Richtlijnen moestuinonderzoek

  • 7 december 2017

Tuinieren in eigen moestuin of in een gemeenschappelijke tuin zit in de lift.
Steeds meer mensen ontdekken het plezier van het kweken van eigen groenten of het houden van kippen. Het is goedkoop, gezond en draagt bij aan een duurzame levensstijl. Wanneer de bodem van de moestuin of kippenren verontreinigd is, kunnen deze verontreinigende stoffen echter terechtkomen in de groenten of in de eieren. De campagne “Gezond uit eigen grond” geeft hierover advies.

Enkele richtlijnen voor de uitvoering van een bodemonderzoek:

Als erkend deskundige of laboratorium kan u hier op twee manieren mee geconfronteerd worden:

  1. bij het uitvoeren van de risico-evaluatie in een beschrijvend bodemonderzoek voor het scenario “wonen met moestuin”; en dit wanneer de blootstelling via de inname van gewassen en/of eieren aanleiding geeft tot het optreden van een humaan risico. Het kan dan aangewezen zijn om de risico-evaluatie verder te verfijnen met “gericht” onderzoek, bijvoorbeeld staalname van gewassen. Deze verfijning situeert zich bijgevolg meestal in een officieel bodemonderzoekstraject, uitgevoerd binnen het juridische kader van het Bodemdecreet.
  2. bij het uitvoeren van een “vrijwillig” bodemonderzoek in een particuliere moestuin of volkstuin, eventueel een kippenren: In de meeste gevallen beperkt een vrijwillig moestuinonderzoek zich tot een bodemstaalname. In een aantal gevallen kan het aangewezen zijn om een uitgebreider “gericht” onderzoek uit te voeren. Aangezien dit onderzoek meestal gebeurt op een niet-risicogrond, wordt het op vrijwillige basis uitgevoerd, buiten het juridische kader van het Bodemdecreet.

De OVAM stelde samen met het VITO een code van goede praktijk met ondersteunende richtlijnen op voor het uitvoeren van dit “gericht” onderzoek in de moestuin en/of kippenren. Deze handleiding kan op “vrijwillige” basis geraadpleegd en toegepast worden en vormt geen onderdeel van de standaardprocedure beschrijvend bodemonderzoek.

Wat komt er allemaal aan bod?

  • in welke gevallen een "gericht" onderzoek nuttig kan zijn;
  • hoe deze aanvullende onderzoeksverrichtingen (bv. gewasonderzoek, eieronderzoek) uit te voeren;
  • hoe de resultaten van deze extra werkzaamheden te interpreteren bij de risico-evaluatie;
  • hoe een conclusie te formuleren op basis van de extra onderzoekverrichtingen.

Tuinieren en het genieten van de eigen oogst is voor vele mensen een waardevolle activiteit. Vandaar het belang van zorgvuldigheid bij het uitvoeren, het interpreteren en het communiceren van de resultaten van een tuinbodemonderzoek en eventueel aanvullend “gericht” onderzoek. De OVAM wil daar samen met de deskundigen en de labs aan werken.