Specifieke regelingen
Voor het beheer van sommige afvalstoffen gelden een aantal specifieke regelingen:
RMA van grote afmetingen
De standaardverpakking voor RMA is een doos van 50 of een vat van 60 liter. Maar soms zijn die niet groot genoeg om bepaalde stukken te verpakken. Dan mag u van het VLAREA een verpakking met grotere afmetingen gebruiken zoals vaten van 200 liter of een verpakking in plasticfolie. Die moet wel het RMA-logo en de identificatiegegevens van de producent vermelden.
Een typisch voorbeeld van RMA-verpakkingen met grote afmetingen zijn de filterelementen van LAF-kasten of grote anatomische onderdelen. Een mechanische behandeling om deze afvalstoffen te verkleinen, is af te raden. Die veroorzaakt een bijkomend risico op besmetting.
Etensresten van patiënten
Etensresten van patiënten behoren tot het NRMA. Strikt genomen moet u ze verzamelen in blauwe plasticzakken. U mag dit afval ook laten vergisten. Dan mag u verpakkingen gebruiken die geschikt zijn voor de afvoer naar een vergistingsinstallatie (vaten, containers).
Deze etensresten mag u niet gebruiken voor dierenvoeding.
Keukenafval en aanmaakoverschotten van maaltijden
Deze afvalstoffen vallen onder het gewone bedrijfsafval. De verpakkings- en vervoersvoorschriften voor medisch afval zijn niet van toepassing. Hoewel dit afval een hoge zuiverheid heeft, is het niet geschikt als dierenvoeding. U mag het wel afvoeren voor vergisting of compostering.
Radioactief gecontamineerde afvalstoffen
(art. 33 - 37 ARBIS)
Bij onderzoeken en behandelingen in de medische sector worden vaak kortlevende radionucliden gebruikt, zoals Jodium-131 of Technetium-99m. De radioactieve eigenschappen verzwakken na een relatief korte periode.
Los van de radioactiviteit, veroorzaakt dit afval ook een biologisch of chemisch risico. Dit afval komt voor in het ziekenhuisafval zelf, en in het huishoudelijk afval. In dit laatste geval is het afkomstig van ambulante patiënten die een onderzoek of behandeling in een ziekenhuis hebben ondergaan. Soms wordt Jodium-131 teruggevonden in het slib van waterzuiveringstations.
De dienst Fysische Controle kan uw radioactief gecontamineerd afval opnieuw vrijgeven.
Gebruikt u radioactieve stoffen met een halveringstijd kleiner dan zes maanden? Dan mag u ze pas afvoeren na volledig verval. In dat geval moet u dit afval opslaan gedurende een periode die minstens tien keer de halveringstijd bedraagt. De opslagtijd moet u verlengen met de tijd die nodig is om een volledig verval te waarborgen.
Volgende tabel toont de vrijgave van radioactieve afvalstoffen binnen de instelling:
| Soort radioactief gecontamineerd afval |
Verpakking excreta |
Verpakking en opslag vast afval |
Kortlevende isotopen (T 1/2 < 12u |
Geen bijzondere maatregelen |
In doos, vat of kunststofzak. Opslag tot bijna volledig verval (10 x T 1/2), daarna bij het vast NRMA |
Halflanglevende isotopen met verval < 6 maanden (T 1/2 tussen 12 uur en 14 dagen |
Diagnostische dosis: geen bijzondere maatregelen Therapeutische dosis: diepvriestoilet en bewaren tot bijna volledig verval (20 - 30 x T 1/2) |
Bewaren in kunststofzakken met radioactief kenteken; Opslag tot bijna volledig verval (10 x T 1/2), daarna bij het vaste NRMA |
Langlevende isotopen met verval < 6 maanden (T 1/2 > 14 dagen) |
Verzamelen in daartoe bestemde opslaglocatie in afwachting van afvoer naar NIRAS |
Verzamelen in daartoe bestemde opslaglocatie in afwachting van afvoer naar NIRAS |
Na vrijgave moet u het afval, afhankelijk van zijn eigenschappen, beschouwen als RMA of NRMA.
De producent van radioactief gecontamineerde afvalstoffen moet de nodige voorzorg aan de dag leggen voor de vrijgave van het afval. Alle verbrandingsinstallaties hebben op termijn detectiesystemen voor radioactiviteit. Het FANC
en NIRAS sloten met de belangrijkste industriële sectoren een overeenkomst af over het beheer en de financiering van de ontdekte radioactieve bronnen.
Bepaalde ziekten vragen een behandeling met radionucliden. Meestal verblijft de patiënt hiervoor een korte tijd in het ziekenhuis, waarna hij thuis verder herstelt. Zijn lichaam bevat dan vaak nog radioactieve stoffen. De bescherming van personen die met de herstellende in contact komen is belangrijk. Daarom maakte de ziekenhuisgroep Oost-Limburg, samen met het FANC en NUTEC, in mei 2007 een aantal
brochures over de behandeling met radionucliden.
Anatomische resten op formol
Deze stoffen bevatten zowel medisch als chemisch afval. Om ethische redenen valt deze afvalstroom onder het RMA. U moet het dan ook op dezelfde manier verpakken en verwerken.
Ophaling van medisch afval met eigen middelen op verschillende campussen
Sommige instellingen hebben meerdere exploitatiezetels met dezelfde rechtspersoon, die verspreid liggen over een klein gebied. De ophaling van kleinere partijen afvalstoffen op meerdere plaatsen is relatief duur, omdat er extra stopplaatsen zijn.
Daarom mogen de instellingen voor geneeskunde zelf instaan voor het interne vervoer en dit afval verzamelen op een centrale inzamelplaats. Hierbij moet de instelling volgende regels naleven:
- vervoermiddel dat voldoet aan de constructievoorschriften van artikel 5.5.3.16 van het VLAREA;
- aanwezigheid van een verzekering voor dekking van milieuschade in overeenstemming met de voorwaarden van artikel 5.1.1.3 van het VLAREA;
- respectering van de algemene vervoersvoorwaarden vermeld in artikel 5.1.1.2 §2;
- aanwezigheid van het identificatieformulier bij het transport;
- centrale inzamelplaats die beschikt over een milieuvergunning voor de opslag van afvalstoffen afkomstig van derden.
De instelling heeft geen erkenning als overbrenger, of registratie als vervoerder van afvalstoffen nodig. De regels van het ADR-transport en zijn vrijstellingen wel van toepassing. Meer informatie over de
ADR-reglementering.

Medische Implantaten
Medische implantaten zijn onder andere: pacemakers, pijnpompen, defibrillatoren, kunstharten, ...
Ze behoren tot het RMA en vallen niet onder het toepassingsgebied van de aanvaardingsplicht voor medische hulmiddelen. Hun verbranding is dus verplicht.
De batterijen in implantaten zijn vergelijkbaar met normale batterijen. U haalt ze uit het toestel en verzamelt ze met uw gewone batterijen.
Medische AEEA
MeLaRec (deel van Recupel) organiseert de ophaling van afgedankte elektrische en elektronische medische apparaten (medische AEEA). Het beheersorganisme schreef een aantal praktische regels uit voor de inzameling van medische AEEA.
Recupel stelt een gratis ophaaldienst ter beschikking voor deze ophaling. U moet hiervoor wel een aantal voorwaarden respecteren. Zo moet u zich eerst bij Recupel registreren als inzamelpunt.
Recupel haalt geen gecontamineerde toestellen op. Wil uw instelling een dergelijk toestel laten afhalen? Dan is het inzamelpunt verantwoordelijk voor de biologische decontaminatie van het toestel en/of de vernietiging van stalen, reagentia, analyseresten en andere besmette elementen.
Dit gebeurt door:
- toepassing van de volledige decontaminatieprocedure;
- ontmanteling van elk element of toebehoren dat mogelijk in contact is geweest met besmette stalen, reagentia, analyseresten of andere besmette elementen;
- vernietiging door het inzamelpunt/de leverancier zelf, of door een derde.
Voor een inzamelpunt/leverancier met een privépraktijk (met btw-nummer), of een klein laboratorium (met Riziv-nummer) moet het gewicht per ophaling minimaal 10 kg. bedragen. De ophaling vindt maximaal twee keer per jaar plaats.
MeLaRec haalt geen radioactief gecontamineerde toestellen op.
Vloeibare resten van analysetoestellen
Analysetoestellen dienen voor de diagnose en het onderzoek van menselijke en dierlijke lichaamsvochten zoals bloed, speeksel, urine, feces en maagvocht. Hierbij ontstaan vloeibare afvalstromen:
- geanalyseerde stalen;
- verdunde stalen van lichaamsvochten;
- spoelwater na de reiniging van analysetoestellen.
Geanalyseerde en verdunde urine- en fecesstalen mag u via de riolering verwijderen. Ook het spoelwater van analysetoestellen mag u langs deze weg ruimen. Alle andere vloeibare afvalstoffen behoren tot het vloeibare RMA of NRMA. U moet ze langs het RMA-inzamelcircuit verzamelen.
Foetussen
De verwijdering van foetussen hangt af van hun leeftijd. Foetussen van minder dan twaalf weken hebben geen recht op een anonieme begraafplaats. Ze vallen onder de regels voor het RMA, na eventueel verder onderzoek door het ziekenhuislaboratorium. Foetussen met een leeftijd van minder dan twaalf weken kunnen toch op de foetusweide van een begraafplaats worden begraven, op voorwaarde dat de medische instelling een geboortecertificaat heeft afgeleverd.
Foetussen met een leeftijd van twaalf weken of meer kunnen een begrafenis krijgen op een begraafplaats.
Het is mogelijk dat er specifieke regelingen gelden in uw gemeente.
Het stoffelijk overschot van een levenloos geboren kind kan worden begraven, of de asurn kan worden begraven of bijgezet in een columbarium. De as kan ook worden uitgestrooid op het daartoe bestemd perceel van iedere begraafplaats of op de zee, die grenst aan het grondgebied van België. Het perceel op de begraafplaats hoeft niet anoniem te zijn. Integendeel, de inventaris van de begraafplaats moet vermelden wie waar is (of werd) begraven. Maar een inschrijving in de burgerlijke stand van een foetus tussen 12 en 26 weken is niet mogelijk (federale bevoegdheid). Een 'officiële' naamgeving blijft dus nog altijd een wens.
Psychotrope stoffen en verdovende middelen
Iedereen die psychotrope stoffen of verdovende middelen bezit, moet hiervan een register bijhouden. Voert u bepaalde van deze middelen af? Dan moet u ze schrappen uit het register.
De richtlijnen verschillen voor ziekenhuizen, rusthuizen en kleine artsenpraktijken.
- Ziekenhuizen moeten de vervallen verdovende middelen en psychotrope stoffen uit hun apotheek waarvoor ze een bestelbon hebben, overdragen aan een erkende overbrenger. Hiervoor gebruiken ze een bestelbon of een ander bewijs (document met handtekening van de FAGG-inspecteur). Voor verdovende middelen en psychotrope middelen waarvoor ze een voorschrift hebben, is het niet nodig een officiële bestelbon te gebruiken. Dezelfde regeling geldt voor het afval van de publiek toegankelijke apotheken.
- Rusthuizen hebben voor deze producten altijd een voorschrift nodig. Een bijkomende bestelbon of een document met handtekening van de FAGG-inspecteur is niet nodig.
- In kleine artsenpraktijken zijn deze producten gedekt door een bestelbon van de arts. Een bijkomende bestelbon of een document met de handtekening van de FAGG-inspecteur is niet nodig.
Alleen bedrijven met een vergunning van het FAGG of transporteurs die voor rekening werken van een vergunninghouder, mogen deze stoffen vervoeren.
Voor de opslag van dit afval moet u altijd een vergunning hebben.
Kadavers van gezelschapsdieren
Meldingsplicht
Het ministeriële besluit van 20 maart 2007 regelt de verzameling en ophaling van overleden gezelschapsdieren bij dierenartsenpraktijken en dierenklinieken. De meldingsplicht voor kadavers van landbouwdieren geldt niet voor dode gezelschapsdieren.
Vervoer
De eigenaar mag zijn dode gezelschapsdieren vervoeren naar een vergunde en erkende inzamelplaats voor dierlijk afval, de behandelende dierenarts of een dierencrematorium. De dierenarts mag de dode gezelschapsdieren van een particulier vervoeren naar zijn praktijk.
Tijdelijke opslag van dode gezelschapsdieren bij dierenartsen
In afwachting van hun ophaling, moet de dierenarts dode gezelschapsdieren zo opslaan, dat hij het besmettingsgevaar voor mens en dier en de vervuiling van het milieu zo veel mogelijk beperkt.
Het ministeriële besluit van 20 maart 2007 legt nadere bepalingen op:
Dode gezelschapsdieren moet u in afwachting van hun ophaling door een erkende ophaler, verzamelen in lekvrije, afsluitbare zakken. Hierop moet u het opschrift 'categorie 1-materiaal - uitsluitend geschikt voor verwijdering' aanbrengen.
Aan de tijdelijke opslag van dode gezelschapsdieren zijn volgende voorwaarden, afhankelijk van hun aard van bewaring verbonden:
- ophaling binnen twee werkdagen bij bewaring bij een omgevingstemperatuur hoger dan 5 °C.
- minimaal één ophaling per twee weken bij bewaring in een actief gekoelde en afgesloten ruimte of een recipiënt bij een temperatuur van maximaal 5 °C. De koelruimte of het recipiënt moet het opschrift 'categorie 1-materiaal - uitsluitend geschikt voor verwijdering' dragen.
- ophaling op vraag van de dierenarts bij bewaring in een actief gekoelde en afgesloten ruimte of een recipiënt bij een temperatuur van maximaal -10 °C. De koelruimte of het recipiënt moet het opschrift 'categorie 1-materiaal - uitsluitend geschikt voor verwijdering' dragen.
Na elke lediging moet u de koelcel of diepvriezer reinigen en ontsmetten.

Inzamelplaats voor dode gezelschapsdieren van derden (andere dan eigen klanten)
Wil een dierenarts dode gezelschapsdieren inzamelen van derden (niet-klanten)? Dan moet hij hiervoor voldoen aan de voorwaarden van een gemeentelijk containerpark. Deze voorwaarden zijn:
- milieuvergunning voor rubriek 2.1.1 van Vlarem I.
- erkenning als intermediair bedrijf volgens Verordening (EG) Nr. 1774/2002 van 3 oktober 2002 tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften voor dierlijke bijproducten die niet bestemd zijn voor menselijke consumptie.
- opslag in een gesloten ruimte die gekoeld is op een temperatuur van maximaal 10 °C.
- aanvoer uitsluitend onder toezicht van een verantwoordelijke.
- garantie voor hygiënische aanvoer: het dode gezelschapsdier moet in een lekvrije verpakking aangeboden worden. Die is eventueel verkrijgbaar op de inzamelplaats.
- dode gezelschapsdieren vallen onder 'categorie 1-materiaal bestemd voor vernietiging'. U vraagt best een schriftelijke overeenkomst aan een erkende ophaler als garantie voor een adequate afvalverwerking.
- verplichte opstelling van een afvalstromenregister. Hierin staan volgende gegevens: leveringsdatum, herkomst van het dierlijk afval, diersoort, hoeveelheid, bestemming, naam van de erkende afvaltransporteur naar de verwerker, datum van ophaling.
- alleen dode gezelschapsdieren mogen worden aangevoerd. Hieronder vallen alle dieren die de mens in of rond het huis houdt en voor zijn plezier verzorgt. Tot deze categorie behoren onder meer:
- honden, katten, knaagdieren, kooi- en volièrevogels, duiven en vissen;
- zonder commerciële doeleinden: konijnen, kippen, kalkoenen, kwartels, eenden, ganzen, parelhoenders en fazanten.
Meer informatie over de bestemmingsmogelijkheden voor dode gezelschapsdieren vindt u in de OVAM-brochure 'Je gezelschapsdier overleden ... Wat nu?', die u gratis bij de OVAM kunt aanvragen.
- dode dieren, die behoren tot het runder-, varkens-, schapen-, geiten- of hertenras, of die thuishoren bij de eenhoevigen, mogen niet worden aangevoerd. Na melding haalt Rendac nv deze landbouwdieren op bij particulieren. Vanaf 2008 zal de particulier moeten betalen voor deze dienst. Opgelet: het containerpark mag wel het slachtafval aanvaarden van de thuisslachting van schapen, geiten, varkens en herten.
Traceerbaarheid
Dierlijk afval moet op elk ogenblik traceerbaar zijn. Daarom moet een erkende ophaler een handelsdocument (vervoersdocument) in drievoud opstellen voor elk vervoer van dode gezelschapsdieren. Dit document moet volgende gegevens vermelden:
- naam en adres van de dierenarts bij wie de ophaling gebeurt;
- per diersoort het aantal afgehaalde dieren;
- het opschrift 'Categorie 1-materiaal - uitsluitend geschikt voor verwijdering';
- identificatiegegevens van de ophaler;
- naam en adres van bestemming (crematorium, verbrandingsoven, verwerker).
Het eerste exemplaar van het document is bestemd voor de dierenarts. Het tweede is voor de ophaler en moet altijd het transport vergezellen. Het derde is voor de eindbestemmeling.
De dierenarts houdt zijn exemplaar van het handelsdocument en de facturen drie jaar ter inzage van de toezichthoudende overheid.
Proefdierkadavers
Anatomische delen van dieren behoren tot het risicohoudend medisch afval (RMA) en moet u op dezelfde wijze behandelen. Ook proefdieren gebruikt voor medisch onderzoek zijn RMA.
Veeteelt - geneeskundige verzorging
Op veebedrijven voert een veearts, of in sommige gevallen de landbouwer zelf, medische handelingen uit op dieren. De afvalstoffen die bij deze activiteiten ontstaan, zijn medisch afval. U moet ze dan ook als dusdanig hanteren.
Landbouwers hebben vaak niet de gepaste middelen om correct om te gaan met de afvalstoffen die overblijven na de toediening van injecties of geneesmiddelen onder een bedrijfsbegeleidingscontract. Dit afval bestaat o.a. uit vaccinflesjes, injectienaalden en restanten van geneesmiddelen.
Dierenartsen komen regelmatig op deze bedrijven langs en kunnen de veetelers hierbij raad geven. Ze hebben meestal goede contacten met erkende ophalers.
Om dit afval legaal te verwerken, kan de landbouwer ook gebruik maken van de ophaalmogelijkheden van het RMA bij geneeskundige praktijken. Maar de inzameling onder het statuut van 'groepspraktijken' is niet mogelijk.
De eigenaar moet de aanwezigheid van een dood landbouwdier melden aan een ophaler van kadavers van landbouwdieren - binnen de 24 uur na de dood. Momenteel heeft alleen Rendac nv uit Denderleeuw een vergunning als ophaler van kadavers. Zijn klantendienst bereikt u op 053 64 02 11. De ophaling van kadavers van landbouwdieren bij particulieren en kleine veehouders wordt betalend vanaf 2008. Gemeenten en middelgrote of grote veehouderijen zonder abonnement betalen aan Rendac een vergoeding per ophaling.
Tabel medische afvalstoffen