Periodieke onderzoekstermijnen

Hoe bepaalt u de termijn voor het indienen van de periodieke bodemonderzoeken? Of en wanneer u een periodiek onderzoek moet indienen is afhankelijk van de soort risico-inrichting die wordt uitgebaat en wanneer deze activiteiten zijn opgestart.

Valt uw risico-inrichting onder VLAREBO-categorie A of B?

Dan moet u een periodiek bodemonderzoek laten uitvoeren.  In onderstaande tabel vindt u wanneer u een eerste periodiek bodemonderzoek moest indienen. De opgelegde data zijn afhankelijk van de startdatum van de exploitatie en van de strengste VLAREBO-categorie. De startdatum van de risico-inrichting bepaalt eveneens welke indelingslijst van VLAREBO-rubrieken van toepassing is!  De VLAREBO-categorie bepaalt vervolgens de periodieke onderzoeksfrequentie, om de 10 of 20 jaar.

overzicht indieningstermijnen periodieke bodemonderzoeken

Bij vermelding van categorie A* en B* geldt er enkel een periodieke onderzoeksplicht bij ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse en bovengrondse opslag van gevaarlijke stoffen.

Behoren uw risico-inrichtingen tot verschillende categorieën, maar zijn ze gelegen op hetzelfde kadastraal perceel of binnen dezelfde onderzoekslocatie? Dan gelden de regels voor de categorie met de hoogste frequentie.

Werden in het verleden risico-inrichtingen uitgebaat die nu niet meer aanwezig zijn? En liet u voor de stopzetting of sluiting al een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren? Dan moet u die inrichting in het periodiek bodemonderzoek niet meer laten onderzoeken.

Voor het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek stelt u een bodemsaneringsdeskundige aan.

1 Startte u uw risico-inrichting vóór 1 juni 2008?

Dan waren de periodieke verplichtingen uit het Bodemsaneringsdecreet van 1995 van kracht. U kreeg tot 1 juni 2010 om u hiermee in regel te stellen.

Afbakening onderzoekslocatie

Het periodiek bodemonderzoek wordt in bepaalde omstandigheden op een deel van een perceel uitgevoerd. In dat geval spreken we van een exploitatie-onderzoek. Een bodemonderzoek op een deel van het perceel is niet bruikbaar bij een overdracht van het ganse perceel.

Voor het afbakenen van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de Standaardprocedure oriënterend bodemonderzoek.

Indien de risico-inrichtingen van een exploitatie tot verschillende VLAREBO-categorieën behoren, maar gelegen zijn in eenzelfde onderzoekslocatie, gelden de regels voor de categorie met de hoogste frequentie. Binnen deze afgebakende zone moeten telkens alle potentiële verontreinigingsbronnen behorende tot de exploitatie worden onderzocht. Op een groot perceel kunnen er mogelijk meerdere onderzoekslocaties worden afgebakend met een verschillende periodiciteit.

Indien de exploitatie zich op meerdere percelen situeert kan men de periodieke ondezoeksplicht en de overeenkomstige afbakening in principe per perceel bekijken, maar in de praktijk zijn niet alle risico-inrichtingen duidelijk toe te wijzen aan 1 perceel. Uitgezonderd de opslag van gevaarlijke stoffen, behoren andere inrichtingen veeleer tot de milieutechnische eenheid gesitueerd over de verschillende percelen. Daarnaast moeten ook de lozingspunten en andere potentiële verontreinigngsbronnen die buiten de ondezoekslocatie gesitueerd zijn, maar verbonden zijn aan de exploitatie, onderzocht worden.

peilbuis

Er is al een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd?

De datum van het vorige decretaal oriënterend bodemonderzoek geldt als startpunt ter bepaling van de volgende periodieke plicht (+10 of 20 jaar).

De indieningstermijn is overschreden

In dit geval is het aangewezen om u zo spoedig mogelijk in regel te stellen. De OVAM treedt via het Milieuhandhavingsdecreet streng op tegenover exploitaten die in gebreke blijven. Het niet nakomen van de periodieke onderzoeksplicht is en milieu-inbreuk.

Breng ons dus zo snel mogelijk op de hoogte van de termijn voor het alsnog indienen van het bodemonderzoek en de door u gekozen bodemsaneringsdeskundige. Dit kan door uw gegevens te mailen naar bodem@ovam.be .

Uw risico-inrichting valt onder categorie O

Dan heeft u geen periodieke onderzoekplicht. U voert dan enkel een oriënterend bodemonderzoek uit bij overdracht van de grond of bij sluiting van de risico-inrichting.

Uw risico-inrichting valt ook onder categorie S

Dan is eveneens een oriënterend bodemonderzoek nodig om de nulsituatie vast te leggen voor de exploitatie van een GPBV-inrichting. Dit oriënterend bodemonderzoek moet worden ingediend vóór de milieuvergunningsaanvraag.

Hiervoor raadpleegt u steeds de recente VLAREM-indelingslijst, ongeacht de startdatum van de exploitatie!

Er is geen VLAREBO-categorie van toepassing

Als er geen VLAREBO-letter wordt vermeld bij de rubrieken van de indelingslijst, worden de activiteiten niet beschouwd als bodembedreigend en zijn er geen onderzoeksverplichtingen in het kader van het Bodemdecreet.