Contacten
Katleen Van den Eynden (OVAM)
Tel 015 284 276
kvdeynde@ovam.be
Elmar Willems (OVAM)
Tel 015 284 296
ewillems@ovam.be
In 2008 heeft de OVAM op verschillende niveau's de discussie gevoerd over de toepassingsmogelijkheden van vetten van dierlijke oorsprong categorie 3 en gebruikte frituurvetten en -oliën (GFVO). In het kader van het Vlaamse afvalbeleid en de groeiende belangstelling voor hernieuwbare energie is naar een oplossing gezocht voor het spanningsveld tussen materiaalrecyclage en energetische valorisatie.
Beide afvalstoffen (dierlijke vetten categorie 3 - zoals bepaald in de Verordening (EG) Nr. 1774/2002 - en gebruikte frituurvetten en -oliën van gemengde of dierlijke oorsprong) vallen onder artikel 5.4.2 van het Vlarea. Dit artikel legt een verbrandingsverbod op voor selectief ingezamelde stromen die in aanmerking komen voor materiaalrecyclage. Specifiek worden deze afvalstoffen ingezet in veevoeding, oleochemie of als grondstof voor genormeerde biodiesel. Elektriciteitsopwekking door verbranding is echter een reëel alternatief dat bepaalde ecologische voordelen kent en dat door de stimuleringsmaatregelen voor groene stroom in Vlaanderen ook economisch aantrekkelijk is.
Exploitanten van afvalverbrandingsinstallaties die in aanmerking komen om dergelijke afvalstoffen energetisch te valoriseren, willen daarom gebruik maken van de in artikel 5.4.3 van het Vlarea voorziene mogelijkheid om af te wijken van het verbrandingsverbod. Om de individuele afwijkingsaanvragen op gelijke basis te behandelen en tegelijkertijd een bepaalde mate van sturing in het kader van de afvalverwerkingshiërarchie te behouden, is er in 2008 door de OVAM - in opdracht van de toenmalige Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur - een regeling uitgewerkt op basis waarvan voor het kalenderjaar 2009 afwijkingen werden toegestaan. Deze regeling, die hierna wordt uiteengezet, dient ook als leidraad voor exploitanten van afvalverbrandingsinstallaties en geïnteresseerden die dierlijke vetten categorie 3 en GFVO in 2010 willen verbranden en als kader waarbinnen de afwijkingen overeenkomstig artikel 5.4.3 van het Vlarea kunnen worden toegestaan.
Deze oproep strekt enkel tot het indienen van een afwijkingsaanvraag op het verbrandingsverbod van dierlijke vetten categorie 3 en GFVO voor het kalenderjaar 2010. Op geen enkele wijze kan deze oproep dus geïnterpreteerd worden als algemene voor onbepaalde duur geldende regelgeving. Het verbrandingsverbod van dierlijke vetten categorie 3 en GFVO blijft met andere woorden onverkort bestaan en de in het kader van deze oproep verleende afwijkingen op dit verbrandingsverbod betreffen slechts in tijd en hoeveelheid beperkte uitzonderingen.
Zowel voor dierlijke vetten categorie 3 als voor GFVO kan er enkel afgeweken worden van het verbrandingsverbod voor verbranding met een hoog energierendement. Dit wil zeggen dat de verbranding van de afvalstoffen moet voldoen aan de criteria, zoals ze blijken uit de Europese rechtsleer, om als een "R1 - hoofdgebruik als brandstof" aangemerkt te worden.
De regeling voor GFVO heeft enkel betrekking op GFVO die onder het toepassingsgebied van de milieubeleidsovereenkomst vallen (afkomstig van huishoudens en horeca). De invulling van percentages inzake de recyclage en nuttige toepassing werden in het kader van de MBO vastgelegd. Verbranding met energierecuperatie van GFVO wordt toegelaten als één van de mogelijke nuttige toepassingen.
Dit houdt niet in dat er geen individuele afwijkingsaanvraag overeenkomstig artikel 5.4.3 Vlarea moet worden aangevraagd. Het overeenkomstig artikel 5.4.2 Vlarea bestaande verbrandingsverbod blijft immers, zoals hierboven reeds gemeld, onverkort formeel van kracht. Het betekent wel dat aangevraagde hoeveelheden GFVO die een exploitant wenst in zetten voor de energie-opwekking (mits milieutechnisch in orde) zullen worden toegekend.
Verbranding met energie-opwekking van dierlijke vetten categorie 3 kan slechts in beperkte mate plaatsvinden. Hiervoor is er de zogenaamde contingenteringsregeling ontwikkeld:
Aangezien er voor GFVO geen contingentering wordt ingesteld kan een aanvraag voor het bekomen van een afwijking op het verbrandingsverbod voor 2010 in principe op elk willekeurig ogenblik worden ingediend. De modaliteiten staan beschreven in artikel 5.4.3 van het Vlarea en de aanvraag dient gericht te worden aan de Minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur per adres van de OVAM.
Ook voor het indienen van een afwijkingsaanvraag voor de verbranding van dierlijk vetten categorie 3 voor 2010 verloopt de aanvraagprocedure overeenkomstig artikel 5.4.3 van het Vlarea, met dien verstande dat afwijkingen verleend worden door de Vlaamse Minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur op basis van een complete aanvraag die gericht dient te worden aan deze Minister en per adres van de OVAM moet verstuurd worden.
Onderstaande punten zijn hier van belang:
Deze regeling geldt onder voorbehoud van beleidswijzigingen in het afval- en energiebeleid die een dergelijke invulling van het Vlarea-verbrandingsverbod vervangen of onmogelijk maken.
Voor vragen kunt u contact opnemen met de OVAM:
- Katleen Van den Eynden, 015/284 276
- Elmar Willems, 015/284 296