Code van goede praktijk in-situ bioremediatie van petroleumkoolwaterstoffen

Petroleumkoolwaterstoffen kunnen in de bodem worden afgebroken door micro-organismen. Een aantal algemene aspecten betreffende deze biologische afbraak en de achterliggende processen kwamen reeds aan bod in de Code van goede praktijk - Natuurlijke attenuatie van 1 januari 2003.

Dit rapport gaat over de natuurlijk optredende afbraak, dus zonder menselijk ingrijpen in het afbraakproces.

De code van goede praktijk in-situ bioremediatie van petroleumkoolwaterstoffen richt zich op de verschillende beschikbare methoden voor het stimuleren van natuurlijke afbraak, hetgeen bioremediatie wordt genoemd.

In dit rapport worden de verschillende methoden voor in-situ bioremediëring globaal besproken waaronder: infiltratie, bioventing, biosparging, bioslurping, bioaugmentatie, reactieve wanden of zones en fytoremediatie. Bij deze saneringstechnieken wordt de biologische afbraak van verontreinigingen in de ondergrond, zonder voorafgaandelijke uitgraving, gestimuleerd.

In een afzonderlijk hoofdstuk van dit rapport geeft de OVAM richtlijnen weer voor acceptatie van bioremediatie als voorkeursvariant in bodemsaneringsprojecten. In dit hoofdstuk wordt tevens een overzicht gegeven van de verschillende mogelijkheden voor voorafgaandelijk haalbaarheidsonderzoek dat kan dienen als onderbouwing van de (haalbaarheid van de) geselecteerde bioremediatievariant.

Ook wordt uiteengezet welke monitoringsactiviteiten moeten worden uitgevoerd wanneer men beroep doet op bioremediatie als bodemsaneringstechniek.

Tot slot worden twee voorbeelden van bioremediatie toegelicht. Hierin wordt de opvolging die het VITO uitvoerde in opdracht van de OVAM besproken.