Contacten
Team Bio - TRACES (OVAM)
Tel 015 284 356
Fax 015 284 188
Publicaties
Al sinds 12 juli 2007 is de Europese wetgeving voor de overbrenging van afvalstoffen (EVOA) niet meer van toepassing op dierlijke bijproducten (DBP) die niet voor menselijke consumptie zijn bestemd. Voor elk grensoverschrijdend transport van deze DBP moest vanaf toen worden voldaan aan de voorwaarden uit de Europese Verordening nr. 1774/2002 van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde DBP. Dit impliceerde het verplichte gebruik van een Europees handelsdocument, cf. het in deze verordening opgelegde model, en van het TRACES-systeem.
Op 4 maart 2011 werden twee nieuwe Europese verordeningen van kracht, ter vervanging en verbetering van de oude V1774/2002:
Procedures en formulieren voor het grensoverschrijdend vervoer van niet voor menselijke consumptie bestemde DBP werden gewijzigd en verfijnd. Om niet voor menselijke consumptie bestemde DBP en afgeleide producten die als afvalstoffen worden beschouwd te verzenden, blijft de OVAM bevoegd. Meer over de verdeling van bevoegdheden in Vlaanderen vindt u hier. Bij invoer in Vlaanderen van DBP of afgeleide producten, moet het erkende bedrijf in de lidstaat van oorsprong, de leverancier dus van het Vlaamse erkende bedrijf, daarvoor een toelating verkrijgen van de OVAM. Bij uitvoer, moet het Vlaamse erkende bedrijf de toelating daarvoor bekomen bij de bevoegde autoriteit in de lidstaat van bestemming. De OVAM dient uiteraard ook op de hoogte worden gesteld van uitvoer. Voor verwerkte dierlijke eiwitten (VDE) afgeleid van categorie3-materiaal is geen toelating meer vereist. Wel blijft melding en ontvangst daarvan aan de OVAM verplicht, alsook het gebruik van het Europese handelsdocument en het TRACES-systeem.
V142/2011 voorziet een nieuw standaardformaat handelsdocument.