Procedure aanvraag tot erkenning

Procedure

Artikel 27 t.e.m. 30 van het Vlarel (het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu van 19 november 2010) beschrijft de procedure tot erkenning als :

  • bodemsaneringsdeskundige
  • opleidingscentrum voor het verstrekken van de aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen

De aanvrager dient zijn dossier in bij de OVAM, samen met het aanvraagformulier. De OVAM kijkt dit dossier na op ontvankelijkheid en volledigheid. Als het volledig en ontvankelijk is, beoordeelt de OVAM het dossier ten gronde. Vervolgens neemt de leidinggevende ambtenaar van de OVAM een beslissing over het verlenen van de erkenning.

De bijzondere vergunningsvoorwaarden en gebruikseisen voor bodemsaneringsdeskundigen zijn beschreven in respectievelijke artikels 25/1, 25/2 en 53/3 tot 53/5 van het Vlarel. Deze voor de opleidingscentra zijn beschreven in de respectievelijke artikels 24/2 en 43/5 van het Vlarel.

Enkele verduidelijkingen

Diploma's

De bodemsaneringsdeskundige (type 1 en 2) moet een persoon in dienst hebben met een diploma van een opleiding waarin de volgende disciplines aan bod komen: scheikunde, geologie en bodemkunde.
Een bodemsaneringsdeskundige type 2 moet daarnaast ook personen in dienst hebben met een diploma van een opleiding waarin de volgende disciplines aan bod komen: biologie, microbiologie, bouwkunde en grondmechanica. Voor bouwkunde en grondmechanica mag de bodemsaneringsdeskundige type 2 deze diensten op continue basis ter beschikking hebben van een zelfstandige.

Het betreft telkens master- of bachelordiploma's, maar de persoon met een bachelordiploma moet wel beschikken over minstens zes jaar praktische ervaring met de uitvoering van bodemonderzoeken. In voorkomend geval moet een curriculum vitae en een referentielijst worden toegevoegd.

Ervaring

De bodemsaneringsdeskundige moet de nodige personen in dienst hebben met de praktische ervaring omtrent:

Bodemsaneringsdeskundige type 1:

  • onderzoek naar bodemverontreiniging (minstens 3 jaar ervaring)

Bodemsaneringsdeskundige type 2:

  • onderzoek naar bodemverontreiniging en onderzoek inzake risico's (minstens 3 jaar ervaring)
  • het leiden van bodemsanering (opstellen van bodemsaneringsprojecten, tussentijdse rapporten en eindevaluatieonderzoeken) (minstens 5 jaar ervaring)
  • werfopvolging (minstens 5 jaar ervaring)

De ervaring moet steeds worden aangetoond via een uitgebreid CV en referentielijst. Voor de verschillende onderdelen heeft de OVAM voorbeelden van referentielijsten die aan het CV moeten worden toegevoegd.

Aanvullende opleiding en getuigschrift

De bodemsaneringsdeskundige moet een of meerdere personen in dienst hebben die de nodige opleidingen met succes hebben gevolgd:

Bodemsaneringsdeskundige type 1:

  • aanvullende opleiding voor bodemsaneringsdeskundigen module 1

Bodemsaneringsdeskundige type 2:

  • aanvullende opleiding voor bodemsaneringsdeskundigen module 2
  • Vlaamse reglementering inzake de milieuvergunning
  • Vlaamse reglementering inzake grondwaterbeheer
  • Vlaamse reglementering inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening

Personen met een certificaat Milieucoördinator A komen automatisch in aanmerking voor de criteria 'Vlaamse reglementering inzake de milieuvergunning en Vlaamse reglementering inzake grondwaterbeheer'.

Personen met de volgende diploma's komen automatisch in aanmerking voor het criteria 'grondige kennis van de Vlaamse reglementering inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening':  burgerlijk ingenieur bouwkunde, burgerlijk ingenieur architect, architect.

Personen met andere diploma's dienen hun grondige kennis aan te tonen via een uitgebreid CV.

Grondwatermodel

Een bodemsaneringsdeskundige type 2 moet iemand in dienst hebben of contractueel ter beschikking hebben die de nodige ervaring heeft om een grondwatermodel te hanteren en de resultaten ervan te interpreteren.  Op een paar uitzonderingen na, kan een persoon deze ervaring enkel aan de OVAM bewijzen door deel te nemen aan een schriftelijke evaluatie.  De OVAM organiseert om de twee jaar een evaluatie.

Hier vindt u meer info over de eindcompetenties van grondwatermodellering.

Retributie

Er moet een retributie worden betaald voor de erkenning als bodemsaneringsdeskundige.
Enerzijds is dit bij aanvraag van de erkenning, anderzijds is dit vijfjaarlijks. Een eerste keer moet de periodieke retributie betaald worden vóór 31 december 2014.  Dit bedrag werd vastgesteld op 250 euro voor een bodemsaneringsdeskundige type 1 en 500 euro voor een bodemsaneringsdeskundige type 2. Deze bedragen zijn onderhevig aan indexatie.
Vanaf 1 januari 2017 bedragen de retributies 276 euro voor een bodemsaneringsdeskundige van type 1 en 553 euro voor een bodemsaneringsdeskundige van type 2.
Het retributiebedrag moet gestort worden op het rekeningnummer 375-1111022-63 op naam van DOMG ontvangsten algemeen, Koning Albert II-laan 20 bus 8 - 1000 Brussel, IBAN: BE40 3751 1110 2263, BIC-code: BBRUBEBB.

Vermeld zeker volgende code als betalingsmededeling (in het veld vrije mededeling):

  • OVAM-A-BD (bij aanvraag erkenning)
  • OVAM-T-BD (vijfjaarlijkse retributie)

Schorsing

Van de analyse, het onderzoek en het rapport van erkende bodemsaneringdeskundigen hangt veel af. De OVAM ziet er dan ook op toe dat u zich volgens de regels gedraagt. Merken we zware fouten op? Dan kan de OVAM uw erkenning als bodemsaneringdeskundige schorsen.

Jaaroverzicht

De OVAM publiceert jaarlijks een overzicht per deskundige met het aantal ingediende OBO's, BBO's en BSP's.