u bent hier : Home > Bodem > Beleid
landschap

Krachtlijnen voor de aanpak van bodemverontreiniging in 2012

Bijdragen aan het voorkomen van bodemverontreiniging

De vlotte aanpak van ‘schadegevallen’ voor accidentele verontreinigingen wordt verder gezet. In 2012 wordt een systeem uitgewerkt voor het strikt handhaven van nieuwe bodemverontreiniging boven de bodemsaneringsnorm. Hiermee worden ernstige schade en oplopende kosten beter voorkomen, en wordt het signaal gegeven dat preventie loont. De implementatie is voorzien voor 2013. In de richtlijn ‘Industriële emissies’ staat dat exploitanten van een aantal risico-inrichtingen een nulonderzoek moeten uitvoeren. In het implementatietraject van de richtlijn worden deze nulonderzoeken geïntegreerd in de bestaande verplichting om bodemonderzoeken uit te voeren.

Maximaal faciliteren van overdrachten

Bodemattesten worden zo snel mogelijk afgeleverd. De dossierbehandeling bij overdracht van een risicogrond, gebeurt zo efficiënt en klantvriendelijk mogelijk. Voor complexe overdrachtsdossiers worden oplossingen op maat uitgewerkt. Soms worden faillissementen geblokkeerd door zwaar verontreinigde gronden. Binnen de budgettaire mogelijkheden zal OVAM de terreinen aankopen, saneren in functie van herontwikkeling, en opnieuw op de markt brengen. In 2011 werden de eerste terreinen in het kader van het protocol curatoren aangekocht.

Maximaal faciliteren van bouwprojecten op risicogronden

In afwachting van een sanering van een historisch verontreinigde grond moeten bouwprojecten mogelijk blijven en moet een bodemsanering zo goed mogelijk geïntegreerd worden in bouwwerken. Voor elk gestart ambtshalve dossier worden de integratiemogelijkheden onderzocht en, waar realistisch, benut.

Maximaal faciliteren herontwikkeling brownfields en andere verontreinigde terreinen

Op 9 september 2011 keurde de Vlaamse Regering het ontwerp van wijzigingsdecreet over de Brownfieldconvenanten definitief goed. In de visienota, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 29 april 2011, wordt onder meer ook het instrument SanInvest omschreven. SanInvest zou een antwoord moeten bieden op de problematiek van de zogenaamde blackfields. Dat zijn zeer zwaar verontreinigde terreinen waarvoor het instrumentarium van het brownfieldconvenantendecreet tekortschiet.

Momenteel zijn er 27 brownfieldconvenanten en 13 realisatieconvenanten voor vrijstelling van financiële zekerheid afgesloten. Bij de tweede oproep brownfieldconvenanten werden 21 dossiers ontvankelijk en gegrond bevonden. De OVAM voerde in 2011 ook een aantal cruciale ambtshalve werken uit om de herontwikkeling van brownfields mogelijk te maken. Sprekende voorbeelden zijn de ambtshalve saneringen van Carcoke in Zeebrugge, Balmatt te Mol en de Hoedhaar-site te Lokeren.

Een aantal brownfields is zo zwaar verontreinigd, dat een ontwikkeling geblokkeerd wordt door de mogelijke saneringskost. De OVAM gaat de kosten en baten onderzoeken van een gerichte aankoop en sanering van dergelijke terreinen, met het oog op verkoop en herontwikkeling. Binnen de beschikbare middelen zal bekeken worden of welke aankopen eventueel opportuun zijn. In 2011 werd een verkennende oefening uitgevoerd voor een mogelijke samenwerking met overheidsactoren en actoren in de non-profit sector. Zo’n samenwerking mikt op de herontwikkeling van terreinen, waarbij de bodemverontreiniging een belemmerende factor vormt.

Verfijning van het onderzoeks- en saneringsbeleid

Ondertussen is er een gewijzigd ontwerp van het regelgevend kader (Vlarebo) rond bodemsaneringsorganisaties opgemaakt. De oprichting van een Belgisch (of interregionaal) stookoliefonds werd op de agenda geplaatst van de Interministeriële Conferentie Leefmilieu (ICL) van 31 maart 2011. In mei richtte men een ICL-werkgroep op, samengesteld uit vertegenwoordigers van de kabinetten van de gewestelijke en federale ministers, om de onderhandelingen opnieuw te starten. Ook werd verder gewerkt aan de voorbereiding van een mogelijk Vlaams stookoliefonds. Voor de inventarisering van verontreinigde terreinen werd in 2011 gefocust op de gronden binnen de strategische projecten ‘drinkwaterwinning’ en ‘gemeentelijke gasfabrieken’. Via een selectief aanmaningsbeleid wordt dit ondersteund, met name in beschermingszones voor drinkwaterwinning.

Tegen eind 2012 wordt een operationeel systeem uitgewerkt, dat de overdracht van gegevens verbetert. Het in 2011 uitgewerkte plan van aanpak om de gemeenten te ondersteunen voor de werking van hun gemeentelijke inventaris werd getest in vijf gemeenten. Tegen eind 2012 werkt de OVAM ook systemen uit voor de opvolging van ‘melding van verontreinigingen’ en ‘termijnopvolging onderzoeks- en saneringsplicht’. Diverse woonzones bevinden zich op risicogronden. In het verleden werd geen rekening gehouden met bodemverontreiniging, waardoor de bewoners eventueel schade kunnen ondervinden. Deze problematiek wordt verder aangepakt via nieuwe woonzoneprojecten. Een aantal bedrijven en overheden heeft meerdere risicogronden onder hun beheer. Via bedrijfsspecifieke overeenkomsten wordt een planmatige aanpak afgesproken voor dit verontreinigingspassief. Op oude industrieterreinen, of in een stedelijke omgeving hebben diverse verontreinigingen zich vaak vermeng. Sanering van een individuele grond is dan geen duurzame oplossing. Voor de aanpak op maat is een grootschalig proefproject (sanering van verontreiniging met zinkassen) in uitvoering en worden enkele clusters voorbereid.

Om het beleid rond verontreinigde waterbodems verder vorm te geven, werd in 2011 een nieuw proefproject uitgevoerd. In 2012 volgt een bijkomend project, waarvoor de voorbereidingen al gestart zijn. Tegen eind 2012 wordt een project uitgevoerd rond kwaliteitsborging, en een planningssysteem voor ambtshalve bodemsanering. Dit zorgt er vanaf 2013 voor dat binnen het jaar na de beslissing tot vrijstelling van saneringsplicht, de planning inzake bodemsanering wordt meegedeeld. Binnen de vijf jaar na de beslissing tot vrijstelling van saneringsplicht, wordt de ambtshalve bodemsanering opgestart, voor zover de middelen beschikbaar zijn. Om bodemsanering te vergroenen worden tegen eind 2012 krijtlijnen uitgewerkt om de duurzaamheid van een bodemsanering te beoordelen. Binnen ambtshalve bodemsaneringen worden proefprojecten gestart om interessante scenario’s dadelijk in de praktijk te testen. In 2011 zijn voorstellen uitgewerkt voor een draagkrachtregeling en/of cofinanciering om onbillijkheden weg te werken. Na overleg wordt tegen eind 2011 een cofinancieringsregeling opgesteld als wijziging van Vlarebo.

Stimuleren van duurzaam beheer van bodem(-verontreiniging)

Werken uitvoeren op een terrein met niet-gesaneerde historische verontreiniging kan risico’s inhouden. Het kan tot schade en uitgestelde investeringen leiden, of een latere bodemsanering moeilijker (en duurder) maken. Beheerders van verontreinigde gronden houden hier vaak te weinig en te laat rekening mee. Om dit te voorkomen werden in 2011 oplossingsrichtingen uitgewerkt, die zullen afgetoetst worden met de betrokken spelers.