Periodieke onderzoeksplicht

Door de kwaliteit van de bodem regelmatig te controleren kan u ingrijpen voor een verontreiniging ernstig wordt. Daaraan komt u tegemoet met de periodieke onderzoeksplicht.

Preventie van bodemverontreiniging loont

Bodemverontreiniging kan de mens, het milieu en onze watervoorraden schaden. Bovendien lopen de kosten van bodemsanering soms hoog op. Hoe eerder een verontreiniging wordt ontdekt, hoe sneller men ze kan aanpakken om zo de kosten te beperken.

Oriënterend bodemonderzoek

Eén van de manieren om de bodemkwaliteit te onderzoeken is een oriënterend bodemonderzoek. Dit bodemonderzoek wordt volgens de bodemwetgeving uitgevoerd door de exploitant indien hij een risico-inrichting uitbaat.  Risico-inrichtingen zijn fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, machines, installaties, toestellen en handelingen die een verhoogd risico op bodemverontreiniging inhouden.  Afhankelijk van de soort risico-inrichting moet de bodemkwaliteit frequenter gecontroleerd worden.

Naast deze periodieke onderzoeksplicht, geldt er ook een onderzoeksplicht bij de sluiting of faillissement van de risico-inrichting of bij overdracht van de risicogrond

Ga na of u een periodiek bodemonderzoek moet uitvoeren

Bent u zelfstandige of exploitant van een bedrijf? Voert u activiteiten uit die de bodem kunnen vervuilen? Dan bent u wellicht verplicht om voor een bepaalde datum en vervolgens periodiek een oriënterend bodemonderzoek te laten uitvoeren. Dit heet de periodieke onderzoeksplicht.

Of en wanneer u dat moet doen is afhankelijk van de soort risico-inrichting die wordt uitgebaat en wanneer deze activiteiten zijn opgestart. U vindt dit terug via de VLAREM-rubrieken die van toepassing zijn in de milieuvergunning van uw bedrijf.

Op de milieuvergunning voor uw activiteiten of onderneming, wordt een omschrijving vermeld van activiteiten waarvoor de vergunning van toepassing is. De VLAREM-rubrieken van uw milieuvergunning vergelijkt u met de indelingslijst van de inrichtingen met een verhoogd risico op bodemverontreiniging. Wanneer een letter of VLAREBO-categorie vermeld wordt, geldt er een onderzoeksverplichting.

Afhankelijk of de activiteiten zijn opgestart vóór of na juni 2015 geldt een andere indelingslijst voor risico-inrichtingen:

  • Opstart risico-inrichting vóór 1 juni 2015 :

U bepaalt de VLAREBO-categorie van elke risico-inrichting van uw milieuvergunning door deze rubrieken te vergelijken met de activiteiten zoals bepaald in bijlage I van het VLAREBO

De inrichtingen met een verhoogd risico op bodemverontreiniging worden ingedeeld in categorieën met de letters O, A of B.

  • Opstart risico-inrichting vanaf 1 juni 2015:

U bepaalt de VLAREBO-categorie van elke risico-inrichting van uw milievergunning door deze te vergelijken met de activiteiten zoals bepaald in bijlage I van VLAREM II.

De inrichtingen met een verhoogd risico op bodemverontreiniging worden ingedeeld in categorieën met de letters O, A, A*, B, B*, al dan niet in combinatie met S.

Een periodiek bodemonderzoek is verplicht wanneer VLAREBO-categorie A of B van toepassing is

U bepaalt de strengste categorie die van toepassing is voor de onderzoekslocatie. (Hierbij is B/B* strenger dan A/A* en strenger dan O). Indien de risico-inrichtingen van een exploitatie tot verschillende VLAREBO-categorieën behoren, maar gelegen zijn binnen eenzelfde onderzoekslocatie, gelden de regels voor de categorie met de hoogste onderzoeksfrequentie.

boringLet op!  Het is mogelijk dat door uitbreiding van de activiteiten risico-inrichtingen worden geëxploiteerd met verschillende opstartdata voor en na 1 juni 2015. In dat geval bepaalt u eveneens de strengste categorie die geldt voor de risico-inrichtingen voor de onderzoekslocatie. In de praktijk betekent dit dus dat moet gecontroleerd worden of door nieuwe activiteiten of aanvullende vergunningen vanaf 1 juni 2015 een strengere VLAREBO-categorie van toepassing is geworden volgens de recente VLAREM-indelingslijst. Omgekeerd komen de onderzoeksverplichtingen van de bestaande vergunning vóór 1 juni 2015 niet zo maar te vervallen als de vergunning volledig hernieuwd wordt.

Hoe bepaalt u de termijn voor het indienen van de periodieke onderzoeksplicht?

Om na te gaan wanneer het eerste periodiek bodemonderzoek moet worden uitgevoerd, wordt gekeken naar de tijdsperiode waarin de risico-inrichting is opgestart. De geldende VLAREBO-categorie bepaalt vervolgens de periodieke onderzoeksffrequentie , om de 10 of 20 jaar.