Uitzondering op de overdrachtsregeling (artikel 164 van het Bodemdecreet)

Afwijking op de overdrachtsregeling

De Vlaamse Regering - en bij delegatie de Vlaamse minister bevoegd voor leefmilieu - kan beslissen dat de overdracht van een risicogrond plaatsvindt vooraleer de overdrager aan de overdrachtsverplichtingen van het Bodemdecreet heeft voldaan. De minister neemt deze beslissing op basis van artikel 164 van het Bodemdecreet. De mogelijkheid om af te wijken van de decretale overdrachtsbepalingen is een uitzonderingsprocedure.

Procedure

De overdrager moet een gemotiveerd verzoek richten aan de Vlaamse Regering, per adres van de OVAM. In het verzoek moet duidelijk worden gemotiveerd waarom de geplande overdracht niet binnen de decretale overdrachtbepalingen kan gebeuren. Om het verzoek correct te kunnen evalueren, moet het verzoek alle relevante gegevens bevatten. De OVAM legt de samenstelling van zo'n verzoek vast. De OVAM beoordeelt het verzoek en adviseert de minister. Op basis van de motivatie in het verzoek en het advies van de OVAM, beslist de minister om al dan niet in te gaan op het verzoek.

Voor de beoordeling van het verzoek tot toepassing van aritel 164 van het Bodemdecreet, moet een retributie betaald worden. Het bedrag van deze retributie wordt door de OVAM vastgesteld.

Voorwaarden om tot overdracht te kunnen overgaan

De minister bepaalt onder welke voorwaarden de geplande overdracht kan plaatsvinden. Hierbij kan de verplichting worden opgelegd om de overdrachtsverplichtingen van het Bodemdecreet alsnog uit te voeren na overdracht. De overdrager (of een andere partij, bijvoorbeeld de verwerver) moet er zich dan toe verbinden om deze verplichtingen uit te voeren. Tot waarborg van de uitvoering van die verbintenis moet er een financiële zekerheid gesteld worden.

Contact

OVAM - Infolijn Bodem
015 284 459
bodem@ovam.be