u bent hier : Home > OVAM > Overzichten > FAQ > Bodem > Bodemsanering

Bodemsanering - FAQ

- Saneringsverplichtingen
- Saneringsmaatregelen



-Saneringsverplichtingen
  • Wanneer wordt in het kader van het Bodemdecreet mijn grond opgenomen in het grondeninformatieregister en moet ik dan ook saneren ?

    Een grond wordt opgenomen in het grondeninformatieregister als de OVAM beschikt over volgende gegevens:

    • de ligging van de grond; d.i. bv de kadastrale gegevens;
    • de identiteit van de eigenaar van de grond;
    • informatie van de grond afkomstig uit de gemeentelijke inventaris;
    • relevante gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit van de grond; d.i. bv een oriënterend bodemonderzoek.

    Het antwoord op de vraag of bodemsanering zelf nodig is, is niet vanzelfsprekend.

    Het onderzoekstraject van een (risico)grond start immers bij een oriënterend bodemonderzoek. Een oriënterend bodemonderzoek moet per kadastraal perceel aantonen of:

    • de bodemverontreiniging 'nieuw' , 'historisch', 'gemengd-nieuw' of 'gemengd-historisch' is;
    • er op het kadastraal perceel duidelijke aanwijzingen zijn dat de eventueel vastgestelde bodemverontreiniging aanleiding geeft tot bodemverontreiniging;
    • er dringende maatregelen nodig zijn ingevolge de ernst van de bodemverontreiniging. 

    De aard van de verontreiniging (nieuw/historisch/gemengd-nieuw/gemengd-historisch) moet blijken uit de interpretatie van de gegevens verzameld tijdens de voorstudie. Voor de gemengde verontreinigingen dient de bodemsaneringsdeskundige een opsplitsing te maken in het percentage nieuw en historische verontreiniging. De gemengde verontreiniging moet verder behandeld worden volgens bepalingen die gelden voor het grootste deel van de verontreiniging.

    Het criterium om over te gaan tot een beschrijvend bodemonderzoek zal verschillend zijn voor nieuwe/gemengd-nieuwe of historische/gemengd-historische bodemverontreiniging.
    Er wordt bij nieuwe bodemverontreiniging overgegaan tot een beschrijvend bodemonderzoek indien blijkt dat er ernstige aanwijzingen zijn dat de nieuwe bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden.
    Er wordt bij historische bodemverontreiniging overgegaan tot een beschrijvend bodemonderzoek indien blijkt dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de historische bodemverontreiniging een ernstige bodemverontreiniging vormt.
    Van het beoordelingskader voor de duidelijk aanwijzing van een ernstige bodemverontreiniging voor historische bodemverontreiniging kan afgeweken worden indien uit het oriënterend onderzoek blijkt dat de vastgestelde concentraties duidelijk te koppelen zijn met de natuurlijke omstandigheden.
    Bij parameters waarvoor binnen de Vlaamse regelgeving nog geen bodemsaneringsnormen werden opgesteld, zal de bodemsaneringsdeskundige bij het evalueren van het analyseresultaat uitgaan van bestaande normen van vergelijkbare verbindingen (toxiciteit, mobiliteit, ...), van internationale normen. Op basis van deze evaluatie zal de deskundige een risico-inschatting maken en deze laten volgen door een uitspraak over de noodzaak tot verder onderzoek voor de betrokken parameters.

    Een tweede stap in het onderzoektraject vormt het beschrijvend bodemonderzoek (BBO). Het doel van het BBo bestaat er in om de ernst van de bodemverontreiniging vast te stellen. Een BBO beoorgt een beschrijving te geven van:

    • de soort, aard, hoeveelheid, concentratie, oorsprong en omvang van de verontreinigde stoffen en organismen;
    • de mogelijkheid op verspreiding ervan;
    • het gevaar op blootstelling voor mensen, planten, dieren en grond- en oppervlaktewater voor de huidige bestemming van het terrein;
    • het gevaar op blootselling voor mensen, planten, dieren en grond- en oppervlaktewater voor de potentiële bestemming van het terrein. 

    Er moet voor historische verontreinigingen tot bodemsanering worden overgegaan indien het beschrijvend bodemonderzoek de aanwezigheid van een ernstige bedreiging aantoont. Dit saneringscriterium wordt bepaald aan de hand van een risicobeoordeling volgens de methode 'ernstige bodemverontreiniging'. Bij een nieuwe bodemverontreiniging wordt overgegaan tot bodemsanering bij overschrijding van de bodemsaneringsnormen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Ik ben door de OVAM aangemaand om over te gaan tot bodemsanering dus ik kan best direct een kraan laten aanrukken.

    Zo een vaart dien je er niet meteen achter te zetten. Een decretale bodemsaneringsprocedure verloopt gefaseerd en omvat drie stappen:

    • het bodemsaneringsproject: stelt de wijze vast waarop de bodemsanering moet worden uitgevoerd;
    • de bodemsaneringswerken: de afgeleverde conformiteitsverklaring van het bodemsaneringsproject geldt als vergunning voor deze werken;
    • nazorg: de maatregelen ter bewaking en controle.

    De bodemsanering is er voor nieuwe verontreinigingen op gericht de richtwaarden voor de bodemkwaliteit te realiseren. Voor historische verontreinigngen is de bodemsanering er op gericht om het risico te verwijderen.
    Als deze waarden niet kunnen bereikt worden door maatregelen die overeenstemmen met de stand van de techniek en die geen onredelijke kosten meebrengen (BATNEEC-principe), dan stellen zich voor nieuwe verontreinigingen twee mogelijkheden, voor historische verontreinigingen slechts één:

    • voor nieuwe verontreinigingen wordt de sanering erop gericht te vermijden dat de bodemkwaliteit een risico oplevert of kan opleveren;
    • is (ook) dit niet mogelijk voor de nieuwe of historische verontreiniging, dan worden gebruiksbeperkingen of voorzorgsmaatregelen genomen. 

    Bij al deze stappen is de rol van de bodemsaneringsdeskundige van groot belang. Hij is diegene die de nodige onderzoeksdaden zal stellen en de saneringswijze moet uitwerken. Bij de diverse fasen zal de OVAM om goedkeuring gevraagd worden.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Ik word aangemaand om een beschrijvend bodemonderzoek te laten uitvoeren maar ik heb de verontreiniging niet zelf veroorzaakt. Ik ben niet aansprakelijk voor de verontreiniging.

    In het Bodemdecreet wordt een onderscheid gemaakt tussen saneringsplichtige en saneringsaansprakelijke. Zoals hierboven in de FAQ-vragen is terug te vinden, zal in eerste instantie de exploitant op het terrein als saneringsplichtige worden aanzien. Wanneer er geen exploitant is, zal dit de eigenaar zijn tenzij deze kan aantonen dat er een feitelijke gebruiker is van het terrein. Op de saneringsplichtige rust de verplichting om tot bodemsanering over te gaan. In het kader van een overdracht van grond, kan hij zich desgevallend beroepen op artikel 12 en/of 23 van het Bodemdecreet.

    De kosten die de saneringsplichtige maakt voor de sanering, kan hij trachten te verhalen op de saneringsaansprakelijke. Het is namelijk niet altijd degene die saneert die uiteindelijke de kosten moet dragen. Bij een nieuwe bodemverontreiniging voorziet het Bodemdecreet in een objectieve aansprakelijkheid. Dit betekent dat men niet moet aantonen dat de veroorzaker van de verontreiniging een fout heeft begaan. De bewijslast van de saneringsplichtige bestaat er enkel in aan te tonen dat iemand door een emissie de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt. De veroorzaker van deze verontreiniging zal hierbij niet alleen aansprakelijk zijn voor de kosten van de bodemsanering maar ook voor verdere schade die hieruit voortvloeit. Bij historische verontreiniging geldt er geen objectieve aansprakelijkheid. De aansprakelijkheid voor de kosten en verdere schade worden vastgesteld conform de aansprakelijkheidsregels (“gemeen recht”) die van toepassing waren op de dag voor de inwerkingtreding van het bodemsaneringsdecreet. Hier zal men bijgevolg wel moeten kunnen aantonen dat de veroorzaker van de verontreiniging een fout heeft begaan.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat zijn de prioriteiten bij de Vlaamse aanpak van een historische bodemverontreiniging ?

    Uit de informatie die we al hadden en uit de ervaringen van de ons omringende landen, hebben we begin de jaren '90 een inschatting gemaakt van het aantal te saneren historisch verontreinigde gronden en de totale kost van zo een operatie.

    Wegens de grote geschatte hoeveelheid (meer dan 9000 gronden) en kostprijs (ongeveer 7 miljard euro), heeft het Vlaams parlement besloten de historische verontreinigde terreinen niet allemaal tegelijk aan te pakken, maar eerst die gronden die een zeer ernstige bedreiging kunnen betekenen.

    Om de saneringsprioriteiten vast te leggen, is een systeem uitgewerkt dat aangeeft waar de kans op ernstige problemen het grootst is. Dit systeem doet een uitspraak over een grond op basis van de gemeten concentraties, het gebruik van een terrein (en dus ook de manieren waarop iemand in contact kan komen met de verontreiniging) en het gevaar voor ernstige verontreiniging van het grondwater. Op basis hiervan worden gronden met een te saneren historische verontreiniging aan de Vlaamse regering voorgesteld. Na goedkeuring verschijnen de aangeduide gronden in het Belgisch Staatsblad. De gepubliceerde gronden zijn voor de OVAM het uitgangspunt om regelmatig de beheerders van de meest prioritaire terreinen aan te manen.

    Bij overdracht van een grond met ernstige historische bodemverontreiniging, wordt deze procedure kortgesloten. Dan moet de procedure om tot sanering te komen al doorlopen worden voor de verkoop.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Kan ik mijn grond verkopen indien deze door de OVAM ambtshalve gesaneerd gaat worden ? Moet mijn koper dan saneren ?

    Wanneer de OVAM de beslissing heeft genomen om een grond ambtshalve te saneren, betekent dit dat de OVAM in de loop van het volgende jaar ambtshalve de uitvoering van de saneringswerken zal beginnen of voortzetten. De koper zal dan niet worden aanzien als saneringsplichtig.

    Zolang er nog geen beslissing door de OVAM is genomen tot ambtshalve bodemsanering kan de koper nog wel worden aangesproken als saneringsplichtige.
    Een voorbeeld ter illustratie. Stel persoon X wenst zijn eigendom te verkopen aan persoon Y. De betrokken grond is een risicogrond. Persoon X doet melding van de overdracht bij de OVAM en voegt hierbij een verslag van het oriënterend bodemonderzoek. Hieruit blijkt dat er ernstige aanwijzingen zijn van historische bodemverontreiniging en de OVAM maant persoon X aan voor de uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek. Persoon X beroept zich op artikel 23 van het Bodemdecreet en de OVAM besluit dat persoon X aan de voorwaarden van artikel 23 Bodemdecreet voldoet en bijgevolg dus niet meer als saneringsplichtige moet worden aanzien. Wanneer persoon Y nu de grond koopt (en dus niet afwacht tot OVAM een beslissing tot ambtshalve bodemsanering heeft genomen), zou hij als saneringsplichtige kunnen worden aangesproken indien hij bijvoorbeeld de grond opnieuw wil overdragen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Ik vroeg het 'statuut van onschuldig eigenaar' aan maar dit werd mij niet toegekend door de OVAM. Kan ik tegen deze beslissing van de OVAM beroep aantekenen ?

    Ja, dit is mogelijk. Binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de betekening van de beslissing van de OVAM kan er beroep worden aangetekend bij de Vlaamse regering. Opdat dit beroep ontvankelijk zou zijn, moet hierbij worden vermeld dat het wordt ingesteld overeenkomstig artikel 153 tot en met 155 van het Bodemdecreet en moet er een kopie van de beslissing worden bijgevoegd. Het beroep moet bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs worden ingediend of afgegeven tegen ontvangstbewijs binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van deze kenninsgeving van beslissing bij de Vlaamse Overheid, per adres Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, Afdeling Algemene Zaken, Communicatie en Juridische dienst, Juridische dienst, Koning Albert II-laan 20 bus 2, B-1000 Brussel.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wie betaalt wat ?

    Bij elke verkoop moet de overdrager een bodemattest aanvragen. Hij moet het in principe dan ook betalen. De partijen kunnen echter ook overeenkomen dat de overnemer die kosten draagt.
    Bij overdracht van een risicogrond moet de overdrager een bodemonderzoek laten uitvoeren. Indien hierbij een verontreiniging aan het licht komt die zo ernstig blijkt dat sanering noodzakelijk is, moet de overdrager een beschrijvend bodemonderzoek laten uitvoeren, een bodemsaneringsproject laten opstellen en financiële zekerheden bieden.
    Al deze verplichtingen liggen bij de overdrager, maar de partijen kunnen anders overeenkomen en daarin speelt uiteraard de vraag- en aanbodmarkt van gronden een rol. Wanneer een grond gesaneerd moet worden (ook los van een overdracht), vermeldt het Bodemdecreet de saneringsplichtige. Die is verplicht te saneren, behalve als hij kan aantonen dat hij onschuldig is. Indien hij dit niet kan, zal hij de sanering moeten bekostigen. Het is echter mogelijk dat iemand anders aansprakelijk is. De saneringsplichtige kan van deze aansprakelijke de kosten terugvorderen, of zelfs voorschotten eisen voor de sanering.

    Terug naar het begin van de pagina



-Saneringsmaatregelen
  • Als de bodem verontreinigd is, is afgraven de enige oplossing.

    Het afgraven van de verontreinigde grond is een oplossing maar vaak niet de enige en niet altijd de gewenste of uitvoerbare oplossing. De bodemsaneringstechnologie is alleszins het laatste decennium sterk geëvolueerd en verbeterd. Een absoluut pluspunt is dat het rendement sterk verhoogd is en bovendien worden er goede resultaten geboekt met technieken die minder ingrijpend zijn dan graafwerken.

    De keuze van de juiste saneringstechniek is belangrijk. In het bodemsaneringsproject gaat een bodemsaneringsdeskundige de relevante oplossingen na en kiest dan voor de maatregelen die overeenstemmen met de stand van de techniek en die geen onredelijk hoge kosten met zich meebrengen.

    Meer informatie over de diverse saneringstechnieken kan je vinden bij de teksten over bodem op de OVAM-website.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Waar moet je zoal op letten bij de toepasbaarheid van bodemsaneringstechnieken ?
    Elke bodemsaneringstechniek heeft een eigen toepassingsgebied waarbij de volgende criteria een rol spelen :
    • de verontreinigingssituatie : hierbij speelt de wijze van voorkomen van de verontreiniging een belangrijke rol (gebonden aan vaste bodemdelen, opgelost in het grondwater of aanwezig in de bodemlucht). Uiteraard dient er voldoende inzicht te bestaan in de aard (metaalverbindingen, aromaten, gechloreerde verbindingen, ...), de concentratie (puur product of geringe concentraties) en de plaats van voorkomen (direct aan het maaiveld, onder het grondwaterniveau, ...).
    • de bodemkundige en geohydrologische situatie : de toepassingsmogelijkheden zijn sterk afhankelijk van de bodemopbouw. De aanwezigheid van klei en humus kan een storende werking hebben op het reinigingsrendement (cfr. adsorptie). Slecht waterdoorlatende lagen zijn limiterend voor extractietechnieken maar daarentegen gunstig voor isolatiemethoden.
    • de terreinsituatie : de vorige punten bepalen de principiële toepasbaarheid van een saneringstechniek. De daadwerkelijke toepassing hangt ondermeer af van de terreinsituatie. De aanwezigheid van gebouwen, nutsleidingen, productie-installaties en dergelijke kan ertoe leiden dat verregaande voorzieningen moeten getroffen worden.
    • de effectiviteit van de techniek : in hoeverre kan er rekening houdend met de vooropgezette doelstelling een goed resultaat bekomen worden.
    • de uitvoerbaarheid : De sanering moet zowel vanuit technisch als wettelijk oogpunt haalbaar zijn.
    In het algemeen bestaan er drie basismogelijkheden om een verontreinigde locatie aan te pakken:
    • Ontgraving van de grond: reiniging of verwerking gebeurt ter plaatse of elders;
    • Isolering van het verontreinigde gebied;
    • De behandeling van de grond gebeurt ter plaatse zonder grondverzet. Dit gebeurt door bijvoorbeeld spoeling, luchtonttrekking, toevoeging van stoffen en microörganismen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat is het verschil tussen veiligheidsmaatregelen, voorzorgsmaatregelen en een bodemsaneringsproject ?
    In een aantal gevallen is de verontreiniging zo ernstig dat er echt op korte termijn maatregelen nodig zijn om het ergste risico weg te nemen en te vermijden dat de bodemverontreiniging zich verder verspreidt, in afwachting van de effectieve saneringswerken. Dit noemen we voorzorgsmaatregelen. Voorzorgsmaatregelen kunnen pas genomen worden na een procedure waarin de betrokkenen (zoals de beheerder van de grond) gehoord werden. Dit neemt niet weg dat de beheerder in het kader van zijn normale zorgvuldigheid reeds de nodige maatregelen treft. Ais de bodemverontreiniging zo ernstig is dat er echt sprake is van zware risico's voor de volksgezondheid, dan kunnen we vrijwel onmiddellijk veiligheidsmaatregelen treffen. Het spreekt voor zich dat zulke ingrijpende maatregelen waarbij diverse procedures buitenspel worden gezet, enkel mogelijk zijn bij uiterste noodzakelijkheid.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Betaal ik bij een bodemsaneringswerk de milieuheffingen aan de OVAM ?

    Een niet te verwaarlozen aandeel in de kostprijsberekening van bodemsaneringswerken is de heffingskost. Deze heffing kan zowel betrekking hebben op :

    • de lozing van het onttrokken water
    • de grondwateronttrekking
    • storten van afvalstoffen

    Belangrijk hierbij op te merken is echter dat, ingevolge een wijziging in artikel 28 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, er geen heffing meer verschuldigd is voor grondwaterwinningen in het kader van bodemsaneringswerken, waarvoor een conformiteitsattest werd afgeleverd overeenkomstig het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering.

    Ook inzake het storten van afvalstoffen kan overeenkomstig artikel 47 van het afvalstoffendecreet aanspraak worden gemaakt op toepassing van het verlaagd tarief aan milieuheffing indien het gaat om afvalstoffen afkomstig van door de OVAM goedgekeurde bodemsaneringsoperaties en in het geval deze afvalstoffen niet reinigbaar zijn tegen aanvaardbare prijs.

    Terug naar het begin van de pagina