landschap

U ontvangt als gemeente een melding van een schadegeval of een klacht aangaande bodemverontreiniging

Taken van de gemeente

Indien een schadegeval gemeld wordt door de exploitant, eigenaar, of gebruiker van een grond aan uw diensten, dient u als gemeentebestuur vooreerst na te gaan of er noodzaak is tot het nemen van urgente maatregelen (of inschakelen van brandweer en/of civiele bescherming aangewezen is).

Wanneer u een klacht ontvangt van derden over een mogelijke bodemverontreiniging naar aanleiding van een onvoorziene gebeurtenis dient u over te gaan tot een het maken van een vaststelling.

Het draaiboek van de OVAM: uw hulp

De OVAM ontwikkelde voor de gemeentebesturen een  draaiboek schadegevallen. Om toegang te krijgen tot dit draaiboek, stuurt u een email naar bvcampen@ovam.be of sdwit@ovam.be met als onderwerp: 'toegang draaiboek'. Dit draaiboek heeft als functie:

  • Toetsing schadegeval aan de bepalingen en de definitie uit het bodemdecreet
  • Bepaling van de bevoegde overheid
  • Helpen bepalen van complexiteit en urgentie
  • Helpen bepalen of een effectieve aanpak mogelijk is binnen 180 dagen
  • Verzamelen van gegevens

Enkele aandachtspunten uit het draaiboek:

  1. Als gemeentebestuur kan je best nagaan of ontstane bodemverontreiniging voldoet aan de definitie en de bepalingen van een schadegeval (wat is een schadegeval?)
  2. Indien het een klacht betreft, maak je hier een vaststelling van. Dit is het verzamelen van voldoende gegevens:
    • Adresgegevens, eigenaargegevens en kadastrale gegevens waar de verontreiniging tot stand is gekomen
    • De aanwezigheid van risicoactiviteiten op het terrein waar de verontreiniging tot stand kwam
    • De oorzaak van het schadegeval
    • De hinder (geurhinder, intrusie puur product,...) die de verontreiniging of schadegeval veroorzaakte
    • De reeds ondernomen maatregelen
    • ....
  3. Op basis van de melding of verzamelde gegevens in de vaststelling kan de gemeente nagaan of het schadegeval, onder bevoegdheid van de burgemeester valt
  4. Indien de burgemeester als bevoegde instantie wordt aangeduid, dient hij of zij een uitspraak te doen over de aanpak van het schadegeval en de maatregelen tot behandeling van de bodemverontreiniging op te leggen. Deze beslissing dient binnen 30 dagen, na ontvangst van de melding, meegedeeld worden aan de saneringsplichtige(n).
  5. Als de plichtige, niet of in onvoldoende mate optreedt, maant de bevoegde overheid die persoon aan om zijn verplichtingen alsnog na te leven binnen een bepaalde termijn.
    Wordt binnen de gestelde termijn aan de aanmaning geen of in onvoldoende mate gevolg gegeven, kan de bevoegde overheid ambtshalve in zijn plaats de maatregelen uitvoeren en de kosten ervan verhalen op de ingebrekeblijvende plichtige en de persoon die overeenkomstig bodemdecreet aansprakelijk is.