Nieuwsbrief - juni 2015

  1. Hoeveel voedsel gooien we weg?
  2. Internationale afspraken over gevaarlijk afval
  3. Grondstoffenkennis leidt tot globaal beleid
  4. Laat u inspireren door 30 praktijkvoorbeelden van duurzame innovatie
  5. Maak kans op een OVAM Ecodesign Award
  6. Subsidies voor lokaal duurzaam materialenbeheer
  7. Bodemsanering: nieuwe regels voor cofinanciering
  8. Oude drukkerij wordt nieuwe krantenredactie
  9. Wat doen we met asbest in grond en puin?
  10. Wanneer is een periodiek bodemonderzoek verplicht?
  11. Vlaamse milieuseminaries op wereldexpo Milaan in het teken van de voedselkringloop
  12. Agenda

Hoeveel voedsel gooien we weg?

infografiek voedselverliesIn 2014 maakte de OVAM een analyse van het voedsel in de Vlaamse huisvuilzak. Jaarlijks komt er per persoon 109,9 kg in de huisvuilzak terecht, waarvan 16,9 kg voedsel of wat daarmee verband houdt. Globaal genomen gaat het voor 9,5 kg om onvermijdelijk voedselverlies (onder meer koffiegruis en schillen van aardappelen). De overige 7,4 kg bevat vooral fruit, brood, groenten, zuivel en bereide gerechten. Dat verlies had vermeden kunnen worden. Opvallend is dat er nog steeds ongeopende verpakkingen in de huisvuilzak terug te vinden zijn. Het gaat wel om een relatief kleine hoeveelheid (1,3%) maar het feit dat de helft ervan nog eetbaar is, maakt duidelijk dat er nog veel voedselverlies voorkomen kan worden.

In vergelijking met het buitenland bevat het Vlaamse huisvuil relatief weinig voedsel. Dat bleek ook al uit een vorige meting en wordt nu bevestigd. Dat het gft-afval in veel gemeenten apart wordt opgehaald, is wellicht een verklaring voor deze lage cijfers. Waarschijnlijk belandt heel wat voedsel in de gft-bak, op de composthoop, in de kippenren of in de riolering. Deze analyse geeft dus geen totaalbeeld van het voedselverlies in Vlaanderen.

Meer info over voedselverlies en deze analyse vindt u hier

Internationale afspraken over gevaarlijk afval

vlaggen van europese landenHet Verdrag van Basel is een internationale overeenkomst die het grensoverschrijdende transport en de verwerking van gevaarlijk afval regelt tussen vrijwel alle landen ter wereld (“Parties”). De twaalfde Conference of the Parties (COP) vergaderde van 3 tot 15 mei in Genève. De OVAM, al geruime tijd het Belgische ‘focal point’ voor het Verdrag van Basel, droeg opnieuw actief bij. Twee onderwerpen lichten we er even uit: scheepsafval en elektronisch afval.

Scheepsafval

Tijdens de vorige COP in 2013 kregen de deelnemers huiswerk mee: ze moesten nagaan in hoeverre de afvalstoffen die al onder het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL) vallen, ook nog geregeld moeten worden door het Verdrag van Basel. Alleen de OVAM voerde het gevraagde assessment uit. Daaruit bleek dat een handleiding over afvalbeheer onder de vleugels van Basel wellicht weinig meerwaarde heeft, omdat binnen de International Maritime Organisation al zo’n document in de maak is. Daar is de OVAM overigens nauw bij betrokken. De COP loofde het werk dat de OVAM heeft geleverd als een goeie basis voor verdere acties op dit terrein.

Elektronisch afval

In 2008 werd gestart met het opstellen van technische voorschriften die bepalen wat het verschil is tussen zogenaamde e-waste en gebruikte elektronische apparatuur. Tijdens de laatste nachtelijke vergadering van de Conference of the Parties werden die voorschriften uiteindelijk vastgelegd, na zeven jaar moeizaam onderhandelen. Grootste struikelblok was opnieuw de beruchte paragraaf 26b (in de uiteindelijk aangenomen versie 30b). Daarin staat omschreven onder welke voorwaarden gebruikte apparatuur niet als afval moet worden beschouwd wanneer ze wordt hersteld met het oog op hergebruik. De paragraaf geeft enkel aan hoe kan worden geverifieerd of iets werkelijk geen afval is. Verder werd er niets uitgesloten.

De voorbije zeven jaren werkte de OVAM actief mee aan het voorbereidend werk. Tijdens deze COP trad de OVAM ook op als onderhandelaar voor de Europese Unie.

Grondstoffenkennis leidt tot globaal beleid

logo internatinal resource panelHet International Resource Panel (IRP) werd in 2007 opgericht om de kennis over grondstoffen en hulpbronnen te verbeteren en te delen. Dat gebeurde binnen het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP). Het IRP moet de dialoog tussen wetenschappers en beleidsmakers versterken. Zo kunnen de laatste wetenschappelijke inzichten over het wereldwijde gebruik van grondstoffen de beleidsvorming optimaal ondersteunen. De OVAM vertegenwoordigt België in het IRP.

Eind mei vond de 16de meeting van het IRP plaats in Hanoi, Vietnam. De deelnemers bespraken nieuwe studies over mariene hulpbronnen, over hergebruik, refurbishment en remanufacturing, en over de nood aan hulpbronnen bij toekomstige verstedelijking. Ze bekeken de voortgang van lopende studies over de energie- en materiaalnoden bij hernieuwbare energietechnologieën en over geïntegreerde scenarioanalyse. En verder kwam ook de bijna finale versie van bepaalde studies aan bod. Zo mogen we op korte termijn afgeronde onderzoeken verwachten over wereldwijde materiaalstromen, over evaluatiesystemen voor landpotentieel en over voedselsystemen.
Duurzaam materiaalbeheer is een complexe zaak. Daarom worden deze studies zo aangepakt dat ze een globaal beleid over alle domeinen heen helpen ondersteunen. Verder zijn de bevindingen relevant voor alle overheden ter wereld, van nationaal tot lokaal en van noord tot zuid.

Deze meeting van het IRP was de eerste onder het co-voorzitterschap van Janez Potočnik, die als Europees commissaris voor Leefmilieu het thema resource efficiency eerder al onder zijn bevoegdheid had. Hij nam de fakkel over van professor Ernst Ulrich von Weizsäcker. In de komende periode zal er ook extra aandacht gaan naar een communicatiestrategie die het IRP meer op de voorgrond moet plaatsen.

Informatie over het IRP en de gepubliceerde studies: www.unep.org/resourcepanel/

Laat u inspireren door 30 praktijkvoorbeelden van duurzame innovatie

voorbeeldendatabankDe OVAM verzamelde 30 nieuwe, vindingrijke en gevarieerde praktijkvoorbeelden van duurzame innovatie. Deze goede voorbeelden moeten bedrijven overtuigen van de talrijke voordelen van duurzaam innoveren, en ze inspireren om het ook zelf te doen. De voorbeelden komen uit diverse sectoren zoals mobiliteit, zorg, chemie, bouw, energie, meubel, mode en voeding.

Benieuwd? Op www.ecodesignlink.be/nl/inspiratiedatabank vindt u de 30 nieuwe voorbeelden die de OVAM begin mei lanceerde. Elke week wordt er één case in de kijker gezet.

Maak kans op een Ecodesign Award

het product dat de wereld verandert

Elk jaar reikt de OVAM twee awards voor ecodesign uit: één voor professionele ontwerpers en één voor studenten.

OVAM Ecodesign Award PRO

De OVAM Ecodesign Award PRO lauwert zowel een product dat al op de markt is als een doordacht ontwerp dat nog ontwikkeld moet worden. Beide winnaars worden bekendgemaakt tijdens de befaamde Henry van de Velde Awards, die jaarlijks door Design Vlaanderen worden uitgereikt. Voor de editie 2015 gebeurt dat in januari 2016.
Nog tot 18 september 2015 kunnen professionele ontwerpers en bedrijven zich kandidaat stellen.

www.ecodesignlink.be/nl/pro-award

OVAM Ecodesign Award voor Studenten

'Wie ontwerpt het product dat de wereld verandert?' Studenten die zich door die vraag aangesproken voelen, kunnen zich inschrijven voor de OVAM Ecodesign Award voor studenten. Wie deelneemt maakt kans op 1000 euro en eeuwige roem.

www.ecodesignlink.be/nl/studentenaward

Zowel professionals als studenten kunnen zich inschrijven op www.ecodesignlink.be.

Subsidies voor lokaal duurzaam materialenbeheer

urban composterSteden en gemeenten kunnen van de OVAM subsidies en begeleiding krijgen voor projecten die een innovatief en duurzaam materialenbeheer in de praktijk brengen. In 2014 startte de OVAM met deze nieuwe subsidieregeling. Tot 1 april 2015 konden projectideeën worden ingediend. Van de elf uiteenlopende ideeën selecteerde een commissie van experts er vijf. Die bieden voldoende perspectief op een tastbaar en vernieuwend resultaat, op voorwaarde dat ze goed worden uitgewerkt tot een definitief projectvoorstel.

De projectideeën van Antwerpen (Urban Pre-Composter), Gent (mobiele afwasmachines voor evenementen), Kortrijk (Food Act) en Incovo (gft-inzamelrecipiënten) komen in aanmerking voor ondersteuning en samenwerking. Zij kunnen een impact hebben en leerervaringen bieden op lokaal en bovenlokaal niveau. De ontwikkeling van een tool voor het aankoopbeleid voor de Stad Gent werd onder voorbehoud geselecteerd: enkele cruciale punten vragen nog extra aandacht. De volgende maanden worden de definitieve projectvoorstellen verder uitgewerkt.

Nieuwe projectideeën zijn weer welkom tegen 1 oktober 2015.

Meer inf over subsidies voor lokale besturen

Bodemsanering: nieuwe regels voor cofinanciering

Sinds 1 september 2013 kunnen particulieren, ondernemingen en openbare besturen bij de OVAM een subsidie aanvragen voor de sanering van historische bodemverontreiniging. Het subsidiepercentage bedraagt 35% voor ondernemingen en 50% voor openbare besturen en particulieren. Een begunstigde kan maximaal een subsidie van 200.000 euro krijgen over een periode van drie jaar. Intussen werd al cofinanciering toegekend in 48 dossiers voor een totaalbedrag van 4,5 miljoen euro, of een gemiddelde subsidie van ruim 93.000 euro per dossier. Dankzij deze cofinanciering zullen bodemsaneringswerken gerealiseerd worden met een geschatte totale kostprijs van 18,5 miljoen euro.

Eigenaars die minder dan dertig jaar geleden een historische verontreiniging veroorzaakten, komen gezien het 'vervuiler betaalt'-principe niet in aanmerking voor cofinanciering. Maar in de praktijk is het perfect mogelijk dat de verontreiniging ontstaan is gedurende een periode die deels voor en deels na die grens van dertig jaar valt, bijvoorbeeld omdat de eigenaar exploitatieactiviteiten uitvoerde van 1975 tot 1994. Tot voor kort kon men voor de sanering van deze vervuiling geen cofinanciering krijgen. Het werd niet toegestaan dat een aanvrager de verontreiniging opsplitste in een deel dat meer en een deel dat minder dan dertig jaar geleden werd veroorzaakt.

Door de wijziging van het Bodemdecreet begin dit jaar is dat voortaan wel mogelijk. Een eigenaar kan zo voor een deel van de saneringsplicht vrijgesteld worden. Voortaan willen we deze lijn doortrekken bij de beoordeling van cofinancieringsaanvragen. Toegepast op het voorbeeld hierboven: voor de verontreiniging die is ontstaan tussen 1975 en 1985 kan de eigenaar rekenen op cofinanciering van de OVAM, als hij verder aan alle wettelijke voorwaarden voldoet.

Aanvragen voor cofinanciering kunnen nog steeds ingediend worden.

Voorwaarden, wetgeving en aanvraagformulieren

Oude drukkerij wordt nieuwe krantenredactie

graafwerkenOp de site van de voormalige drukkerij Hoste, aan de Brusselsesteenweg 347 in 1730 Asse, voert de OVAM momenteel ambtshalve bodemsaneringswerken uit. Die werken maken deel uit van de plannen van De Persgroep, eigenaar van de site.

De Persgroep liet eerst het technisch gebouw slopen, ooit de opslagplaats voor papierrollen. Zowel de grond als het grondwater in die buurt werden in het verleden verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) en gechloreerde solventen (VOCl’s). Volgens het besluit van het beschrijvend bodemonderzoek houdt deze verontreiniging mogelijk een vergiftigingsgevaar voor de mens en een actueel verspreidingsrisico in, en dient er dus gesaneerd te worden.

Bij de saneringswerken wordt onder meer de verontreinigde grond in de kernzone uitgegraven tot 6 meter diep, inclusief de drijflaag met minerale olie en vluchtige aromaten. Het gaat om ongeveer 7000 ton. Daarna voert de OVAM deze grond af voor verwerking en wordt de grondwatertafel verlaagd. Vervolgens komt er schone aarde in de plaats en worden er verticale injectiefilters geplaatst.

Op de bodem van de ontgravingsput wordt melasse aangebracht. Die zal de biologische afbraak van de nog aanwezige gechloreerde solventen stimuleren, zo wees een experimenteel proefproject uit.

Wat doen we met asbest in grond en puin?

Hoe asbesthoudende gronden het beste worden verwerkt, werd tot 2014 geval per geval bekeken. Bij lagere concentraties, als het asbest gebonden is aan andere stoffen of wanneer een selectieve scheiding haalbaar is, valt reiniging te verkiezen boven het storten of boven het voorafgaand immobiliseren van de vrije asbestvezels in een gietvorm van cement.

Maar over welke vormen en concentraties van asbest spreken we hier juist? De OVAM kaartte deze vragen aan bij de sector. Er kwam een voorstel voor een uniforme werkwijze tot stand: de ‘beslissingsboom asbesthoudende grond en puin’. De OVAM past deze methodiek toe voor haar nieuwe aanbestedingen sinds begin 2015. Binnen een jaar evalueren we deze methodiek aan de hand van praktijkervaringen, samen met de sector en VITO.

U vindt deze beslissingsboom hier

Wanneer is een periodiek bodemonderzoek verplicht?

Tegen eind 2015 moeten de exploitanten van risico-inrichtingen die zijn ingedeeld bij categorie B van het Vlarebo een periodiek bodemonderzoek opstellen. Het gaat om exploitanten die hun eerste periodieke onderzoeksplicht nog niet zijn nagekomen.

Vanaf 1 juni 2015 wijzigde de wetgeving en de Vlarebo-indelingslijst (meer bepaald de kolom Vlarebo van de Vlarem-indelingslijst). Het is echter zeer moeilijk om lopende of oudere vergunningen toe te wijzen op basis van deze nieuwe indeling. Daarom zal er worden gewerkt met de indelingslijst die van kracht was op het moment dat de risico-activiteit startte.

Moet uw onderneming een periodiek bodemonderzoek opstellen? Onderstaand overzicht helpt u bij het antwoord.

a. Verplichting in het kader van het Bodemsaneringsdecreet (wetgeving tijdens 1995-2008)

Heeft uw bedrijf of onderneming een risico-inrichting met startdatum vóór 2008? Kijk dan eerst na in welke categorie van de toenmalige Vlarebo-lijst de activiteiten werden ingedeeld. Indien minstens één risico-inrichting behoort tot categorie A, B of C, moet er hoe dan ook al een eerste periodiek bodemonderzoek uitgevoerd zijn.
Meer informatie en de toenmalige indelingslijst kunt u terugvinden op www.ovam.be/periodieke-onderzoeksplicht-bodemsaneringsdecreet-1995.

b. Verplichting in het kader van het Bodemdecreet (wetgeving vanaf 2008)

Had uw bedrijf of onderneming voor de risico-inrichting geen verplichting in het kader van het Bodemsaneringsdecreet (zie eerste puntje)? Kijk dan na of de risico-inrichting wordt ingedeeld in categorie A of B in de Vlarebo-indelingslijst, die u kunt terugvinden op www.ovam.be/periodieke-onderzoeksplicht-volgens-het-huidige-bodemdecreet. Afhankelijk van de categorie en de startdatum van uw onderneming ziet u in de tabel wanneer u een periodiek bodemonderzoek aan de OVAM moet bezorgen.

c. Wijziging in de Vlarem-indelingslijst vanaf 1 juni 2015

Op 1 juni 2015 wijzigde de Vlarem-indelingslijst, waarvan de Vlarebo-indeling een onderdeel is. Voor risico-inrichtingen die nadien starten, worden de indeling en de nieuwe verplichtingen bepaald via deze nieuwe indeling (zie bijlage I van Vlarem I).

Meer informatie

Controleer op deze pagina of uw bedrijf of onderneming een periodieke onderzoeksplicht heeft of bel naar de infolijn 015 284 137. U kunt ook een mail sturen naar inventarisatie@ovam.be.

Het periodiek bodemonderzoek moet gebeuren door een bodemsaneringsdeskundige.

Een lijst van deze experts vindt u hier

Vlaamse milieuseminaries op wereldexpo Milaan in het teken van de voedselkringloop

fietskarVan 8 tot 10 juni organiseerde het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie de Vlaamse milieuseminaries in het Belgische paviljoen op de wereldexpo in Milaan. De expo stond dit jaar in het teken van voedsel: "Feeding the Planet, Energy for Life".

De Vlaamse milieuadministraties en hun partners focusten op het sluiten van de kringloop van voedsel en nevenstromen, onder de titel "From field to fork". Het Departement
Landbouw en Visserij, het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie en Fevia presenteerden de Vlaamse roadmap voedselverlies aan een Italiaans en internationaal publiek, bekeken vanuit het perspectief van de landbouw, de industrie en de consument.

VLACO ging dieper in op het belang van kwaliteitscontrole bij de productie van compost en potgrond en de OVAM presenteerde de #bodembewust campagne en riep het publiek op om 'soil stories' van andere lidstaten en landen te delen. We verzamelen deze verhalen op www.bodembewust.be/soilstories.

Alle presentaties van de Vlaamse milieuweek kunnen gedownload worden via www.lne.be

Agenda

24 juni 2015
Informatievoormiddag Handhaving als sluitstuk van een zwerfvuilbeleid, Brugge
gouverneurwest-vlaanderen.be

7-9 september 2015
International Solid Waste Association, Antwerpen
www.iswa2015.org

29 september 2015
Save the date: studiedag zwerfvuil, Lamot, Mechelen
indevuilbak.be

9-10 november 2015
MGP-symposium, Herontwikkeling van gassites, Gent
mgpsymposium.com