Sinds lang worden afvalstoffen aangewend als bodembedekker op sportvelden zonder dat er hiervoor een sluitende wettelijke regeling voorhanden is. In 2004 werd door het VITO in de studie "Afvalstoffen als bodembedekkers op sportvelden" een milieuhygiënisch toetsingskader uitgewerkt waaraan bodembedekkers moeten voldoen.
Het toetsingskader zou kunnen gebruikt worden voor het invoeren van een aangepaste wettelijke regeling voor het gebruik van bodembedekkers. Mogelijke pistes hiertoe zijn een aanpassing van de milieuvergunningsreglementering en/of van de regeling inzake secundaire grondstoffen. Vooraleer die wettelijke verankering uit te werken heeft de OVAM verder onderzoek gedaan naar de potentiële impact van een aangepaste regelgeving.
Uit dit onderzoek is gebleken dat het aanbod aan mogelijke bodembedekkers die voldoen aan het door VITO uitgewerkte toetsingskader eerder beperkt is. Bovendien was de respons van de bij OVAM gekende verdelers van bodembedekkers op vragen van de OVAM om bijkomende informatie en onderzoeksresultaten aan te leveren zeer beperkt.
De OVAM heeft hieruit in januari 2009 besloten dat de vraag en het aanbod van potentiële afvalstoffen voor gebruik als bodembedekker op sportvelden te klein is om hiervoor een uitgewerkte wettelijke regeling te kunnen verantwoorden. Het gebruik van deze afvastoffen als bodembedekker blijven gedogen, zoals tot heden de feitelijke situatie was, kan echter ook niet meer.
Voortaan zal elkeen die afvalstoffen wil verdelen en/of gebruiken als bodembedekkingsmateriaal op sportvelden die afvalstoffen voorafgaandelijk moeten toetsen aan de milieuhygiënische criteria die door het VITO zijn uitgewerkt (°). Voor afvalstoffen die voldoen aan de criteria kan de OVAM een verklaring afleveren dat de onderzochte afvalstof bij gebruik als bodembedekker niet langer als afvalstof maar wel als grondstof moet aanzien worden.
(°) De OVAM staat ook open voor andere goed onderbouwde studies die dezelfde milieuwaarborgen bieden.