Periodiek oriënterend bodemonderzoek

De exploitant van een risico-inrichting moet in sommige gevallen periodiek een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren. In het Vlarem I (bijlage I) werd een lijst van risico-inrichtingen opgenomen met vermelding van de voorgeschreven frequentie van het periodiek bodemonderzoek. Het periodiek bodemonderzoek kan in bepaalde omstandigheden op een deel van een perceel worden uitgevoerd. In dat geval spreken we van een exploitatie-onderzoek. Dit is niet bruikbaar voor een overdracht van het perceel.

Uw risico-inrichting valt onder categorie A van de Vlarebo-lijst

U moet een eerste maal een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren:

  • als uw risico-inrichtingen voor 29 oktober 1995 aangevat zijn: voor 31 december 2013;
  • als uw risico-inrichtingen tussen 29 oktober 1995 en de inwerkingtreding van de nieuwe vlarebo aangevat zijn: voor 31 december 2017;
  • als de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van het nieuwe vlarebo zijn aangevat en waar geen OBO op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van 10 jaar voor de aanvang van de exploitatie: binnen de 12 jaar na aanvang van de exploitatie;
  • als de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van het nieuwe vlarebo zijn aangevat en waar een OBO op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van 10 jaar voor de aanvang van de exploitatie: binnen de 20 jaar na aanvang van de exploitatie.

U voert vervolgens elke twintig jaar een oriënterend bodemonderzoek uit.

Uw risico-inrichting valt onder categorie B van de Vlarebo-lijst

U moet een eerste maal een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren:

  • als uw risico-inrichtingen voor 29 oktober 1995 aangevat zijn: voor 31 december 2011;
  • als uw risico-inrichtingen tussen 29 oktober 1995 en de inwerkingtreding van de nieuwe vlarebo aangevat zijn: voor 31 december 2015;
  • als de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van het nieuwe vlarebo zijn aangevat en waar geen OBO op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van 10 jaar voor de aanvang van de exploitatie: binnen de 6 jaar na aanvang van de exploitatie;
  • als de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van het nieuwe vlarebo zijn aangevat en waar een OBO op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van 10 jaar voor de aanvang van de exploitatie: binnen de 10 jaar na aanvang van de exploitatie;

U voert vervolgens elke tien jaar een oriënterend bodemonderzoek uit.

Uw risico-inrichting valt onder categorie A of B maar werd nog niet onderzocht

Na 1 juni 2008 hebben exploitanten die voor 31 december 1999, voor 31 december 2001 of voor 31 december 2003 een oriënterend bodemonderzoek hadden moeten uitvoeren en dat nog niet gedaan hebben, uiterlijk tot 1 juni 2010 om toch nog een onderzoek uit te voeren. Deze regeling geldt ook voor die exploitanten waarvan de uitbating onder het Vlarebo 2007 geen risico-inrichting meer zouden zijn, maar die vroeger wel onder de Vlarebo-lijst vielen.

Hoe weet u of uw inrichting een periodieke onderzoeksplicht heeft?

Controleer uw milieuvergunning en alle in gebruik zijnde inrichtingen op hun rubriek en vergelijk die met de vroegere Vlarebolijst. Als er de kolom een A, B of C vermeld wordt, dan is er sprake van een periodieke onderzoeksplicht.

Wie moet dit betalen?

In het Bodemdecreet staat duidelijk vermeld dat deze exploitanten met periodieke onderzoeksplicht op eigen initiatief het oriënterend bodemonderzoek moeten laten uitvoeren, tenzij ze een beroep doen op een erkende bodemsaneringsorganisatie (bv Vlabotex, BOFAS, ...). Hieraan zijn echter heel wat voorwaarden aan verbonden.

Wie moet u contacteren voor een periodiek oriënterend bodemonderzoek?

Oriënterende bodemonderzoeken moeten worden opgesteld door bodemsaneringsdeskundigen. Zowel type 1 als type 2-deskundigen mogen deze onderzoeken opstellen. Een lijst met deze bodemsaneringsdeskundigen, erkend door de OVAM, zijn terug te vinden op de website.

Uw risico-inrichting valt onder categorie O van de Vlarebo-lijst

Voor risico-inrichtingen die onder de derde categorie (categorie O) vallen bestaat er geen periodieke onderzoekplicht. Hier moet enkel een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd worden bij overdracht van de grond, bij sluiting van de risico-inrichting, bij onteigening van de grond en bij vereffening en faillissement.