Asbestafbouwbeleid

Logo Asbestveilig Vlaanderen 2040

Wat betekent een versneld asbestafbouwbeleid?

Een versneld asbestafbouwbeleid streeft naar een versnelling in de afbouw van alle risicovolle asbesthoudende materialen uit onze leefomgeving binnen het Vlaamse Gewest. Asbesthoudende materialen zijn risicovol wanneer ze door beschadiging of veroudering zich in een slechtste staat bevinden. Afbouwen betekent het gecontroleerd en veilig ontmantelen en verwerken van de asbesthoudende materialen. Een versneld asbestafbouwbeleid grijpt in op het huidige afbouwritme want zonder ingrijpen verwachten we dat het grootste deel van de asbesthoudende materialen pas tegen 2070 of later zal verwijderd zijn.

Waarom een versneld asbestafbouwbeleid?

Decennialang werd asbest gebruikt in talloze bouw- en materiaaltoepassingen.  Het betreft meer dan 3500 verschillende toepassingen waarvan de productie pas in 1998 en 2001 werd verboden. Sinds het verbod zijn de milieuproblemen van de productiefase naar de gebruiksfase en de afvalstofverwerking verschoven. Asbesthoudende materialen bestaan uit een bindmiddel zoals bijvoorbeeld cement, lijm, gips,… waarin asbestvezels als versteviging of bescherming tegen wrijving, slijtage, vuur of chemische producten werden aangebracht. Asbesttoepassingen verdelen we onder in twee categorieën: de hechtgebonden en de niet-hechtgebonden - zogenaamde losse of vrije - asbesttoepassingen. Deze laatste categorie is gekend als meest risicovol omdat het grote hoeveelheden asbestvezels bevat die sowieso maar zwak gebonden zijn. Hechtgebonden asbestproducten bestaan in oorsprong uit een stevig bindmiddel dat de asbestvezels initieel goed bindt.

Recente inzichten en studies tonen aan dat louter de aanwezigheid van niet-hechtgebonden maar ook hechtgebonden asbesttoepassingen een risico kan vormen in gebouwen of voor het leefmilieu. De belangrijkste reden hiervoor is dat door veroudering en verwering de toestand van de bindmiddelen steeds slechter wordt. Hierdoor komen asbestvezels bloot te liggen en kunnen ze vrijkomen. In het bijzonder asbestcement dak- en gevelbekleding zoals leien en golfplaten zijn onderhevig aan deze problematiek. De steeds slechtere staat vormt een toenemend probleem voor een veilig gebouwbeheer of een betaalbare, veilige ontmanteling omdat deze asbesttoepassingen zeer snel breken en vergruizen. De maatschappelijke kosten lopen steeds meer op, in het bijzonder voor de gezondheid, de bouw- en recyclagesector, de verspreiding van asbest in de milieuketen en het saneren van asbestincidenten door lokale besturen.

 

Veroudering van een asbestvezel

Kans op aanwezigheid en omvang

In Vlaanderen bevatten gebouwen en infrastructuur met een bouwjaar ouder dan 2001 naar schatting nog ruim 2,3 miljoen ton aan asbesthoudende toepassingen. Het gaat hierbij om ruim 2,8 miljoen wooneenheden en 354.000 niet-residentiële gebouwen. Daarnaast ramen we dat er nog circa 40.000 km aan asbesthoudende nutsleidingen aanwezig zijn in de Vlaamse ondergrond.

De kans op het aantreffen van één of meerdere asbesttoepassingen in bijvoorbeeld woningen, appartementen of publieke gebouwen zoals scholen, blijkt helaas zéér groot: 70% tot meer dan 90% indien geen totaalrenovatie werd uitgevoerd. Om onze leefomgeving asbestveilig te maken, moeten we dus de aanwezige asbesttoepassingen in onze gebouwen en infrastructuur opsporen om de asbesttoepassingen in slechte toestand zo snel mogelijk te verwijderen.

 

Uitspoeling asbestvezels

 

Hoe kwam het asbestafbouwbeleid tot stand?

De Vlaamse Regering gaf op 24 oktober 2014 op voorstel van Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege haar principiële goedkeuring aan de opstart van een asbestafbouwbeleid door de OVAM in het Vlaamse Gewest (Zie beslissing Vlaamse Regering 2014). De OVAM kreeg de opdracht tegen 2018 via een zogeheten doorstartfase een finaal beleidsplan op te maken op basis van stakeholdersoverleg, proefprojecten en aanvullende studies. De OVAM raadpleegde uitvoerig de immo-, bouw-, overheids-, afval-, asbest- en milieusector als eerstelijns betrokken sectoren om knelpunten en behoeften te analyseren en mogelijke oplossingen af te toetsen. De OVAM doorliep bilaterale overlegtrajecten met alle sectorvertegenwoordigers van de diverse doelgroepen om hun specifieke noden te bevragen en potentieel ondersteunende instrumenten af te toetsen. De OVAM bakende hierbij ook de meest aangewezen instrumenten af die beheerd worden door andere entiteiten. De conclusies uit de doorstartfase vertaalde de OVAM in de weerhouden geïntegreerde aanpak van het Actieplan Asbestafbouw.

Wat heeft de Vlaamse Regering beslist?

De Vlaamse Regering gaf op 20 juli 2018 op voorstel van Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege haar goedkeuring aan het Actieplan Asbestafbouw (beslissing VR) voor de verdere uitrol van het asbestafbouwbeleid door de OVAM in het Vlaamse Gewest. Het doel van dit asbestafbouwbeleid is om Vlaanderen uiterlijk tegen 2040 asbestveilig te maken.

Het Actieplan rust op volgende pijlers:

  • asbestinventarisatie;
  • versnelde verwijdering van risicovolle asbesttoepassingen;
  • ondersteuning van asbestverwijdering;
  • voorbeeldfunctie voor de overheid.

Asbestinventarisatie tegen 2032

Het is belangrijk om in Vlaamse gebouwen die een risicobouwjaar hebben (<2001) zo snel mogelijk de aanwezige asbesthoudende materialen in kaart te brengen. De Vlaamse overheid wil dat al deze gebouwen uiterlijk tegen 2032 over een asbestinventaris beschikken. Dit gebeurt via de opmaak van een asbestinventaris (Meer info: asbestinventaris). Om kopers te beschermen en te informeren over de aanwezigheid van asbesttoepassingen zal bovendien vanaf einde 2021 of begin 2022 de aanwezigheid van een asbestinventaris verplicht zijn bij verkoop.  Zo’n asbestinventaris zal opgemaakt moeten worden door een erkend expert die elke asbestinventaris zal registreren in een daartoe ontwikkelde centrale databank. Het is de bedoeling de asbestinventaris voor woningen op te nemen in het reeds aangekondigde initiatief van de Woningpas (Meer info: Woningpas Vlaanderen).

Versnelde verwijdering tegen 2034 en 2040

 

Voorbeeldfunctie overheid

Het Actieplan streeft naar een versnelde verwijdering van asbesthoudende materialen die in een toestand zijn dat ze asbestvezels (kunnen) vrijgeven: de meest risicovolle asbesttoepassingen zoals asbestcement daken- en gevelbekleding en niet-hechtgebonden toepassingen tegen 2034,  alle andere asbestproducten in slechte staat uiterlijk tegen 2040. De overheid neemt hierbij het voortouw: voor alle overheidsgebouwen en -infrastructuur zullen de mijlpalen 2034 en 2040 reeds een wettelijke verplichting vormen. Voor de andere gebouwen voorziet de Vlaamse Regering nieuwe maatregelen indien de voortgang van de afbouw naar de respectievelijke mijlpalen 2034 en 2040 onvoldoende blijkt. Voor alle gebouwen zullen toezichthouders bij klachten of vaststellingen maatregelen kunnen opleggen indien aanwezige asbesthoudende materialen een risico vormen voor mens of milieu.

 

Ontmanteling

Instandhouding vermijden

Het opnieuw inkapselen of bedekken van asbesthoudende materialen die tijdens (renovatie)werken bloot komen te liggen, zal niet meer toegelaten zijn. Het is immers de bedoeling geen asbestrisico’s in stand te houden en door te schuiven naar toekomstige generaties.

Het plaatsen van constructies zoals zonnepanelen, overzetdaken en reclamepanelen vergt of veroorzaakt meestal een beschadiging van de onderliggende asbesthoudende dak- of gevelbekleding. Bovendien wordt dan een asbesthoudend materiaal in slechte staat ingesloten en de bijhorende risico’s in stand gehouden. Het vasthechten van constructies op en over deze verweerde, risicovolle dak- en gevelbekleding zal dus verboden worden.

Het ontmossen van asbestcement daken en gevels onder hoge druk is reeds in de milieu- en federale arbeidswetgeving verboden. Ook alle andere handelingen voor het reinigen of ontmossen van asbestcement daken of gevels zullen in de toekomst verboden zijn.

 

Zonnepanelen overzetdak asbestdak

Ondersteuning van asbestverwijdering

De verwijdering van asbesttoepassingen is inherent aan een goed gebouwbeheer en de afbraakfase binnen gebouwrenovaties. De verwijderingskosten voor de meeste asbesthoudende materialen zoals asbestcement leien en golfplaten zijn beperkt. In het geval van niet-hechtgebonden asbesttoepassingen of toepassingen in slechte staat kunnen de verwijderingskosten hoger oplopen omdat ze enkel door een gespecialiseerde firma (erkend asbestverwijderaar) mogen weggenomen worden.

Het Actieplan voorziet in specifieke ondersteuningsinstrumenten voor asbestverwijdering naargelang de doelgroep van gebouweigenaars en de asbestgerelateerde meerkosten. Het is enerzijds de bedoeling dat bestaande renovatieondersteuning zoals subsidies en premies voor gebouwrenovaties ook meer aandacht hebben voor de asbestproblematiek bij de afbraakkosten. Anderzijds lanceert de OVAM zelf ook een aantal ondersteuningsinstrumenten binnen haar eigen werking. Zo voorziet de OVAM in het afsluiten van sectorprotocollen voor prioritaire doelgroepen. Deze sectorprotocollen bieden de doelgroepen een vergaande ontzorging en ondersteuning om de respectievelijke mijlpalen 2034 en 2040 te behalen. Voor de realisatie van het versnelde asbestafbouwbeleid in Vlaamse scholen sloot de OVAM in juli 2018 reeds een sectorprotocol af voor respectievelijk de GO! scholen en het gesubsidieerd onderwijs (Meer info: Versnelde asbestafbouw bij alle Vlaamse scholen).

Daarnaast biedt de OVAM sinds 2018 subsidies aan voor lokale besturen om asbestafbouwprojecten te organiseren. Binnen deze asbestafbouwprojecten kunnen burgers voordelig asbestinventarisaties laten uitvoeren, asbestafval laten ophalen of instappen in een gegroepeerde verwijdering van asbesttoepassingen zoals asbestdaken, leidingisolatie, enz. (Meer info: Ondersteuning en subsidies).

 

 

 

Contactformulier asbest

Heeft u het antwoord op uw vraag niet op onze website gevonden of wenst u ons te contacteren, dan kan u hiervoor dit formulier invullen.