Mijnbouw in het Anthropoceen

De ontginning van (voormalige) stortplaatsen wordt ook omschreven als 'Enhanced Landfill Mining' of kortweg 'ELFM' (J.T.Jones, 2012). Het betekent: "het veilig conditioneren, ontgraven en geïntegreerd valoriseren van (historisch en/of toekomstig) gestorte afvalstromen in zowel materialen als energie, door het gebruik van innovatieve transformatie technologieën terwijl de meest strenge sociale en ecologische criteria gerespecteerd worden".  Deze vorm van mijnbouw wordt beschouwd als de ontginning van het Anthropoceen, het meest recente geologische tijdvak dat begint vanaf de industriële revolutie (Crutzen 2000.) Binnen het concept van een kringloopeconomie is de finale uitdaging dat er enkel grondstoffen van het Anthropocene tijdvak worden gebruikt.

De basis van de door de OVAM toegepaste methodiek is te herleiden tot 3 hoofdthema's: inventarisatie van de (ontginningsproblematiek van) stortplaatsen in Vlaanderen (Mapping), de stortplaatskarakterisatie (Surveying) en de ontginning (Mining). Deze vereenvoudigde indeling sluit aan bij de werkwijze in de klassieke mijnbouw en stelt de OVAM in staat om een goed beeld te krijgen van de voorraad en het ontginningspotentieel. Een bijkomende component die minder relevant is in de traditionele mijnbouw is deze van de kosten ingeval van niet-ontginning, namelijk de mogelijke bodemsanering.