Bij bodemverontreiniging met bijvoorbeeld benzine of solventen, komen vluchtige stoffen vrij die een risico vormen voor de menselijke gezondheid. Door uitdamping kunnen deze stoffen via de vloer van kelders en funderingen in de binnenlucht van woningen en andere gebouwen terecht komen.
Het bepalen van de humane risico's gebeurt in beschrijvende bodemonderzoeken doorgaans aan de hand van het blootstellingsmodel Vlier-humaan, nl. via de blootstellingsroute 'inhalatie via binnenlucht', waardoor een conservatieve inschatting wordt bekomen. Aanvullende modellen en meetmethoden kunnen een meer realistische inschatting geven van de uitdamping van de verontreinigende stoffen en de eraan gekoppelde blootstelling.
Een onderzoek werd uitgevoerd om een aantal modellen en meetmethoden te evalueren voor het gebruik in de praktijk. Dit gebeurde aan de hand van veldmetingen uitgevoerd op vier sites.
De resultaten van dit onderzoek werden gebruikt voor het opstellen van een code van goede praktijk die kan worden gebruikt bij het opstellen van beschrijvende bodemonderzoeken.