Sloopschepen

EU strategie voor een betere ontmanteling van schepen

Oude schepen worden hoofdzakelijk ontmanteld in Bangladesh, India en Pakistan. De sloop van schepen op deze Zuid-Aziatische werven vindt soms plaats in slechte omstandigheden. Het merendeel van de schepen bevat grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen zoals asbest, olie, PCB's en zware metalen. Kustwaters en stranden geraken vervuild als gevolg van de schadelijke stoffen die vrijkomen bij de ontmanteling van de schepen. Naast de schadelijke impact op het milieu, zijn de werkomstandigheden van de arbeiders op deze ontmantelingswerven soms ondermaats. Het risico op ongevallen is groot en arbeiders worden uitvoerig blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen.

Het exporteren van een sloopschip dat gevaarlijke stoffen bevat naar een niet-OESO land is in theorie verboden onder de EU-afvaltransportverordening. De handhaving van de afvaltransportverordening schiet echter tekort voor wat betreft afgedankte schepen. De EU-wetgeving is enkel van toepassing op schepen onder EU-vlag, op schepen van Europese eigenaars of op schepen die EU-wateren bevaren. Een schip onder EU-vlag kan van vlag veranderen kort voor de ontmanteling. Het vaartuig kan verkocht worden aan een eigenaar uit een derde land of de Europese eigenaar kan zijn domicilie verleggen naar een derde land. Een andere mogelijkheid is dat schepen die eigendom zijn van Europeanen, die in Europese wateren varen of onder een EU-vlag varen voor de laatste keer een 'normale' reis maken en pas afgedankt worden verklaard als zij de Europese wateren hebben verlaten.

Om aan de huidige bezwaren tegemoet te komen werd in mei 2009 door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) een internationale Conventie aangenomen voor de veilige en milieuverantwoorde recyclage van schepen. Met een snelle omzetting in EU-wetgeving kan de EU een politiek signaal geven aangaande het belang van deze Conventie en een voorbeeld stellen voor andere landen. Centrale bepalingen uit de Conventie - zoals die over de inventaris van gevaarlijke stoffen aan boord en de vereisten voor ontmantelingsfaciliteiten - moeten volgens de Commissie zo snel mogelijk van kracht worden in de EU.

Hiertoe werd in december 2013 de Verordening 1257/2013/EG inzake scheepsrecyclage gepubliceerd.  Tevens werd begin 2014 de raadsbeslissing uitgevaardigd inzake de ratificatie van het Verdrag van Hong Kong.

De overbrenging van sloopschepen volgens de regionale en Europese afvalstoffenwetgeving

 

In afwachting van de volledige in werking treding van de Europese verordening inzake scheepsrecycling is nog steeds onderstaande wetgeving, met name de EU Verordening 1013/2006 van kracht.

Een sloopschip is elk schip / drijvend materieel dat bestemd is voor de sloop en is dus een afvalstof. 

  • Ingedeeld als een gevaarlijke afvalstof indien

Er lading, ladingresten of enig ander materialen en (afval)stoffen aan boord zijn die als gevaarlijk worden beschouwd. Het volledige sloopschip inclusief de lading wordt als een gevaarlijke afvalstof beschouwd.
Euralcode: 16 01 04* = gevaarlijke afvalstof
Oesocode: bestaat niet, wordt aangeduid als een niet genoemde afvalstof

  • Ingedeeld als ongevaarlijke afvalstof indien

Het sloopschip helemaal ontdaan is van lading, van de gevaarlijke afvalstoffen en gevaarlijke materialen die bij het gebruik van een schip vrijkomen. Enkel dan kan het als een gedepollueerd sloopschip of een ongevaarlijke afvalstof beschouwd worden. Dit moet minstens gestaafd worden met de nodige afvoerbewijzen van erkende inzamelaars, handelaars of makelaars voor de gevaarlijke afvalstoffen.
Euralcode: 16 01 06 = ongevaarlijke afvalstof
Oesocode: GC030 = schepen en ander drijvend materieel bestemd voor de sloop, waaruit eventuele lading en andere bij het gebruik van het schip vrijkomende materialen, die als gevaarlijke stof of afvalstof geclassificeerd zijn, naar behoren zijn verwijderd.
Bazel-code: B1250 afval van afgedankte motorvoertuigen, dat noch vloeistoffen, noch andere gevaarlijke onderdelen bevat.

 

Overbrenging regionaal

  • Als gevaarlijke afvalstof

Conform de VLAREMA en het Materialendecreet moet:

  • de bestemming een vergunde scheepssloperij zijn;
  • degene die het sloopschip naar de bestemming brengt, zich bij de OVAM laten registreren als vervoerder van afvalstoffen;
  • de geregistreerde vervoerder gebruik maken van het identificatieformulier voor gevaarlijke afvalstoffen;
  • de opdrachtgever een erkenning als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van afvalstoffen aanvragen, indien deze niet de producent/eigenaar is van het sloopschip. Deze registratie vraagt u aan bij de OVAM.
  • Als ongevaarlijke afvalstof

Conform de VLAREMA en het Materialendecreet moet:

  • de bestemming een vergunde scheepssloperij zijn;
  • degene die het sloopschip naar de bestemming brengt, zich bij de OVAM laten registreren als vervoerder van afvalstoffen;
  • de geregistreerde vervoerder gebruik maken van het identificatieformulier voor niet-gevaarlijke afvalstoffen;
  • de opdrachtgever een registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar aanvragen, indien deze niet de producent/eigenaar is van het sloopschip. Deze registratie vraagt u aan bij de OVAM.

Overbrenging internationaal

De grensoverschrijdende overbrenging naar en uit Vlaanderen van sloopschepen moet in overeenstemming zijn met de EG-verordening 1013/2006 (=EVOA). U kunt deze verordening en de bijhorende handleiding voor de "grensoverschrijdende in -en uitvoer van afvalstoffen" via de OVAM-website downloaden.

  • Als gevaarlijke afvalstof

Conform de EVOA moet voorafgaand een schriftelijke kennisgeving ingediend worden bij de bevoegde autoriteiten van verzending, transit en bestemming. Wanneer u een afgestempelde kennisgeving met toestemming ontvangt van deze autoriteiten, kan het sloopschip vertrekken naar de vergunde verwerker. De OVAM is in het kader van deze EG-verordening, de bevoegde autoriteit voor Vlaanderen.

Concreet moet het volgende gebeuren:

1. Aanvragen kennisgeving

  • Bij de autoriteiten van verzending;
  • 400 euro dossierkosten aan de OVAM.

2. Indienen kennisgeving

  • Twee standaardformulieren: Het kennisgevingsformulier en het overbrengingsformulier moeten volledig ingevuld worden (zie ook bijlage IA en IB van de EVOA).
  • De bijlagen moeten minstens bestaan uit volgende documenten: - een getekend contract koper - verkoper (kennisgever) conform art. 5 van de EVOA.;
    • een routebeschrijving (route van het sloopschip, van vertrek tot aankomst);
    • een bankgarantie;
    • een inventaris van de gevaarlijke materialen en afvalstoffen aan boord;
    • een massabalans die de samenstelling van het sloopschip weergeeft (wat zijn de hoeveelheden van de verschillende materialen/afvalstoffen na de sloop - in %);
    • informatie over de ontmanteling van het sloopschip en de verwerking van alle vrijkomende afvalstoffen;
    • informatie over de bestemming (ook buitenlandse) van alle fracties na de sloop;
    • de vervoerder van het sloopschip moet zich bij de OVAM laten registreren als vervoerder van afvalstoffen.

3. Beslissing autoriteiten

  • Van zodra u de afgestempelde formulieren en toestemming van alle autoriteiten heeft ontvangen, kan het sloopschip vertrekken.
  • Deze toestemming ontslaat u niet van andere verplichtingen (vb. Port State Control ...)

De uitvoer van sloopschepen die als een gevaarlijke afvalstof worden beschouwd is verboden naar niet-OESO landen.

  • Als ongevaarlijke afvalstof

Conform de EVOA moet u voldoen aan volgende algemene informatieverplichtingen (zie art. 18);

  • de vervoerder van het sloopschip moet zich laten registreren als vervoerder van afvalstoffen bij de OVAM;
  • bijlage VII van de EVOA moet gebruikt worden als transportdocument;
  • de eindbestemming moet een vergunde verwerker zijn;
  • er moet een contract zijn (volgens de bepalingen van de EVOA) tussen de opdrachtgever en de ontvanger van de afvalstoffen.

De uitvoer van gedepollueerde sloopschepen is mogelijk naar bepaalde niet-OESO landen zoals bepaald in art. 37 van de EVOA en in de bijlage van de EG-verordeningen 1418/2007(1), 740/2008 (2), 967/2009 (3) en 837/2010 (4).
(1)Europese Verordening betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde in bijlage III of III A bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad genoemde afvalstoffen naar bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is.
(2) Europese Verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1418/2007 wat de te volgen procedures betreft voor de uitvoer van afvalstoffen naar bepaalde landen.
(3) Europese Verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1418/2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde afvalstoffen naar bepaalde niet-OESO-landen.
(4) Europese Verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1418/2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde afvalstoffen naar bepaalde niet-OESO-landen.

Contact

Team tranport - cel maritiem beleid en binnenvaart
015 284 161
scheepsafval@ovam.be