In CityChlor willen negen partners uit België, Frankrijk, Nederland en Duitsland een geïntegreerde benadering uitwerken voor de aanpak van verontreiniging met gechloreerde solventen in een stedelijke omgeving. De eerste stap in het project was de inventarisatie van wat er al voorhanden is: door workshops te organiseren voor de specialisten in ieder land, door bestaande studies en literatuur te analyseren en tot slot door een analyse te maken van knelpuntsaneringen. Recent werden in Vlaanderen ook een aantal nieuwe studies en proefprojecten opgestart.
De inventarisatie van bestaande literatuur, codes van goede praktijk en studies heeft een lijst van 700 referenties opgeleverd. De negen partners analyseren momenteel de literatuur om na te gaan welke een meerwaarde bieden voor de geïntegreerde aanpak. Met deze analyse van bestaande cases kunnen de partners binnen CityChlor duidelijker aflijnen welke vragen en onderzoeksbehoeften prioritair moeten behandeld worden.
Naast de inventarisatie van bestaande kennis zijn er vorig jaar ook een aantal nieuwe studies opgestart. Zo wil de OVAM nagaan of de techniek van Warmte-Koude Opslag, die in België nog in haar kinderschoenen staat, kan gebruikt worden als saneringstechniek. Deze studie ging van start met een oplijsting van gangbare grondwater-energiesystemen en een literatuurstudie. In een tweede fase zullen de mogelijkheden en hindernissen worden bestudeerd. Deze analyse beperkt zich niet enkel tot de technische mogelijkheden, ook de economische haalbaarheid en de mogelijke motivering voor investeerders wordt hierin opgenomen.
In een tweede studie zal de Vereniging Erkend Bodemsaneringsdeskundigen (VEB) bodemsaneringsprojecten met een VOCL-verontreiniging analyseren op het vlak van kostprijs. In deze studie zullen een aantal cases in detail bestudeerd worden. Aan de hand van dit onderzoek wilt de OVAM een systeem ontwikkelen waarbij de onzekerheid over de kostprijs in dergelijke saneringen kan beperkt worden. Dit kan projectontwikkelaars over de brug helpen wanneer zij twijfelen over een investering in een verontreinigd terrein.
Voor Vlaanderen zullen ook drie proefprojecten opgezet worden. In Kortrijkworden innovatieve onderzoekstechnieken getest ( zoals ENISSA MIP en Ribbon NAPL sampler -RNS). Op 17 mei 2011 organiseerde de OVAM een workshop over deze en andere state of the art-technieken, gecombineerd met een bezoek aan het proefproject in Kortrijk. Verder is de Universiteit Gent gestart met een proefproject over risicocommunicatie en -perceptie bij saneringen. Zij zal een 'nul-' en 'één-meting' uitvoeren om aanbevelingen uit te werken over hoe en wanneer best gecommuniceerd kan worden. In het derde project zal sanering via injectie van ijzerpartikels op micro- of op nano-schaal getest worden voor de afbraak van een verontreiniging met gechloreerde solventen in de bronzone. De voorbereidende onderzoeksfase is opgestart en in september zullen labotesten het soort ijzer uitwijzen dat meest geschikt is. De eigenlijke proeven op terrein zullen uitgevoerd worden vanaf november.