Liedekerke Begijnenmeers

Inleiding

Ter hoogte van de Nijverheidszone Begijnenmeers in Liedekerke is er een voormalige stortplaats voor huishoudelijk afval. De stortactiviteit vond plaats van eind jaren ‘60 tot midden jaren ‘70 van vorige eeuw Door deze voormalige risico-activiteit zijn de betrokken eigenaars van de percelen gebonden aan de verplichtingen van het bodemdecreet waardoor bij overdracht van de grond een oriënterend bodemonderzoek moet uitgevoerd worden, ook als er momenteel geen bodemverontreinigende activiteiten plaats vinden.

De OVAM en de gemeente Liedekerke hebben echter het initiatief genomen om een globaal bodemonderzoek (site-onderzoek) te laten uitvoeren in plaats van dat elk bedrijf zijn eigen bodemonderzoek uitvoert. Hiertoe werden afspraken gemaakt in een samenwerkingsovereenkomst en werden juridische documenten opgesteld om het site-onderzoek mogelijk te maken.

Waar is de site gelegen?

Het huishoudelijk stort was gelegen in het zuidelijke deel van het bedrijventerrein Begijnenmeers, en werd begrensd door de Dender, de spoorweg Denderleeuw-Brussel, de Affligemstraat en de straat Nijverheid-Begijnenmeers.

Hoe hebben Liedekerke en de OVAM deze site aangepakt?

De percelen werden door de Vlaamse Regering als een site vastgelegd in een Ministerieel besluit tot het vaststellen van de percelen als site (sitebesluit dd. 5 februari 2008). Dit maakte het mogelijk om één globaal bodemonderzoek (zogenaamd site-onderzoek) uit te voeren op de volledige stortplaats. In dit site-onderzoek wordt de verontreiniging volledig in kaart gebracht en wordt duidelijkheid gegeven over de aanwezigheid van mogelijke risico's. Een site-onderzoek voldoet aan de voorwaarden van een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek en beperkt zich tot het onderzoek van de voormalige stortplaats.

Voor de financiering van het site-onderzoek werden er een aantal afspraken gemaakt tussen de gemeente Liedekerke, de Vlaamse Regering en de betrokken ondernemingen die een bijdrage leveren aan het site-onderzoek. Deze afspraken zijn gebundeld in een samenwerkingsovereenkomst:

  • De gemeente Liedekerke neemt 50% van de kosten van het site-onderzoek op zich waardoor de betrokken ondernemingen samen slechts 50 % van de kosten moeten voorzien. De individuele kost is evenredig met de oppervlakte van het perceel.
  • Ondernemingen die reeds een conform verklaard oriënterend bodemonderzoek in hun bezit hebben, hebben hun onderzoeksplicht reeds vervuld. Bijgevolg moeten zij niet bijdragen aan het site-onderzoek.
  • Op het moment van de overeenkomst kon de totale kost van het site-onderzoek niet exact voorspeld worden. Vandaar de afspraak dat wanneer de totale kost van het site-onderzoek meer dan 100.000 euro bedraagt, de Vlaamse overheid aan de OVAM de opdracht zou geven om de meerkost op zich te nemen (het onderzoek heeft minder dan 100000 euro gekost).
  • De eigenaars en gebruikers worden ontheven van hun onderzoeksplicht en eventuele saneringsplicht voor de historische verontreiniging afkomstig van de stortplaats.
  • Indien uit het site-onderzoek zou blijken dat er gesaneerd moet worden geeft de Vlaamse overheid de OVAM de opdracht de sanering te (pre)financieren.
  • De communicatie zal gebeuren door de gemeente en de OVAM.
  • De uitvoering van het site-onderzoek wordt opgevolgd door de gemeente Liedekerke. De OVAM zal de gemeente hierin ondersteunen.

Het ministerieel besluit geeft het juridische kader om de geïntegreerde aanpak van het onderzoek, mogelijk te maken.

Op 15 april 2008 werd het ministerieel besluit gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit betekent dat voor alle percelen betrokken in de site ‘Bedrijventerrein Begijnenmeers te Liedekerke’ geen oriënterend bodemonderzoek meer moet uitgevoerd worden bij overdracht. Deze regeling geldt enkel voor de voormalige stortactiviteiten. Indien er andere onderzoeksplichtige inrichtingen of activiteiten aanwezig zijn op het perceel dan dient de eigenaar hiervoor bij overdracht zelf nog een oriënterend bodemonderzoek te doen.

Afspraken aangegeven in het ministerieel besluit:

  • Eigenaars en gebruikers van percelen betrokken in de site worden niet aangemaand na de sitevaststelling, tenzij zij nog geen conform OBO bezitten en de samenwerkingsovereenkomst niet ondertekend hebben.
  • Eigenaars krijgen geen vrijstelling van onderzoeksplicht tot het site-onderzoek is afgerond. Bij overdracht voor en tijdens het site-onderzoek moet een borgstelling gebeuren.
  • Na het site-onderzoek verkrijgen de eigenaars vrijstelling van onderzoeksplicht maar dit enkel voor de risicoactiviteit ‘voormalige stortplaats’.
  • Na het site-onderzoek verkrijgen eigenaars/gebruikers op een perceel waar een te saneren bodemverontreiniging is vastgesteld gerelateerd met de voormalige stortplaats een vrijstelling van saneringsplicht.
  • Voor de zones die gesaneerd moeten worden, zal de sanering geprefinancierd worden door de OVAM; terugvordering zal gebeuren bij de aansprakelijke
  • De bodemsaneringsdeskundige zal niet actief op zoek gaan naar verontreiniging afkomstig van andere risico-activiteiten op het terrein.

Wat zijn de resultaten?

Tijdens de uitvoering van het onderzoek werden meerdere stalen van de grond en van het grondwater genomen. Uit de visuele waarnemingen kon afgeleid worden dat de stortplaats voornamelijk huishoudelijke afvalstoffen (glas, plastiek ..) en bedrijfsafval (gips, steenpuin ..) bevat. De stortplaats strekt zich uit over een oppervlakte van circa 7,7 ha en is maximaal 2 meter diep.

Uit de analyseresultaten blijkt dat er op een aantal plaatsen verhoogde concentraties aan ondermeer arseen, minerale olie en VOCl (vluchtige organische chloorkoolwaterstoffen) worden aangetroffen maar dat er geen sprake is van een ernstige bodemverontreiniging.
Slechts ter hoogte van één perceel is een sanering noodzakelijk voor minerale olie in grond en grondwater. Deze verontreiniging vormt geen actueel risico, maar gezien de hoge concentraties is er een beleidsmatige saneringsnoodzaak.

Op enkele percelen werd verontreiniging vastgesteld die niet gelinkt is aan de voormalige stortactiviteiten. Conform de afspraken hoort verder onderzoek naar deze verontreinigingen en de eventuele bodemsanering niet thuis in dit site-onderzoek. De betrokken eigenaars werden geïnformeerd over de verdere verplichtingen.

Wie is wie?

Projectverantwoordelijke OVAM: Liesbeth Havet
Projectverantwoordelijke Liedekerke: Stijn Rauwet (053 64 55 38)
Bodemsaneerdeskundige: Abesim bvba (Stijn Vandeburie)

Contact

Liesbeth Havet
015 284 466
complexeverontreinigingen@ovam.be