Rechtstreekse vervoedering

Algemeen

Vele organische nevenstromen van de voedingsindustrie worden al eeuwenlang ingezet als veevoeding. Het gebruik als veevoeder is dan ook een zeer belangrijke recuperatievorm. Uiteraard dient deze vorm van recyclage steeds kwaliteitsvol te verlopen, om eventuele risico’s te voorkomen.

Bijproducten met bestemming diervoeder moeten voldoen aan de voorwaarden van de federale wetgeving betreffende de handel en het gebruik van stoffen, bestemd voor dierlijke voeding en alle andere relevante wetgeving.

Met het oog op diervoeding, kunnen we de organische nevenstromen van de voedingsindustrie in twee categorieën onderverdelen:

  1. nevenstromen die direct geschikt zijn om vervoederd te worden
  2. nevenstromen die geschikt gemaakt moeten worden

De eerste categorie, zoals draf en aardappelbijproducten, zijn bijproducten. De tweede categorie zijn afvalstoffen die het statuut grondstof (einde afval) krijgen, als ze geschikt gemaakt zijn en voldoen aan de voorwaarden voor vervoedering.

Het 'geschikt maken' is een afvalstoffenverwerking en tot op het moment dat de nevenstroom 'geschikt' is, valt deze stroom onder de afvalstoffenwetgeving. Het geschikt maken omvat handelingen als ontpakken en hygiëniseren. Op het moment dat zulke stromen geschikt zijn en bestemd om te worden vervoederd, zijn het geen afvalstoffen meer.

Rechtstreeks vervoederen van dierlijke bijproducten

Een aantal dierlijke bijproducten (DBP) mag u rechtstreeks gebruiken voor vervoedering:

  • Voor gezelschapsdieren kan categorie 3-materiaal afkomstig van slachthuizen en uitsnijderijen dienen voor de vervaardiging van rauwe voeders. Deze fractie categorie 3-materiaal wordt niet beschouwd als een afvalstof.
    Niet de OVAM maar het FAVV is bevoegd voor de opvolging van deze stroom.
    Als het rauwe voeder rechtstreeks afkomstig is uit een winkel en wordt verkocht aan de consument, is de Verordening Dierlijke Bijproducten niet van toepassing.
     
  • Voor dierentuindieren en roofvogels mag categorie 1-, 2- en 3-materiaal onder bijzondere omstandigheden worden gebruikt als voeder. Voor de opvolging van deze stroom is de FOD Volksgezondheid bevoegd, want deze DBP worden evenmin beschouwd als afvalstoffen.
     
  • Aan landbouwhuisdieren mag u onder bepaalde voorwaarden voormalige voedingsmiddelen (VVM) vervoederen. VVM zijn producten van dierlijke oorsprong of voedingsmiddelen die producten van dierlijke oorsprong bevatten andere dan keukenafval en etensresten, en die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn. Dat laatste om commerciële redenen of wegens productie- of verpakkingsproblemen, of andere problemen die geen risico voor de volksgezondheid of de diergezondheid inhouden. Afhankelijk van de herkomst en van de bewerkingen die tussentijds nog nodig zijn, worden deze VVM beschouwd als afvalstoffen dan wel als grondstoffen en is respectievelijk de OVAM of het FAVV bevoegd voor de opvolging van deze stroom.

In geen geval mogen keukenafval en etensresten rechtstreeks worden vervoederd.

 

 

Contact

Team Bio
secretariaatkbl@ovam.be
015 284 328