u bent hier : Home > OVAM > Overzichten > FAQ > Bodem > Bodemonderzoek

Bodemonderzoek - FAQ

- Bodemonderzoek - algemeen
- Oriënterend bodemonderzoek
- Beschrijvend bodemonderzoek
- Invoerprogramma bodemsaneringsdeskundigen
- Uitwisseling ruimtelijke gegevens



-Bodemonderzoek - algemeen
  • Heb ik recht op een schadevergoeding als in mijn buurt verontreiniging wordt aangetroffen ?

    Als uw terrein verontreinigd is door bodemverontreiniging die ergens anders tot stand is gekomen, is de exploitant/eigenaar/gebruiker van de grond waar deze verontreiniging tot stand kwam, verplicht om ook op uw terrein te saneren indien daartoe een noodzaak is. Los van het Bodemdecreet blijft ook de andere wetgeving van toepassing, zoals die van het Burgerlijk wetboek. Dat bevat tal van bepalingen waarop u een beroep kan doen indien u schade lijdt door toedoen van de fout van een ander, of indien u schade ondervindt door de bodemverontreiniging op een nabijgelegen terrein.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Historische bodemverontreiniging is een verontreiniging die voor 29.10.1995 aan de OVAM werd gemeld.

    Niet correct. Historische bodemverontreiniging is een verontreiniging die tot stand kwam voor de inwerkingtreding van het decreet (29.10.1995). Wanneer de aanwezigheid van deze verontreiniging aan de OVAM wordt gemeld, doet hierbij niet ter zake. Het is wel zo dat de erkend bodemsaneringsdeskundige aan de OVAM de nodige bewijsvoering zal moeten leveren om de historiciteit te staven.

    Naarmate de tijd verstrijkt zal het moeilijker worden om het bewijs te leveren dat de aangetroffen bodemverontreiniging ontstaan is voor 29.10.1995. Vooral bij een continue exploitatie is dit niet evident.

    Anderzijds is het wel eenvoudig om producten die niet meer in het actuele productieproces voorkomen, maar gerelateerd zijn aan activiteiten van 20 jaar geleden, te bestempelen als historische bodemverontreiniging.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Betekent een grond, opgenomen in het grondeninformatieregister, een gevaar voor de volksgezondheid ?

    In het grondeninformatieregister vindt men per perceel waarover reeds gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit gekend zijn (bv indien reeds een oriënterend bodemonderzoek is uitgevoerd), onder meer een samenvattende omschrijving van de ernst van de bodemverontreiniging.

    Afhankelijk van de ernst van verontreiniging, kan de bodemverontreiniging mogelijk wel een gevaar betekenen voor de volksgezondheid. De bodem vervult namelijk verschillende functies (bewoning, landbouw, recreatie, industrie,…) en de verontreiniging hiervan kan direct de kwaliteit van het leven aantasten. Daarbij denkt men bijvoorbeeld aan de gevolgen voor de gezondheid van mensen, planten en dieren door contact met schadelijke stoffen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • De bodemsaneringsnorm is overschreden. Is onze woning nu onbewoonbaar ?

    Over de bodemsaneringsnormen en de gevolgen voor de volksgezondheid bij overschrijding ervan, bestaan er nogal wat misvattingen. Het is niet zo dat een beperkte overschrijding van deze normen aanleiding geeft tot onmiddellijke ziekteverschijnselen of lichamelijke schade. Bij de opstelling en bepaling van de normen werden er ruime veiligheidsmarges ingebouwd en dit om diverse redenen.

    Allereerst zijn er de toxische eigenschappen van de producten waarbij er een graad van onzekerheid heerst over welke dosis er nu effectief schadelijk is. De keuze van de hoeveelheid die een gevaar oplevert, is dan ook aan de veilige kant. Daarnaast zijn de stoffen vastgehecht aan de bodemdeeltjes waardoor deze niet steeds opgenomen worden door de mens (of ook dieren en planten) en bijgevolg minder of geen schadelijke werking hebben. Ook de chemische vorm waaronder de stof voorkomt, heeft een effect op de gevaarswaarde. En tenslotte moet de mens in voldoende mate in contact komen met de verontreiniging opdat er problemen optreden.

    Dit laatste wordt berekend met zogenaamde blootstellingmodellen. Dit zijn computerprogramma's waarin op basis van de stof- en bodemeigenschappen, de inname van een hoeveelheid verontreiniging wordt berekend in diverse leefomstandigheden en bewoningsscenario's. Ook hier werden bij de bepaling van de bodemsaneringsnormen de nodige veiligheidsmarges ingebouwd.

    De OVAM geeft via de bodemattesten aan in hoeverre er een saneringsnoodzaak rust op een bepaalde grond. Indien de OVAM van oordeel is dat de bodemverontreiniging dermate ernstig is dat de volksgezondheid onmiddellijk gevaar loopt, dan worden er veiligheidsmaatregelen afgekondigd. Deze situaties zijn zeldzaam en in de gevallen die we tot nu toe hadden, werden de bodemsaneringsnormen tientallen malen overschreden.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Kan bodemverontreiniging ook luchtvervuiling veroorzaken ?

    Voor een aantal vluchtige verontreinigende stoffen bestaat deze mogelijkheid inderdaad. Indien een bodem ernstig verontreinigd is met vluchtige stoffen (bijvoorbeeld benzeen) kan de verdamping hiervan aanleiding geven tot ernstige risico's voor de mensen die boven de verontreiniging wonen of werken. Deze vluchtigheid wordt in dergelijke gevallen zelfs gebruikt om de verontreiniging te kunnen saneren. We spreken dan van bodemluchtextractie, waarbij de lucht met de vluchtige bestanddelen uit de bodem wordt onttrokken. Op die manier kan de verontreiniging zelf uit de bodem worden gehaald.

    In extreme gevallen kan de bovenste bodemlaag dermate sterk verontreinigd zijn zodat er geen begroeiing meer voorkomt. Hierbij is het mogelijk dat er verspreiding van verontreiniging naar naburige terreinen optreedt door stof opwaaiing.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat is het verschil tussen gevaar en risico ?

    We spreken over gevaar wanneer we het hebben over de gevaarlijke eigenschappen van een stof. Benzo(a)pyreen bijvoorbeeld is een stof waarvan wetenschappers stellen dat ze kanker kan veroorzaken en is dus een gevaarlijke stof.
    Wanneer we het hebben over het risico dat een bepaalde stof inhoudt, houden we rekening met alle omgevingsfactoren. We kijken naar drie elementen : wat is de stof, aan wie kan ze schade toebrengen, en hoe, op welke manier, kan ze dat doen.
    Uiteraard kan de stof zelf gevaarlijk zijn. We gaan ook na wie nadelige gevolgen kan oplopen: kinderen die op een terrein spelen (zoals in een woonzone) of enkel volwassenen (zoals in een industriezone). De OVAM controleert bijvoorbeeld ook of er grondwater aanwezig is dat kan dienen als drinkwater. Een derde controle betreft de manieren waarop een stof schade kan toebrengen De stof kan aan de oppervlakte liggen, zodat kinderen ze kunnen aanraken en in de mond steken, maar ze kan zich ook diep onder het oppervlak bevinden.
    Kan ze via tuingroenten in onze voeding terechtkomen? Verdampt ze, zodat we ze kunnen inademen? Dergelijke elementen worden allemaal overwogen wanneer we ons de vraag stellen of een gevaarlijke stof nu echt een risico vormt voor de mens en het milieu in een bepaalde situatie.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat met zelfgekweekte groenten, huisdieren bij bodemverontreiniging ?
    Bij de vaststelling van bodemverontreiniging die een sanering noodzakelijk maakt, is het alleszins aangeraden om zelfgekweekte groenten goed te wassen voor ze te gebruiken. Groenten nemen slechts een beperkt aantal risicodragende substanties op, maar stof dat op de groenten valt, kan wel verontreinigd zijn. Goed wassen verwijdert al het stof en dan geven de meeste verontreinigingen geen problemen meer.

    Verder bestaat er geen algemene regel. Verontreinigingen volgen uiteenlopende wegen om bij mens, dier of in het milieu terecht te komen. Om dit in te schatten is een risico-evaluatie nodig. Die stap maakt deel uit van het beschrijvend bodemonderzoek. Als uit het oriënterend bodemonderzoek blijkt dat er ernstige problemen zijn, zal de OVAM voorzorgsmaatregelen opleggen om de grootste risico's te vermijden. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat men best geen zelfgeteelde groenten meer eet.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Ik woon in de buurt van een bedrijf waarvan de activiteit voorkomt op de lijst van inrichtingen die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken, een zogenaamde risicogrond. Hoe gevaarlijk is dit voor mijn gezin ?

    Het is belangrijk om het onderscheid te maken tussen een grond waar de bodemverontreiniging een bedreiging (risico) vormt en een grond waarop een inrichting gevestigd is die mogelijks bodemverontreiniging kan veroorzaken. Dit laatste wordt dan ook bedoeld met een risicogrond.

    Door de Vlaamse regering werd een lijst opgesteld van inrichtingen die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken. Deze keuze van bodembedreigende inrichtingen is gebaseerd op ervaringen in binnen- en buitenland. De wetgever heeft vooral de bedoeling gehad om deze bedrijven een aantal controles van de bodemkwaliteit op te leggen om zodoende na te gaan in hoeverre er maatregelen nodig zijn.

    Het wonen in de buurt van zo een bedrijf betekent dus helemaal niet dat je gezondheid in gevaar is doordat de bodem zwaar verontreinigd is. Er is integendeel een controlesysteem opgezet om tijdig in te grijpen indien er bodemverontreiniging zou ontstaan.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Waar is in mijn buurt al een bodemonderzoek uitgevoerd?
    Een kaart met de locatie van de verschillende bodemonderzoeken kan je vinden op het gedeelte 'Algemeen>Bodem>Onderzoek en sanering>Waar al gebeurd?'. Klik hier hier om direct naar deze pagina te gaan.

    Terug naar het begin van de pagina



-Oriënterend bodemonderzoek
  • Wat is een oriënterend bodemonderzoek ?

    Als je praat over een grondeninformatieregister en de noodzaak van bodemsanering, dan ligt het voor de hand dat er ook goede afspraken zijn over de wijze waarop de informatie over de bodemkwaliteit wordt verzameld. Het oriënterend bodemonderzoek is een eerste, verkennend bodemonderzoek dat nagaat welke plaatsen van het terrein de grootste kans lopen op bodemverontreiniging. Op basis van deze gegevens worden een aantal bodemmonsters genomen en geanalyseerd. De resultaten hiervan worden geïnterpreteerd en een uitspraak over de noodzaak tot verder bodemonderzoek (beschrijvend bodemonderzoek en ventueel bodemsanering) is het finale besluit van dit onderzoek.

    Al deze onderzoeksdaden worden gesteld door een erkend bodemsaneringsdeskundige. De uitvoeringstermijn en de kostprijs van het onderzoek is uiteraard sterk afhankelijk van de terreingrootte en de complexiteit van de mogelijke verontreinigingsbronnen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Een oriënterend bodemonderzoek kost minstens 5000 EUR ?

    Er is geen prijsbarema of iets dergelijks voor de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek. De kostprijs is duidelijk in functie van de terreingrootte, de hoeveelheid staalnames en analyses, de diepte van het grondwater, de moeilijkheidsgraad bij de boringen,… . Onze ervaring leert echter dat de kostprijs van een oriënterend bodemonderzoek op een relatief kleine site waarop weinig verontreinigingsbronnen gesitueerd zijn, beduidend lager ligt dan 5000 EUR.

    Een belangrijk gegeven bij de beoordeling van de kostprijs is dat men duidelijk nagaat welke diensten er zullen geleverd worden. De offertes moeten voldoende gedetailleerd worden opdat een onderlinge vergelijking mogelijk is. Daarnaast merken we op dat een oriënterend bodemonderzoek meer is dan een onderzoek van de bodem. Daarmee bedoelen we concreet dat je als opdrachtgever moet nagaan in hoeverre je een algemene begeleiding bij het 'bodemdossier' wenselijk acht. Maak indien nodig afspraken over de ondersteuning die je van de deskundige verwacht.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Bij de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek zijn er ook grondwaterstaalnamen nodig. Is er hier een misverstand in het spel ?

    De grondwatercontrole maakt integraal deel uit van het oriënterend bodemonderzoek. De reden hiervoor is te vinden in de definitie van een bodem. Volgens het Bodemdecreet is een bodem het vaste deel van de aarde met inbegrip van het grondwater. Vandaar dan ook dat een bodemonderzoek staalnamen omvat van de vaste grond en het grondwater. In sommige gevallen wordt ook de bodemlucht geanalyseerd.

    Deze aanpak is eigenlijk logisch te verklaren. Stel dat je enkel de verontreiniging in de bovenste onverzadigde bodemlaag zou saneren. In dit geval is wel de bron van verontreiniging voor een groot gedeelte geëlimineerd. Het is echter aannemelijk dat de buurt nog kan geconfronteerd worden met de verontreiniging die zich via het grondwater verplaatst. In de veronderstelling dat we enkel de grond zouden saneren, leveren we meestal maar half werk en dat kan toch niet de bedoeling zijn.

    Terug naar het begin van de pagina



-Beschrijvend bodemonderzoek
  • Moet ik bij het beschrijvend bodemonderzoek op mijn terrein eveneens de grondwaterverontreiniging die afkomstig is van mijn buur eveneens afperken ?

    Nee, je hoeft niet de grondwaterverontreiniging van je buurman in kaart te brengen. Deze situaties worden ook wel eens aangeduid met de term onderstroming. Dat je in die gevallen geen afperking van de grondwatervervuiling moet doen, hangt in feite samen met de aanduiding van de saneringsplichtige. Voor de saneringsplicht gaan we immers kijken naar de grond waar de bodemverontreiniging tot stand is gekomen en daar zal overeenkomstig het Bodemdecreet de saneringsplichtige persoon aangeduid worden.

    Terug naar het begin van de pagina



-Invoerprogramma bodemsaneringsdeskundigen
  • Vanaf wanneer is een XML-bestand uit IBD3 geldig en tot wanneer kunnen gegevens uit IBD2 aangeleverd worden?
    Tot 31.10.2002 kunnen nog gegevens uit IBD2 alsook XML-bestanden met een versie lager dan 1.0.4.0.0 aangeleverd worden. Daarna diene het XML-bestanden te zijn met een versie 1.0.4.0.0 of hoger.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Er is op een perceel geen Vlarebo-activiteit, hoe moet ik dit invoeren?
    U dient dan keuze ‘0 geen’ te selecteren voor dit perceel.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Ik kan bij een historische vervuiling voor een oriënterend bodemonderzoek niet de classificatie Y kiezen, klopt dit?
    Dit klopt inderdaad, je kan enkel Y kiezen als het evaluatiekader EAEB geactiveerd en ingevuld is. EAEB wordt opgelicht als je bij classificatie eerst bv. een "R" plaatst. Je vinkt EAEB aan en er verschijnt een extra tabblad "Zones". Je vult alles in waar nodig enachteraf wijzig je de "R" in "Y"

    Terug naar het begin van de pagina



  • De XML-standaard is van versie veranderd, wat moet ik nu doen?
    Afhankelijk van het niveau waarop de versie veranderd is, kan je nog verder werken met het huidige programma. Indien het een versieverandering van een laag niveau is (bvb. 1.0.2.0.0 naar 1.0.3.0.0) dan kan je gewoon met het huidige programma verder werken. Je downloadt dan eerst de recentste versie naar je pc. Vervolgens plaats je de bestanden OVAM.xsd, OVAM_Lookup.xsd en OVAM_lookup.xml in de map waarin ook IBD3.exe aanwezig is. Normaal gezien staan daar dergelijke bestanden al. Je overschrijft deze. Vervolgens kan je gewoon verder werken in het programma. Er wordt verder gewerkt met de nieuwe versie van de XML-standaard.
    Indien het een versieverandering is van een hoger niveau waardoor het programma niet meer kan gebruikt worden, dan zal vanuit de OVAM duidelijk gezegd worden of deze aanpassing door de OVAM in het invoerprogramma zal verwerkt worden. Indien dit niet het geval is, moet de deskundige na een overgangsperiode zelf in staat zijn om een XML-bestand in de nieuwe versie aan te leveren.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Als ik in IBD3 op OK of Toepassen druk, krijg ik de boodschap 'Bestandsnaam niet gevonden', wat nu?
    Vermoedelijk is in het vald rapportcode een '/' aanwezig. Volgens de standaarden van Windows mag dit niet. Je vervangt dit dus best door een '-' of een '|'.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Als ik een afdrukvoorbeeld wil maken krijg ik de boodschap 'Geen waarneming aanwezig'. Hoe kan ik dit oplossen?
    Vermoedelijk is er bij een waarneming vergeten om één van de vier opties (analyseresultaten, bodemprofiel, geurwaarneming, verontreinigingsafbakening) te kiezen en de bijhorende gegevens in te vullen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Als ik een afdrukvoorbeeld wil maken, krijg ik de boodschap 'Klasse niet geregistreerd'. Wat nu?
    Vermoedelijk is er een fout opgetreden bij de installatie. U dient te verifiëren of het programma geïnstalleerd is op de pc waarop je aan het werken bent. Een snelkoppeling volstaat niet. De setup.exe dient vanop die pc geactiveerd te zijn. Dit is noodzakelijk om de juiste dll-bestanden te plaatsen en registraties uit te voeren.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Hoe moet ik de hoogtegegevens van een peilput ingeven?
    De hoogte van het referentiepunt is steeds tov TAW.
    Alle andere hoogtes zijn relatief tov het referentiepunt met positeve as naar beneden gericht. (Hierdoor geen negatieve waarden.) Je dient er best wel op te letten dat het referentiepunt het hoogste ligt.
    Bvb; Een staal van een peilbuis ligt tussen twee en drie meter diep en het maaiveld bevindt zich op vijf meter TAW. Je dient dit dan als volgt in te geven in IBD:
    Referentiehoogte 5;
    Maaiveld 0 (want gelijk met referentiehoogte);
    Top 2;
    Basis 3.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Als ik een rapport wil maken, verschijnt de boodschap ''adres' is leeg of heeft een ongeldige waarde volgens het OVAM validatiebestand''. Wat moet ik nu doen?
    Een adres dient steeds minstens 1 en maxuimaal 40 karakters te tellen. Controleer dit en pas dit densoods aan. Normaal gezien zal dit de oplossing zijn voor het probleem.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat geef ik in als de geanalyseerde waarde beneden de detectielimiet is?
    Als waarde geef je de detectielimiet in.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Hoe worden mengmonsters ingevoerd?
    Geef dit in als één profiel (met de coördinaten van het middelpunt).

    Terug naar het begin van de pagina



  • Een perceel ligt gedeeltelijk in bestemmingstype II en gedeeltelijk in bestemmingstype III. Hoe geef je dit in?
    Geef als bestemmingstype de ‘strengste’ waarde in, in dit geval dus II. Bij de evaluatie van elke analyse kan je wel rekening houden met de ligging op het perceel. Je kan dit ook aangeven bij de commentaar.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Als het profiel een boring betreft, ten opzichte van wat moet dan de z-coördinaat gemeten worden?
    Ook bij een boring dient de z-coördinaat ten opzichte van TAW te worden ingemeten.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Welke type is een profiel dat zowel een boring als een peilbuis is?
    Een peilbuis.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Hoe geef je een perceel in dat op gemeenschapsgrond ligt?
    Je geeft de juiste kadasterafdeling en het juiste sectienummer. Verder geef je als grondnummer 9999 in. Indien er meerdere dergelijke percelen zijn, zet je telkens een bisnummer(vb 9999 01, 9999 02, 9999 03,…)

    Terug naar het begin van de pagina



  • Er is geen bisnummer aanwezig in het perceel. Hoe vul ik dit in?
    Je laat dit blanco, zeker geen 0 invullen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Moeten alle analyseresultaten die opgenomen zijn in het txt-bestand geïmporteerd worden of enkel deze stoffen waarvoor de bodemsaneringsnorm van 80% overschreden is?
    Alle resultaten moeten geïmporteerd worden.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Welke code moet er toegekend worden aan een analyseresultaat waarvoor de bodemsaneringsnorm lager ligt dan 80%? H(istorsich), N(ieuw) of G(emengd)?
    Deze code heeft geen belang omdat het over geen verontreiniging gaat. We spreken af dat hier de code H gehanteerd wordt.

    Terug naar het begin van de pagina



-Uitwisseling ruimtelijke gegevens
  • Vanaf wanneer moet bij een onderzoek GIS-gegevens toegevoegd worden?
    Bij elk bodemonderzoek dat vanaf 1/3/2004 bij OVAM wordt ingediend, dienen GIS-gegevens toegevoegd te worden. Voor een oriënterend bodemonderzoek is het infrastructuurplan dan verplicht en bij een beschrijvend bodemonderzoek de verontreinigingcontouren. Vanaf 1/10/2004 dient bij een beschrijvend bodemonderzoek eveneens het infrastructuurplan toegevoegd te worden.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Hoe dienen die bestanden opgebouwd te zijn?
    Consulteer hiervoor het analysedocument dat u kan downloaden vanop de website.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Moet ik shape-bestanden aanleveren?
    Het shape-formaat (*.shp, .shx en .dbf) is inderdaad het preferentiële formaat. Dit bestandformaat kan door de meeste GIS-pakketten gegenereerd worden. (Daarnaast mogen ook GeoMedia Warehouses (*.mdb) aangeleverd worden.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Mag ik een *.dwg-bestand aanleveren?
    U mag een dergelijk bestand als illustratie toevoegen. Het is echter geen GIS-formaat en het voldoet niet aan de gedefinieerde standaard.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat moet ik op een infrastructuurplan allemaal intekenen?
    Er is een lijst opgemaakt met allemaal objecten. U dient op de onderzocht percelen alle verplichte objecten in te tekenen. In de risicozones moet u alle objecten uit de lijst intekenen. Een risico is daar waar een mogelijk vervuilende activiteit is. De uitgestrektheid van een risicozone wordt aan het oordeel van de deskundigen gelaten. Als een risicozone aan de rand van het perceel ligt, dan tekent u eveneens de objecten aan de rand van het naburige perceel.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Een risicozone ligt aan de rand van het perceel. Moet ik het naburige perceel ook intekenen?
    Als een risicozone aan de rand van een perceel ligt, dan dient u de objecten in de nabije omgeving in te tekenen. Ook als die zich op het naburige perceel bevinden.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Welke verontreinigingcontouren moet ik intekenen?
    U dient dezelfde contouren in tekenen zoals deze in het standaardprocedure vermeld staan.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat moeten we doen bij groepstoffen zoals BTEX? De norm kan je daar niet terugbrengen tot een getal.
    U geeft de contouren van alle relevante deelstoffen. Als bijvoorbeeld de meest uitgebreide vlek deze van benzeen is en de andere stoffen geven maar kleine vlekjes binnen het grote vlak, dan volstaat het om enkel benzeen aan te leveren.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Het onderzoekgebied is opgebouwd uit materiaal met een verschillend kleigehalte. Hierdoor variëren ook mijn normwaarden. Wat moet ik in zo’n geval doen?
    Als u zou werken met duidelijk afgebakende zones, dan tekent u de normwaarden voor die zones. Indien het te complex is hiervoor, dan tekent u de laagste normwaarde.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Moeten we de objecten als punten, lijnen of vlakken intekenen?
    Alle objecten mogen als vlakken ingetekend worden. Sommige objecten mogen eveneens als lijnen of punten ingetekend worden. Om hier duidelijkheid in te scheppen, is aan de lijst van de infrastructuurobjecten een attribuut toegevoegd die aangeeft wat het geometrische type is.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Bij het intekenen van de drijflagen, nemen we dan de reële of de schijnbare uitbreiding?
    U dient de waargenomen uitbreiding in te tekenen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Ik teken in ten opzichte van een referentielaag. Is er een dergelijke laag vastgelegd?
    U bent hierin vrij zolang u de vooropgestelde nauwkeurigheid behaalt. Er dient wel een kantekening gezet te worden bij de Kadscan-laag. Hiervan is de nauwkeurigheid niet steeds voldoende. De fout kan soms tot meer dan 10 meter oplopen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Er zijn drie tanks, op mijn perceel, één lekt ervan. Wat en hoe moet ik dit intekenen?
    U tekent de drie tanks in. Bij de niet-lekkende tanks geeft u atribuut 'Ver_inr' een waarde 0. Bij de lekkende tank geeft u atribuut 'Ver_inr' een waarde 1.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Welke referentieobjecten moeten ingetekend worden?
    Er zijn twee mogelijkheden om voldoende referentiegegevens in te tekenen: - U tekent een puntenlaag met, naast andere infrastructuurobjecten, minstens drie referentiepunten waarbij er duidelijk in het veld 'Opmerking' is aangegeven waarmee het punt overeenstemt; - U tekent een vlakkenlaag met, naast andere infrastructuurobjecten, perceelsvlakken (objecten 06010001 of 06010002). In de attributen geeft u aan over welke percelen het gaat. De gegevens dienen steeds aan minstens één van beide opties te voldoen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat moet ik als code geven bij een infrastructuurobject dat niet in de lijst staat?
    Geef als type de code '99999999'. In het veld 'Opmerking' kan je dan specifiëren waarover het gaat.

    Terug naar het begin van de pagina