Onderscheid zinkassen en resten steenkoolverbranding

Voor de aanpak van de zinkassen is het nodig om bodemsaneringdeskundigen, milieuambtenaren en ambtenaren van technische diensten beter te informeren
zodat zij in staat zijn een aantal materialen te onderscheiden. Er zijn immers materialen die bijvoorbeeld weinig mobiele zware metalen bevatten
en met een eenvoudige grondstofverklaring als bouwstof worden aangewend.
Voor andere materialen worden er in een grondstofverklaring bijkomende voorwaarden opgelegd om herbruik toe te laten.

In het rapport 'Herkennen van materialen gebruikt in de wegenbouw en voor verharding' zijn een aantal eenvoudige herkenningstools uitgewerkt.
Zo is een hele reeks fotomateriaal beschikbaar en zijn er kistjes gemaakt met een selectie van monsters ter vergelijking.

We staan al even stil bij het onderscheid tussen zinkassen en resten van steenkoolverbranding.
Dit zijn immers twee materialen die sterk op elkaar lijken.

Zinkassen zijn afkomstig van de voormalige zinksmelters waarbij erts en steenkool in buizen (moffels) werden gesmolten die horizontaal in de oven werden geplaatst. Zinkassen

Wanneer het merendeel van het zink uit de ertsen was verdampt werden de moffels geledigd. Bij het leegmaken van de moffels viel het residu in de kelder van de ovens. Deze residu's zijn de kelderassen, soms ook ijzerassen genoemd vanwege het hoge ijzergehalte. In de volksmond worden de assen en slakken afkomstig van de zinksmelters ook zinkassen genoemd.

De rechterfoto toont een typisch zinkas. Zinkassen kunnen tot meer dan 20 % ijzer bevatten. Door de oxidatie van ijzer zijn de kleine asfracties bijeengekoekt tot aggregaten die zeer broos zijn. Wanneer de zinkassen gebruikt zijn voor een weg met doorgang van verkeer, zijn het vaak grote harde platen, zoals te zien op onderstaande foto. Door het hoge ijzergehalte zijn de zinkassen vaak sterk rood-bruin. Doordat ertsen gemengd werden met steenkool zitten er steenkoolresten in de aggregaten. Op de roodbruine aggregaten zitten er zeer vaak witte, blauw of geelgekleurde uitgekristalliseerde zouten van metalen.

De linkerfoto toont asfracties van steenkoolverbranding. Steenkoolasfragmenten bevatten ook ijzer, maar wel veel minder. Een belangrijk verschil met de zinkassen zijn de vesikels. Dit zijn holtes ontstaan door aanwezigheid van gasfasen op het ogenblik van verglazen of kristallisatie. Terwijl zinkassen weinig vesikels hebben, zijn er bij steenkoolassen veel vesikels. De assen hebben grillige vormen en er komen bolvormige oppervlaktes voor die glad zijn. Steenkoolassen zijn doorgaans hard en kunnen glas krassen. Dit is niet het geval voor de zinkassen. De steenkoolassen bevatten nog veel koolstof en zijn lichter dan de zinkassen. Door de vele vesikels en het deels hydrofobe karakter van de nog aanwezige koolstof blijven ze deels drijven op water wat bij zinkassen zeker niet het geval is. Het gehalte aan metalen in steenkoolassen is afhankelijk van het metaal 10 tot meer dan 100 keer lager dan de metaalgehaltes in zinkassen.

Vlotte herkenning van materialen vergt ervaring. Dat kan door vergelijking met gekende stalen en aan de hand van de studie 'Herkennen van materialen gebruikt in wegenbouw en voor verharding'. Uiteraard kunnen er nog materialen opduiken die in de studie niet zijn opgenomen en toch tot verwarring leiden. U bent uiteraard altijd welkom met een staal of een foto en eventueel een analyse zodat we samen beter en sneller weten wat we allemaal in of op de bodem tegenkomen.

Om de bodemsaneringsdeskundigen regelmatig op de hoogte te houden, verstuurt de OVAM regelmatig een mailing,
onder de naam : 'Richtlijnen voor bodemsaneringdeskundigen'.

Contact

OVAM - Infolijn Bodem
015 284 459
bodem@ovam.be

Publicaties

Herkennen van materialen gebruikt in de wegenbouw en voor verharding.