Bouw- en sloopafval - FAQ

- Bouw- en sloopafval - algemeen
- Bouw- en sloopafval - voor aannemers



-Bouw- en sloopafval - algemeen
  • Wat is inert afval ?
    Inerte afvalstoffen zijn afvalstoffen die geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaan. Inerte afvalstoffen lossen niet op, verbranden niet en vertonen ook geen andere fysische of chemische reacties, worden niet biologisch afgebroken en hebben geen zodanige negatieve effecten op andere stoffen waarmee zij in contact komen dat milieuverontreiniging of schade aan de volksgezondheid dreigt te ontstaan. De totale uitloogbaarheid en het gehalte aan verontreinigende componenten van de afvalstoffen, en de ecotoxiciteit van het percolaat mogen de kwaliteit van het oppervlaktewater en/of grondwater niet in gevaar brengen (art. 1.1.2 van Vlarem II, bij de definities van afvalstoffenverwerking).

    In praktijk omvat inert afval niet-verontreinigd (al dan niet gewapend) betonpuin, steenpuin, keramiek, resten van natuurstenen of uit een mengsel van deze afvalstoffen. Ook niet vervuild glasafval is inert afval.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Zijn er wettelijke verplichtingen bij het slopen van gebouwen?
    Op dit ogenblik is er geen specifieke milieuwetgeving voor het slopen van gebouwen, voor private woningen noch voor overheids- of privégebouwen. Iedereen mag een gebouw slopen mits hij/zij hierbij maar het gevaarlijke afval gescheiden houdt van het overige afval en mits natuurlijk voldaan wordt aan andere wetgeving dan de milieuwetgeving, zoals wetgeving over de ruimtelijke ordening( bouwvergunning), wetgeving in verband met erkenning van aannemers, wetgeving betreffende arbeidsbescherming enz... Er is een bouwvergunning nodig voor het slopen van gebouwen. In de toekomst zal het selectief sloopbestek mogelijk een onderdeel van deze bouwvergunning uitmaken.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Waarheen met het inert puin?
    Inert puin moet bij voorkeur hergebruikt worden. Hiervoor moet het puin eerst gebroken worden in een puinbreekinstallatie.
    Inert puin van afbraakwerken moet worden verwerkt in een puinbreker mét Copro-of gelijkwaardige keuring. De uitbating van de puinbreker moet tevens voldoen aan het milieuvergunningsdecreet. Op de OVAM website vindt u bij de rubriek overbrengers - verwerkers lijsten van puinbrekers met een milieuvergunning.

    De lijst van vergunde, Copro-gekeurde puinbrekers vindt u ook bij de website van de vzw Copro.

    Indien inert afval niet kan worden hergebruikt, mag het gestort worden op een vergunde stortplaats. Merk wel op dat het storten van afval slechts een laatste oplossing is indien geen hergebruik mogelijk blijkt (geen economische afvoer) of niet toegelaten is (vervuild puin).
    De aanvaardingscriteria van stortplaatsen voor inert afval (of zogenaamde categorie III stortplaatsen) zijn recent gewijzigd, dit in uitvoering van de Europese beschikking 2003/33/EG.
    Hieronder volgt een samenvatting van de nieuwe acceptatiecriteria:

    Op stortplaatsen voor inert afval mogen enkel ongevaarlijke afvalstoffen worden gestort. Sommige ongevaarlijke afvalstromen kunnen zonder analyse op een stortplaats voor inert afval, met name beton, bakstenen, tegels, keramiek en mengsels hiervan, niet-vervuild glas & niet-vervuilde grond met stenen. Alle andere afvalstromen dienen geanalyseerd te worden alvorens ze op een stortplaats voor inert afval toegelaten worden. De uitloging van zware metalen en de concentratie van sommige organische parameters moet hierbij worden gemeten. De normen voor stortplaatsen voor inert afval zijn zodanig scherp dat men enkel met inerte of gelijkaardige afvalstoffen op deze stortplaatsen terecht kan. Asbestcement mag enkel nog gestort worden op een vergunde stortplaats voor inert afval met een specifiek voor asbestcement ingericht stortvak.
    Zuiver cellenbeton mag zonder analyse op een stortplaats voor inert afval gestort worden hoewel het niet als een inerte afvalstof wordt beschouwd. Men mag cellenbeton wel slechts op een droge categorie III stortplaats storten gelet op de uitloging van sulfaten uit dit afval. Bijna alle vergunde stortplatsen zijn stortplaatsen waar niet in water wordt gestort.

    Indien het puin vervuild is, moet het bij voorkeur gereinigd worden in een vergunde grondreinigingsinstallatie zodat hergebruik toch mogelijk wordt. Indien dit niet kan mag het puin eventueel gestort worden op een categorie I stortplaats voor (gevaarlijk) bedrijfsafval.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat is een "secundaire grondstof" ?
    Secundaire grondstoffen zijn afvalstoffen die onder bepaalde voorwaarden hergebruikt kunnen worden. Deze voorwaarden zijn vermeld in hoofdstuk 4 van het Vlarea.
    De term "secundaire grondstof" is een juridisch duidelijk omschreven begrip. Het volstaat niet dat de eigenaar van een bepaalde afvalstof de intentie heeft om deze afvalstof te (laten) hergebruiken opdat deze afvalstof een secundaire grondstof wordt. Wanneer de reststof niet voldoet aan specifieke voorwaarden uit het Vlarea blijft deze reststof een afvalstof met alle juridische implicaties die dit tot gevolg heeft.
    Een secundaire grondstof daarentegen is geen afvalstof meer en dus niet langer onderworpen aan de milieuwetgeving voor afvalstoffen.

    Het Vlarea bevat een limitatieve lijst van afvalstoffen die in aanmerking komen om als secundaire grondstof te worden gebruikt. De voornaamste hergebruiksmogelijkheden zijn:
    • gebruik als bouwstof (van vb. puinafval);
    • gebruik als bodem (van vb. sommige organische fracties);
    • gebruik als bodemverbeterend middel (van vb. natuursteenslib).


    Het omslagpunt afvalstof-secundaire grondstof vindt plaats eens aan alle voorwaarden uit het Vlarea voldaan is. De voorwaarden voor puin worden in het item hieronder toegelicht.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Mag puin hergebruikt worden?
    Inert puin kan onder voorwaarden als bouwstof hergebruikt worden in wegen- en andere werken. De term "gebruik als bouwstof" is echter wel een nauwkeurig omschreven juridisch begrip. Er is enkel sprake van het gebruik van puin als of in bouwstof als aan volgende voorwaarden is voldaan:
    • het gaat over inert puin dat niet vervuild is (beton-, baksteen-, natuursteenpuin en/of keramiek dat geen andere afvalstoffen zoals kunststoffen, hout, papier/karton, asbestcement e.d. bevat en dat ook chemisch niet verontreinigd is). Concreet moet het puin voldoen aan de normen uit het Vlarea voor gebruik als bouwstof zoals een maximale concentratie zware metalen, een max. gehalte organische stoffen enz.. Asbest moet absoluut uit het puin geweerd worden. Teervrije asfaltgranulaten mogen wel gebruikt worden, mits het over een afzonderlijke stroom gaat, dus niet gemengd met inert puin;
    • het puin is gebroken in een vergunde inrichting;
    • het puin is Copro- of gelijkwaardig gekeurd of het betreft niet-verontreinigd puin verkregen bij selectieve bouw- en sloopactiviteiten door particulieren in toepassingen van minder dan 100 ton;
    • het puin wordt in een bouwkundig werk of grondwerk gebruikt, het vervult dus een bouwkundige functie vb. bij de aanleg van een waterweg, een dijklichaam of een wegenwerk. Dit betekent ook dat de laagdikte in verhouding staat tot het gebruik. Een normale fundering voor een weg is bijvoorbeeld niet veel dikker dan 0,25 m. Het staat vast dat de puingranulaten daadwerkelijk en binnen een redelijke termijn worden gebruikt. De bestemming en de conformiteit met de bijhorende gebruiksvoorwaarden kunnen ten allen tijde bewezen worden. Hiervoor kan een afleveringsbon opgesteld door de vzw Copro of een gelijkwaardige keuringscontrole dienen. De vzw Copro levert immers geen afleveringsbonnen af voor tussentijdse opslag.
    Inert puin mag niet in andere toepassingen dan in/als bouwstof worden gebruikt (zoals gebruik als bodem).
    De aanleg van een onderfundering met inert puin, het gebruik van puingranulaten voor de aanmaak van mager beton zijn duidelijke voorbeelden van een gebruik als bouwstof. De opvulling van een laaggelegen weiland met puin is geen gebruik als bouwstof zijn.
    Een afvalstof moet immers zo hoogwaardig mogelijk hergebruikt worden, dit is in een toepassing waarbij de kwaliteit van het gebruikte afval nog zoveel mogelijk benut kan worden. De houder van een afvalstof mag de afvalstof enkel als bouwstof gebruiken wanneer dit gebruik een toegevoegde waarde geeft, de intentie mag immers niet zijn om zich enkel op een zo goedkoop mogelijke wijze van de afvalstof te ontdoen.

    Voor het hergebruik van teerhoudende asfaltpuingranulaten is er een afzonderlijke regeling: er moet een geldig gebruikscertficaat door de OVAM afgeleverd zijn.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat is de Copro-keuring ?
    De Coprokeuring is een kwaliteitskeuring van granulaten door de onafhankelijke instelling vzw Controle Producten (of Copro). Alle inerte granulaten en asfaltgranulaten die men wenst te laten hergebruiken moeten overeenkomstig het Vlarea gekeurd worden door de vzw Copro of moeten een gelijkwaardige keuring hebben ondergaan. Bij deze kwaliteitsopvolging volgt de vzw Copro het principe van integraal ketenbeheer. Via het acceptatiereglement, vereisten inzake het verwerkingsproces, regelmatige analyses en een degelijke registratie worden de bouwtechnische en een deel van de milieuhygiënische kenmerken van gerecycleerde puingranulaten verzekerd (o.m. een beperking van fysische verontreinigingen zoals kunststoffen, hout, papier, glas, gips e.d.). Bij de keuring worden o.m. volgende elementen van de exploitatie nagegaan:
    • het gebruik van een geijkte weeginstallatie;
    • het periodiek (laten) uitvoeren van bouwtechnische en milieuhygiënische testen;
    • de aanwezigheid van een voorzeef (voor afzeving van aanwezige grond), een puinbreker, een nazeef (voor de productie van granulaten met constante korrelverdeling) en eventueel van andere toestellen (vb. magneetband, windshifter, afzuiginstallatie, waterbak) om verontreinigingen te verwijderen;
    • het uitvoeren een vastomlijnde procedure met welomschreven verantwoordelijkheden bij acceptatie, verwerking en afvoer van de granulaten;
    • het bijhouden van een aanvoer-, een afvoer- en een reststoffenregister.
    Copro-gekeurde granulaten voldoen aan de voorwaarden uit het standaardbestek 250 (SB 250, zie hieronder) en dienen dan ook onder meer een specifieke korrelverdeling te hebben. Voor privé werken geeft de vzw Copro ook een keuring van granulaten waarvan de samenstelling niet is beschreven in het SB 250. Deze granulaten noemt men de "niet-genormaliseerde" producten of ook wel "huismengsels ".
    De Coprokeuring werd door de overheid verplicht gesteld om de kwaliteit van puingranulaten te garanderen. Zo hoopt men, in overeenstemming met het afvalstoffenbeleid, het vertrouwen in en dus de afzet van gerecycleerde puingranulaten te stimuleren.

    Afhankelijk van het type installatie voorziet de vzw Copro verschillende soorten keuringen. Meer informatie hierover vindt u in een ander item in deze lijst van veel gestelde vragen.

    Jaar Hoeveelheden (ton)
    1998 600 000
    1999 1 300 000
    2000 1 900 000
    2001 2 480 000
    2002 2 918 000
    2003 3 200 000
    2004 4 346 000
    2005 7 234 000
    de evolutie in Vlaanderen van het aanbod Copro-gekeurde granulaten (mét asfaltpuin & zeefzand)


    In 2005 waren er 120 Copro-gekeurde installaties op een vaste locatie (69 in 2003) en 22 mobiele gekeurde installaties (1 in 2003). Tevens hadden 25 installaties op een vaste locatie en 13 mobiele installaties de intentie een Copro-keuring te bekomen (formele aanvraag ingediend of toelatingsperiode aangevat). Gemiddeld produceert een Copro-gekeurde inrichting 51 000 ton/jaar. 18 % produceert meer dan 100 000 ton granulaten per jaar. 36 % produceert echter minder dan 20 000 ton/jaar. Ook eerder kleinschalige inrichtingen kunnen dus een Copro-keuring bekomen.

    Uit de tabel blijkt dat het beleid van de overheid om de kwaliteit van het aangeboden puin op te krikken via een kwaliteitskontrole steeds meer vruchten afwerpt.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat kosten Copro-gekeurde puingranulaten ?
    De in deze tekst vermelde prijzen dateren van 2006 en zijn louter indicatief.
    De kostprijs van Copro gekeurde puingranulaten bedraagt ongeveer 3 tot 7 euro/ton. Gangbaar zijn ca. 3 euro voor onderfunderingsmateriaal en 6 tot 7 euro voor funderingsmateriaal. De prijs varieert echter sterk per regio en per periode.
    Betonpuingranulaat is de meest waardevolle fractie. De prijs ervan is dan ook het hoogste. Deze prijzen mogen misschien hoog lijken, maar Copro-gekeurde granulaten worden aan een rigoureuze controle onderworpen, het puin wordt vaak vooraf nog bijkomend gezuiverd en het gebruik van Copro- of gelijkwaardig gekeurd puin in een toegelaten bouwwerk geeft u als koper de garantie en de gemoedsrust dat u later geen problemen meer riskeert wegens inbreuken op de milieuwetgeving. De door Copro-gekeurde puinbrekers gehanteerde winstmarge is trouwens krap: secundaire grondstoffen zoals gerecycleerde puingranulaten kunnen nooit duurder verkocht worden dan natuurlijke grondstoffen. Bij Bouwkroniek vindt u de prijzen van natuursteenmaterialen terug met inbegrip van grind en zand.

    Wanneer men te breken puin bij een breker gaat afzetten, moet men meestal betalen. De prijs varieert van 0 euro tot 10 euro per ton en hangt sterk af van het soort materiaal, van de vervuilingsgraad, van de regio en de periode. Omwille van de hogere waarde van betongranulaten kan men niet gewapend, zuiver betonpuin soms gratis bij een breekinstallatie aanbieden. Betonpuin aanbieden kost in elk geval minder dan mengpuin aanbieden.

    De hier genoemde prijzen zij puur indicatief. Het is aangewezen om voor de werken de vergunde afvalverwerkers te contacteren om de juiste kosten voor afvalverwerking in de voorziene budgetten op te nemen. De prijs van Copro- of gelijkwaardig gekeurd puin zou ook lager zijn mocht elke puinbreker de Vlarea wetgeving strikt naleven en dus enkel gekeurde granulaten of gekeurd zeefzand op de markt aanbieden. Gekeurde breekinstalalties zouden dan immers een grotere omzet realiseren en dus per eenheid product goedkopere prijzen kunnen bieden. breekinstallatie aanbieden

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wie zorgt ervoor dat gerecycleerde puingranulaten voldoen aan de wetgeving?
    Bij de aanwending van granulaten voor funderingen e.d. komt de opdrachtgever van de werken soms in problemen wanneer de granulaten naderhand niet blijken te voldoen aan de milieuwetgeving. De opdrachtgever of bouwheer is echter vaak niet op de hoogte van de toepasselijke, complexe milieuwetgeving. Dit kan hem niet altijd ten kwade genomen worden: vaak heeft de opdrachtgever of bouwheer geen enkele affiniteit met de bouwwereld en/of geen professionele kennis over de milieuwetgeving.
    De leveranciers van de puingranulaten, met name de exploitanten van de vergunde puinbrekers en andere professionals van de afvalsector worden geacht deze kennis wel te bezitten (de informatie op deze website draagt hier trouwens toe bij). Zij moeten ervoor zorgen dat hun granulaten voldoen aan de milieuvoorwaarden voor hergebruik zodat de gebruikers hun granulaten in vertrouwen bij deze puinbrekers kunnen kopen. Zij zijn ook bij uitstek de geschikte personen om hun klanten volledig over de milieuverplichtingen te informeren.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Op een terrein is er puin gestort. Wat nu?
    Als het inerte puin voldoet aan de voorwaarden voor gebruik als bouwstof is er geen enkel probleem.
    Puin dat echter niet aan deze voorwaarden voldoet blijft juridisch een afvalstof. Indien dergelijk puin enkel op het betrokken terrein opgeslagen is (dus nog niet in de ondergrond van dit terrein als (onder)fundering gebruikt is én ook nog niet gebroken is) dan is eventueel een regularisatie mogelijk via een aanvraag voor een al of niet tijdelijke milieuvergunning voor het breken van puin. Er moet ook een Copro- of gelijkwaardige keuring worden aangevraagd en een analyse van het puin is ook nodig, dit om na te gaan dat het inderdaad over niet-verontreinigd puin gaat.

    Indien het puin op het terrein al gebruikt is als (onder)fundering dan meent de OVAM dat er geen regularisatie meer mogelijk is. Het puin moet uitgegraven en verwijderd worden. Het puin moet naderhand ook geanalyseerd worden om de juiste bestemming te kiezen. Eén mengmonster is nodig per 5 000 ton en per soort puingranulaat. De monsterneming gebeurt in het bijzijn van een onafhankelijke instelling (Copro of gelijkwaardig). De analyseresultaten dienen aan de OVAM te worden bezorgd.

    Indien de houder van de afvalstoffen weigert om het puin te verwijderen kan de overheid een proces verbaal van de overtreding opstellen. In dit PV wordt meestal verwezen naar artikel 12 van het afvalstoffendecreet: "Het is verboden afvalstoffen achter te laten of te verwijderen in strijd met de voorschriften van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan." Een dergelijk PV kan worden opgesteld door leden van de Federale Politie, door toezichthoudende ambtenaren van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (vroeger Aminal Inspectie) of door de gemeentelijke milieuambtenaren. Het PV wordt vervolgens overgemaakt aan de gerechtelijke autoriteiten die op basis van de gegevens tot eventuele vervolging kunnen overgaan.
    Door recente bevoegdheidsveranderingen is de OVAM niet meer gemachtigd om op eigen initiatief vastellingen te doen in verband met het illegaal achterlaten van afvalstoffen.

    De OVAM kan afvalstoffen ambtshalve laten verwijderen wanneer er risico bestaat van hinder of schade voor de mens of het leefmilieu. De OVAM dient de haar ter beschikking staande middelen echter zo efficiënt mogelijk te benutten, in de praktijk wordt een ambtshalve verwijdering dan ook enkel door de OVAM toegepast in geval van een calamiteit of een ernstige mogelijkheid tot calamiteit, wat zelden het geval is bij het achterlaten van bouwafval.
    Afgezien van een eventuele strafrechterlijke vervolging kan de OVAM overeenkomstig artikel 47.3° van het afvalstoffendecreet milieuheffingen innen voor het achterlaten van afvalstoffen op een niet-vergunde stortplaats. Deze milieuheffing bedraagt meer dan honderd euro/ton en evolueert mee met het indexcijfer.

    Wanneer de (gemeentelijke) overheid illegaal gestort (bouw)afval aantreft verdient het aanbeveling om, alvorens de gerechtelijke procedure op gang te brengen, de overtreder te contacteren. Men kan aldus de overtreder trachten te overtuigen zijn afvalstoffen op korte termijn zelf te verwijderen en af te voeren naar een vergunde inrichting, gesteld natuurlijk dat de verwijdering van de afvalstoffen geen risico voor mens en milieu vormt. Dit zal meestal het geval zijn voor al of niet gemengd bouwafval.
    Een vrijwillige verwijdering is meestal de snelste, goedkoopste en meest pragmatische oplossing, voor overtreder én maatschappij. Belangrijk is hierbij dat de overtreder met documenten zoals een afgiftebon, Copro-attesten, of facturen naderhand echt kan aantonen dat hij de afvalstoffen heeft afgevoerd naar een vergunde afvalverwerker en dat hij het afgevoerde puin heeft vervangen door vb. Copro- of gelijkwaardig gekeurd puin of niet-vervuilde grond. Overeenkomstig artikel 54 van het afvalstoffendecreet kan de burgemeester steeds (vb. indien de overtreder niet gekend is of weigert om zijn afvalstoffen te verwijderen) de verwijdering van de afvalstoffen bevelen en alle nodige maatregelen hiertoe nemen. Overeenkomstig artikel 59 kunnen deze door de gemeente gemaakte kosten in geval van een veroordeling verhaald worden op de overtreder.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat kost het storten van asbestcement?
    Asbestcementafval mag niet worden hergebruikt, het mag enkel worden gestort op een vergunde stortplaats. Zowel vergunde categorie I (voor bedrijfsafval) als categorie III stortplaatsen (voor inert afval) komen hiervoor in aanmerking.
    Het storten van asbestcement kost ongeveer 40 euro per ton (cijfers 2005). Deze prijs omvat de milieuheffingen (het bedrag dat de exploitant aan de overheid betaalt), de exploitatiekosten van de stortplaats en gemeentelijke taksen. De transportkosten zijn niet in de prijs inbegrepen. Kleine hoeveelheden asbestcement kunnen vaak ook op het containerpark worden afgegeven. Soms is dit gratis, soms moet men hiervoor betalen.

    Niet elk containerpark beschikt al over een inzamelcontainer voor asbestcement. Van de 308 Vlaamse gemeenten zouden er in 2005 al ongeveer 3 op 4 asbestcement inzamelen. Deze trend is stijgend en ten laatste op 1 januari 2008 moet elke gemeente asbestcement afzonderlijk kunnen inzamelen. Het is uitdrukkelijk verboden om asbestcement gemengd met inert puin op een containerpark af te geven: asbestcement moet steeds afzonderlijk van het inerte puin worden gehouden.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat te doen bij onzorgvuldige sloop van asbesthoudende constructies?
    Volgens de milieuwetgeving moet men onder meer "bij de sloop van asbesthoudende gebouwen, constructies en installaties waarbij asbestvezels of asbeststof kunnen vrijkomen en het verwijderen van asbest of asbesthoudende materialen daaruit, de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat geen asbest in het milieu vrijkomt" (art. 4.7.0.1. van Vlarem II voor vergunningsplichtige activiteiten of art. 6.4.0.1. van Vlarem II voor "niet-ingedeelde" inrichtingen, dit zijn activiteiten/inrichtingen waarvoor geen milieuvergunning vereist is).
    Concreet betekent dit dat men een aantal eenvoudige maatregelen moet nemen om het risico op vezelvrijstelling zoveel mogelijk te beperken.

    Indien de overheid (milieu-ambtenaar, politie) vaststelt dat men bij een sloop geen rekening houdt met het bovenstaande kan een proces verbaal worden opgesteld op basis van bovenvermelde wetgeving. Andere wetgeving die van toepassing kan zijn is art. 23 van het afvalstoffendecreet: "gevaarlijke afvalstoffen moeten bij inzameling, vervoer en tijdelijke opslag deugdelijk zijn verpakt en/of opgeslagen... De verschillende soorten gevaarlijke afvalstoffen moeten van elkaar en van de niet-gevaarlijke afvalstoffen gescheiden worden gehouden."
    Belangrijk is dat men de aannemer aanmaant om de werkwijze onmiddellijk te stoppen en de werken pas te hervatten nadat de nodige beschermende maatregelen genomen zijn.

    Terug naar het begin van de pagina



-Bouw- en sloopafval - voor aannemers
  • Ik heb een nummer bij de OVAM. Ben ik nu met alles in orde?
    Neen. De OVAM geeft voor elk dossier dat ze ontvangt of bij elke eerste keer dat ze met een onderneming in aanraking komt een OVAM nummer aan deze onderneming. Deze nummering dient voor louter interne administratie en geeft geen enkel recht. De nummers worden automatisch gegeven zonder dat het bedrijf dit aanvraagt en geven geen toelating om bijvoorbeeld afval te transporteren of om een afvalstroom uit te voeren. Een nummer betekent ook niet dat een eventuele aanvraag een gunstig gevolg krijgt.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Welke documenten en verplichtingen zijn nodig bij het transport van (bouw)afval?
    Elk transport van afvalstoffen dient vergezeld te gaan van een "identificatieformulier voor afvalstoffen" of een formulier met identieke informatie. Meer informatie over dit formulier vindt u op de OVAM website. Afvalstoffen mogen enkel afgevoerd worden door een bij de OVAM erkende overbrenger of door een bij de OVAM geregistreerde vervoerder. De geregistreerde vervoerder moet wel steeds in opdracht van een opdrachtgever werken. Deze opdrachtgever kan enkel zijn:
    • de producent van de afvalstoffen;
    • een erkende overbrenger;
    • één van hieronder genoemde uitzonderingen.
    De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de vervoerswijze (de verpakking, het verbod op mengen en verdunnen enz), voor het identificatieformulier en voor de bestemming. De opdrachtgever heeft zelf géén erkenning of registratie nodig. Een producent mag dus steeds zelf zonder erkenning eigen afval afvoeren naar een vergunde inrichting. Dit geldt ook voor een aannemer die zelf (dus met eigen middelen) eigen werfafval afvoert.
    Particulieren en zelfstandigen die eigen afval vervoeren naar een vergunde inrichting hebben eveneens geen erkenning nodig.
    Particulieren, zelfstandigen en KMO's (ondernemingen met minder dan 10 werknemers) moeten in principe ook geen identificatieformulier bij afvaltransporten voegen. De OVAM beveelt echter aan dat elke ondernemer die afval vervoert, met inbegrip van zelfstandigen en KMO's, toch steeds een identificatieformulier bijvoegt om het toezicht op de afvaltransporten te vergemakkelijken.

    Een vervoerder die in opdracht van de producent van de afvalstoffen werkt (dit wil zeggen dat de producent onder meer de bestemming van de afvalstoffen bepaalt) heeft enkel een registratie als vervoerder nodig. Een vervoerder die echter zelf beslist waar hij met de afvalstoffen naar toe rijdt wordt dus zelf opdrachtgever voor het transport en dient derhalve een erkenning te hebben als overbrenger.

    Een exploitant van een containerdienst die zijn verhuurde, gevulde afvalcontainers afvoert, moet steeds een erkenning hebben. De afvalstoffen die hij vervoert kunnen immers niet beschouwd worden als eigen afvalstoffen, in de betekenis van afvalstoffen die vrijkomen bij de eigen activiteiten.

    De aannemer, ook indien hij enkel eigen afvalstoffen vervoert en dus geen erkenning nodig heeft, dient de afvalstoffen deugdelijk te verpakken (art. 5.1.1.2, §2 van Vlarea).

    Bij het vervoer van gevaarlijke afvalstoffen dient de opdrachtgever een geldige verzekering te hebben (art. 5.1.1.3). Een aannemer of een containerdienst die gevaarlijke afvalstoffen vervoert moet dus een verzekering hebben (tenzij de producent van de afvalstoffen deze verzekering heeft, dit lijkt echte in praktijk onwaarschijnlijk).
    Zelfstandigen en KMO's met minder dan 10 werknemers en natuurlijk ook particulieren die eigen gevaarlijke afvalstoffen vervoeren moeten geen verzekering hebben.

    Vervoer van afvalstoffen
    Vervoer van/door
    erkenning?
    identificatieformulier? verzekering?
    Eigen afval door particulier neen neen
    neen
    Eigen afval door zelfstandige neen
    aanbevolen
    neen
    Eigen afval door aannemers met <10 werknemers neen
    aanbevolen
    neen
    Eigen afval door aannemers met >=10 werknemers neen ja
    ja
    Afval van anderen doch vervoerder is geen opdrachtgever
    neen
    (wel registratie als vervoerder)
    ja
    neen
    (opdrachtgever moet verzekering hebben)
    Afval van anderen, vervoerder is opdrachtgever ja
    ja
    ja


    De procedure om een registratie als vervoerder te bekomen is eenvoudig: het volstaat een aantal adminstratieve gegevens via een specifiek formulier aan de OVAM te verschaffen. De procedure om door de OVAM erkend te worden als overbrenger voor afvalstoffen is meer uitgebreid. Er worden voorwaarden gesteld in verband met de deskundigheid, de moraliteit, de solvabiliteit en de bedrijfsactiviteiten. Om als overbrenger voor gevaarlijke afvalstoffen erkend te worden is bovendien een bijkomende specifieke verzekering nodig.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Is een milieuvergunning vereist voor een puinbreker?
    Er is bijna altijd een milieuvergunning nodig voor de uitbating van een puinbreekinstallatie, ook indien het puin gebroken wordt in een mobiele breker die slechts tijdelijk op een werf is geplaatst. Enige uitzondering op deze milieuvergunningsplicht is het breken van inert puin van wegeniswerken op de bouwplaats zelf waarbij het puin uitsluitend afkomstig is van deze éne werf. Er is dus steeds een milieuvergunning nodig indien het bijvoorbeeld asfaltpuin betreft of indien het puin van diverse werven komt of indien het over puin van de sloop van een gebouw gaat. Met "op de bouwplaats zelf" bedoelt men op een perceel waarop de stedebouwkundige vergunning voor het werk betrekking heeft.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Is een milieuvergunning vereist voor de tijdelijke opslag van eigen puinafval?
    Een aannemer heeft geen milieuvergunning nodig voor de opslag van afvalstoffen op het eigen bedrijfsterrein indien de afvalstoffen afkomstig zijn van eigen werken, opgeslagen worden in maximum 5 containers en op regelmatige basis worden afgevoerd.
    Onder deze voorwaarden kan de uitzonderingsbepaling voor bedrijfseigen afvalstoffen op de plaats van productie van toepassing gesteld worden. Het is niet toegelaten om ook maar enige sorteeractiviteit uit te voeren.
    Voor de 5 containers geldt: maximaal 2 gemengde containers met het oog op verwijderen (verbranden, storten), de overige containers bevatten selectief ingezamelde stromen.

    De bovenstaande vrijstelling van de milieuvergunningsplicht staat niet expliciet in de milieuwetgeving maar is een OVAM visie/interpretatie die 2 doelstellingen beoogt:
    • enerzijds administratieve overlast beperken en zo een overtal aan milieuvergunningsaanvragen vermijden voor een activiteit indien deze activiteit niet gepaard gaat met milieuhinder;
    • anderzijds toch geen vrijbrief geven om vergunningsplichtige activiteiten zonder milieuvergunning uit te voeren.


    Het is in elk geval strikt verboden om zonder milieuvergunning ook maar enige activiteit (klieven, snijden, breken, sorteren enz..) op afvalstoffen uit te voeren.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Waar vind ik de formulieren voor vergunningsaanvragen e.d.?
    Bij het onderdeel onderneming beheren van de koepelwebsite van de Vlaamse overheid vindt u diverse info over milieuaspecten en milieuverplichtingen voor uw onderneming : tekst en uitleg over milieuvergunningen, milieu effect rapporten, milieucoördinatoren, milieujaarverslagen, veiligheidsrapporten, bodemattesten, stedenbouwkundige vergunningen e.d. U vindt er ook standaardformulieren om een milieuvergunning aan te vragen. Dit webthema vormt een onderdeel van de nieuwe portaalsite van de Vlaamse overheid.

    Op de website van het Vlaams Agentschap Ondernemen (het agentschap dat samen met de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen de taken van de vroegere GOM's of Gewestelijke Ontwikkelings Maatschappijen overgenomen heeft) vindt u een aantal documenten zoals o.m. een handleiding voor milieuvergunningsaanvragen, een milieuchecklist, infobladen over ecologiepremies, energieplanning, grondverzet en dergelijke meer.
    De Vlaamse Milieunavigator is een uitgebreid zoeksysteem dat u helpt om de gewenste milieuwetgeving op te sporen.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Welke Copro-keuring voor welk type breekinstallatie?
    De vzw Copro verleent een Copro-keuring voor puin van een recuperatie-inrichting wanneer deze inrichting voldoet aan het Copro-reglement.
    De vzw Copro heeft 2 reglementen, met name de "TRA10" voor puinganulaten geproduceerd op een vaste locatie en de "TRA11" voor puingranulaten geproduceerd door een mobiele installatie. Een keuring volgens TRA11 is enkel mogelijk op een bouw- of sloopwerf waarbij het te breken puin uitsluitend afkomstig is van de betreffende werf zelf en waarbij men natuurlijk een mobiele breker inzet.

    Indien men een mobiele breker inzet op een vaste locatie waar er puin van diverse werven wordt aangevoerd dan is niet enkel een keuring nodig volgens TRA11 maar dan dient de vaste locatie zelf ook nog te beschikken over een COPRO-certificaat voor puingranulaten volgens TRA 10. Een vaste locatie is een geografische plaats die door een fysische afscheiding ontoegankelijk wordt gemaakt (o.m. uitgerust met afsluitbare poorten). Dit scenario is van toepassing wanneer een recyclage-inrichting niet over een eigen breker beschikt maar deze periodiek extern huurt telkens men over voldoende te breken puin beschikt. De afvoer van puingranulaten vanaf de vaste locatie gebeurt onder verantwoordelijkheid van de vergunninghouder van de vaste locatie volgens TRA 10.
    Voor verdere informatie hierover kan u bij voorkeur de vzw Copro contacteren (02/468 00 95).

    Terug naar het begin van de pagina



  • Zijn er andere keuringen dan de Copro-keuring mogelijk?
    De Vlarea wetgeving spreekt van een Copro- of een gelijkwaardige keuring. Certipro ,de certificatie- en keuringsdienst van de Vito heeft het "quarea"-zorgsysteem voor puingranulaten uitgebouwd. Dit zorgsysteem wordt door de OVAM als gelijkwaardig aan de Copro-keuring beschouwd.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat is het standaardbestek 250?
    Het standaardbestek 250 voor de wegenbouw is een lijvig bouwtechnisch document dat alle voorwaarden bepaalt waaraan openbare wegenwerken moeten voldoen. Een volledige versie van het standaardbestek vindt u op de website van de administratie Wegen en Verkeer.
    Afhankelijk van de samenstelling van de puingranulaten voorziet het standaardbestek 250 een aantal mogelijkheden voor het hergebruik van puin. Het standaardbestek 250 bepaalt ook dat de puingranulaten o.m. Copro-gekeurd moeten zijn. In onderstaande tabel zijn de door het standaardbestek 250 toegelaten toepassingen voor inerte granulaten en van asfaltpuin vermeld.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Kan zeefzand hergebruikt worden?
    Informatie over het legaal hergebruik van zeefzand vindt u bij de rubriek hergebruik van zeefzand.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat met het verpakkingsafval dat vrijkomst bij bouwwerken?
    Er geldt een terugnameplicht voor éénmalige verpakkingen zoals kunststoffolies. De verpakkingsverantwoordelijke dient te voldoen aan deze terugnameplicht. De verpakkingsverantwoordelijke is meestal de persoon die zijn goederen in België heeft verpakt of doen verpakken (vb. een steenbakkerij die zijn keramische producten verpakt) zodat deze goederen op de Belgische markt kunnen worden aangeboden. De gebruiker (vb. een aannemer) kan zijn éénmalig verpakkingsafval teruggeven aan de verpakkingsverantwoordelijke of aan de persoon of het erkende organisme dat door de verpakkingsverantwoordelijke werd aangeduid. Op dit ogenblik is de vzw VALIPAC (Val-I-Pac), het enige organisme dat erkend is voor de terugname van bedrijfsmatig verpakkingsafval.
    Tot slot kan nog opgemerkt worden dat het verpakkingsbeleid een verplichte omzetting is van Europese wetgeving. De interregionale verpakkingscommissie (IVCIE) is de administratie die bevoegd is voor het uitwerken van dit verpakkingsbeleid. Voor meer informatie met betrekking tot uw eventuele verplichtingen kan u de IVC infolijn (info@ivcie.be) contacteren. Het adres van de Interregionale verpakkingscommissie is: Kunstlaan 10/11 - 1210 Brussel tel. 02/209 03 60, fax. 02/209 03 98

    Terug naar het begin van de pagina



  • Hoe teerhoudend dakafval van teervrij dakafval onderscheiden?
    Teerhoudend afval kan met behulp van de eenvoudige en practische spuitbusteertest van teervrij afval onderscheiden worden. Meer info over deze test vindt u bij het item hergebruik van asfaltpuingranulaten. Er zijn echter nog een aantal praktische kenmerken die het onderscheid bij dakbedekkingen makkelijker maken. U vindt deze in onderstaande tabel.

    Kenmerken dakbedekking
    Teerhoudend afval Bitumineus dakafval
    - bros, glimmend materiaal
    - taai materiaal
    - vaak vervuild met grind
    - goed vrij te maken van grind
    - smelt sneller
    - smelt niet bij temperatuurverhoging
    - sterk indringende geur
    - zoete, niet indringende geur
    - toegepast tot 1980
    - toegepast vanaf 1974
    - loskomend stof geeft geïrriteerde huid
    - moeilijk te snijden
    - vaak grote gewichtstoename bij verwijdering door aanhechtend grind
    - vaak grote lappen zonder aanklevend grind
    - vaak losliggend van de ondergrond
    - regelmatig vastgekleefd aan onderliggende isolatie



    De aanwezigheid van teer is belangrijke omwille van milieuredenen: teerhoudend afval bevat polyaromatische koolwaterschoffen. Sommige PAK's worden beschouwd als kankerverwekkend. De milieuwetgeving is voor beide afvalstromen dan ook verschillend: teerhoudend dakafval mag enkel worden verbrand of gestort in vergunde inrichtingen voor gevaarlijk afval. De aanwezigheid van teer kan het (toekomstig) hergebruik van afval van dakbedekkingen ("roofing") bemoeilijken. Een alternatief voor teervrij dakafval is afvoer naar een specifieke recyclinginstallatie voor teervrij dakafval in Nederland. Voor de uitvoer van het teervrij dakafval is wel een kennisgeving nodig.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Wat is er veranderd voor asbesthoudend bouwafval?
    Alle asbesthoudende bouwmaterialen met inbegrip dus van hechtgebonden asbestafval zoals asbestcement zijn voortaan ingedeeld bij de gevaarlijke afvalstoffen. Dit heeft 2 gevolgen:
    • asbestcement moet in principe door een bij de OVAM erkende overbrenger van gevaarlijk afval worden afgevoerd;
    • ondernemingen en particulieren kunnen met hun asbestcement nog steeds terecht op een vergunde stortplaats voor inert afval (categorie III stortplaats), voor zover deze stortplaats een afzonderlijk stortvak voor asbestcement heeft ingericht zoals de Europese wetgeving voorschrijft.
    Nieuw is dat men het asbestcement in een kunststofverpakking op de bovenvermelde cat III stortplaatsen mag aanleveren en dat dit asbestcement er niet meer moet ontpakt worden, dit om het risico van de verspreiding van asbestvezels verder te beperken.
    Particulieren kunnen natuurlijk nog altijd met hun asbestcementplaten terecht op hun lokale containerpark, voor zover dit containerpark over een afzonderlijke container voor asbestcement beschikt.

    De boven vermelde verplichting tot afvoer van het asbestcement door een bij de OVAM erkende overbrenger van gevaarlijk afval geldt niet voor:
    • een particulier die eigen asbestcementafval afvoert naar een vergunde inrichting;
    • zelfstandigen en aannemers die asbestcementafval van eigen werven naar een vergunde inrichting afvoeren.
    Het asbestcement moet op de werven afzonderlijk van andere afvalstoffen worden gehouden. Zelfstandigen en aannemers met minder dan 10 werknemers dienen in principe bij hun afvaltransporten geen ingevuld identificatieformulier voor afvalstoffen te voegen bij rechtstreekse afvoer van hun afvalstoffen van de werf naar een vergunde afvalverwerker. De OVAM beveelt echter aan dat men dit toch steeds doet. Hoe kan de overheid anders herkomst en bestemming aantonen bij een inspectie op afvaltransporten?

    Asbestcement moet afgevoerd worden in een gesloten of afgedekte container of recipiënt. Er wordt aanbevolen om op de houder een asbestetiket aan te brengen. Indien men zijn afvalstoffen afgeeft aan een derde vraagt men, net zoals vroeger, steeds een document hiervan dat als bewijs van legale afvoer kan gelden (dit geldt natuurlijk niet voor afgifte op een containerpark).

    Terug naar het begin van de pagina



  • Waar naartoe met specifieke afvalstromen uit de bouwsector?
    Voor een aantal kenmerkende, vaak nog problematische, afvalstromen uit de bouwsector is er een (gedeeltelijke) oplossing uitgewerkt of in voorbereiding. Het betreft o.m. gips, cellenbeton, teervrij dakbitumen, slib van natuursteenbewerking, grote brokken puin. De beoogde toepassingen kunnen het hergebruik als bouwstof zijn of het materiaalhergebruik bij de productie van nieuwe gelijksoortige bouwmaterialen. Deze toepassingen worden nader toegelicht in het item hergebruik specifieke afvalstromen uit de bouw.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Waar naartoe met een grondoverschot?
    Erkende bodembeheerorganisaties kunnen u een oplossing aanbieden voor uw grondoverschot. Deze organisaties richten zich tot eenieder die tijdens werken met grondverzet te maken heeft zoals aannemers, openbare besturen, overheidsbedrijven en studiebureau's. Op dit moment kunnen de erkende bodembeheerorganisaties voor u:
    • adviezen en richtlijnen geven over de bemonstering van een partij grond;
    • beschermingsmaatregelen toelichten bij de aanwending van licht verontreinigde grond;
    • de bruikbaarheid van een partij grond toelichten, steunend op een analyserapport. Dit noemt men het bodembeheerrapport;
    • u adviseren over te volgen procedures bij grondverzet.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Mag men puin op een veldweg gebruiken?
    Men mag inert puin op een veldweg gebruiken indien het puin voldoet aan de voorwaarden voor gebruik als bouwstof. Deze voorwaarden vindt u terug bij het item "Op een terrein is er puin gestort. Wat nu ?". Omdat men bij gebruik van puin op veldwegen echter dikwijls in een schemerzone zit (gaat het nu echt over een functioneel gebruik van dit puin of wil de eigenaar van het puin het gewoon op een goedkope manier storten ?) heeft de OVAM nog een aantal randvoorwaarden opgelegd, in de geest van de wetgeving.

    Gebruik van puin op een landbouwweg of een bosweg is pas een bouwkundig werk als er een duidelijke afscheiding is met de bodem en als de weg een bepaalde draagkracht moet hebben. Bovendien moeten de land- en bosweg officieel gekend zijn bij de gemeente (dus opgenomen in de gemeentelijke atlas der buurtwegen), dit om te vermijden dat men op eigen initiatief zomaar ergens een veldweg aanlegt.
    Er moet ook een bouwvergunning verleend zijn indien dit nodig geacht wordt door de daartoe bevoegde administratie.

    Enkele voorbeelden om dit wat concreter te maken: Bij de aanleg en onderhoud van een officiële land- of bosweg, vb. het opvullen van putjes in een met granulaten aangelegde officiële weg is er sprake van een bouwkundig werk.
    Bij het opvullen van putten in een "aarden" landbouwweg (bodem) of bij het opvullen en nivelleren van een weiland (bodem) is er geen sprake van een bouwkundig werk.
    Indien een landbouw- of bosweg wordt afgeschaft door de gemeente (wegens niet meer in gebruik) kan het gebruik van puin in deze weg ook niet meer als een werk aanzien worden.
    Er is wel sprake van een bouwkundig werk wanneer een landbouwer puingranulaten gebruikt voor toegang tot een weide zonder hierbij te voldoen aan de voorwaarde van opname in de buurtatlas.
    Bij een loutere reliëfwijziging, vb het ophogen van laaggelegen terreinen, het opvullen van putten en het dempen van sloten is er sprake van een toepassing als bodem. Hiervoor mag geen puin worden gebruikt doch wel niet-verontreinigde grond.

    Terug naar het begin van de pagina



  • Mag bouw- en sloopafval van/naar Wallonië of Brussel in- of uitgevoerd worden?
    De in- en uitvoer van bouw- en sloopafval van of naar Wallonië of Brussel is niet onderworpen aan de EEG richtlijn voor de overbrenging van afvalstoffen. Het transport dient echter wel steeds vergezeld te zijn van een identificatieformulier voor afvalstoffen. Bovendien moet steeds voldaan worden aan de andere milieuwetgeving die in de betrokken gewesten van toepassing is.

    Indien afvalstoffen naar Wallonië worden afgevoerd om daar gestort te worden is een afwijking ("dérogation") door de Waalse overheid vereist, waarbij het advies van de OVAM wordt ingewonnen.
    Een dergelijke afwijking kan u aanvragen bij het Office Wallon des Déchets, Avenue Prince de Liège, 15 B-5100 Namen, Tél.: 081 33 65 75, Fax : 0 81 33 65 22, owd.dgnre@mrw.wallonie.be. Sinds 1996 werd geen enkele dergelijke afwijking meer afgeleverd.
    Uitvoer van afvalstoffen naar een stortplaats in een ander gewest is bovendien onderworpen aan Vlaamse milieuheffingen. Voor meer info over deze milieuheffingen kan u dienst milieuheffingen van de OVAM contacteren (tel. 015/284 265).

    Terug naar het begin van de pagina