkomende stromen dient de volgende informatie te bevatten:
Het register van uitgaande stromen dient volgende informatie te bevatten:
b. Vervoersdocumenten
Zowel de ophaler/vervoerder die onverwerkt dierlijk afval aanbrengt bij de verwerker, als de geregistreerde vervoerder van verwerkt dierlijk afval dienen een kopie van de vervoersdocumenten, die bij iedere vracht horen, te bezorgen aan de exploitant van de verwerkingsinstallatie.
Voor het transport van onverwerkt dierlijk afval dient het handelsdocument, als bijlage I (model handelsdocument) toegevoegd aan het Besluit dierlijk afval, als vervoersdocument gebruikt te worden.
Op de vervoersdocumenten die bij elk transport van verwerkt dierlijk afval aanwezig moeten zijn, dienen volgende gegevens vermeld te worden:
Een eerste exemplaar van dit vervoersdocument is bestemd voor de exploitant van de verwerkingsinstallatie die afstand doet van het dierlijk afval, het tweede is bestemd voor de vervoerder/ophaler en moet het transport vergezellen, het derde is bestemd voor de exploitant van de eindbestemming. Zowel de exploitant van de verwerkingsinstallatie, de vervoerder, als de exploitant van de eindbestemming moeten hun kopie van dit vervoersdocument gedurende een periode van 3 jaar bewaren en ter inzage houden van de toezichthoudende overheid. Het verwerkingsbedrijf is verplicht om zowel het aanvoer- als afvoerregister als de handelsdocumenten van de aangevoerde onverwerkte stromen en de vervoersdocumenten van de afgevoerde verwerkte stromen ten minste 3 jaar bij te houden, zodat zij aan de bevoegde autoriteit kunnen worden voorgelegd wanneer nodig.
Categorie 1-materiaal moet, behalve als het om hele kadavers gaat, onmiddellijk na de productie door de producent worden gedenatureerd met methyleenblauw. Al het categorie 1-materiaal moet verwerkt worden in een vergunde inrichting voor de (co-)verbranding van afvalstoffen of mag eerst in een erkende inrichting met warmte behandeld worden om vervolgens verwerkt te worden in een vergunde inrichting voor de (co-)verbranding van afvalstoffen.
Het is verboden dierlijk afval te mengen met ander materiaal dan dierlijk afval op een andere plaats dan in een daartoe vergunde en erkende inrichting, tenzij het dierlijke bijproducten betreft die dezelfde bestemming dienen te krijgen.
Deze verordening beschrijft de specifieke voorwaarden waaraan een verwerkingsbedrijf voor dierlijk afval moet voldoen:
| Verwerkingsbedrijven C1 en C2 | V1069/2009
art 25 punt 123 art 28 art29 |
V142/2011
art 8 art 9 Bijlage IV hoofdstuk I - afdeling 1 - afdeling 2 - afdeling 3 Bijlage IV hoofdstuk II - afdeling 1 - afdeling 2 - afdeling 3 Bijlage IV hoofdstuk III Bijlage IV hoofdstuk IV |
| Verwerkingsbedrijven C3 | V1069/2009
art 25 punt 123 art 28 art29 |
V142/2011
art 8 art 9 Bijlage IV hoofdstuk I - afdeling 1 - afdeling 2 - afdeling 4 Bijlage IV hoofdstuk II - afdeling 1 - afdeling 2 - afdeling 4 Bijlage IV hoofdstuk III Bijlage IV hoofdstuk IV |