Slim actieplan na tankwagenbrand beperkt verspreiding van verontreiniging

  • 18 april 2017

Op vrijdag 26 februari 2016 vond bij afvalverwerkingsbedrijf Indaver nv in de Antwerpse haven een chemische reactie plaats in een tankwagen. De tankwagen bevatte afvalproduct uit een destillatieproces. Door de reactie stegen de temperatuur en de druk, waardoor de tankwagen openscheurde en er brand ontstond. Door de impact raakten ook andere tankwagens in de losplaats bij de brand betrokken. Verpakte afvalstoffen in een nabijgelegen kleine opslagplaats vatten ook vuur.

Tijdelijk onder water

Het interventieteam van Indaver en de externe hulpdiensten waren snel ter plaatse. Het gemeentelijk rampenplan werd afgekondigd. Rond 19 uur was de brand volledig geblust en kon het gemeentelijk rampenplan worden opgeheven.

Tijdens de bluswerken kwam een deel van het terrein tijdelijk onder water te staan. De zone waar de tankwagen stond, is grotendeels verhard. Op het moment van het incident waren op het terrein echter vernieuwingswerken aan de riolering in uitvoering. In de onmiddellijke omgeving bevonden zich daardoor opgevulde sleuven waarop nog geen nieuwe verharding was aangebracht.

Aangezien een deel van de inhoud van de tanks was vrijgekomen, startte Indaver een bodemonderzoek om na te gaan of er bodemverontreiniging was ontstaan rond de getroffen zone. Bij dit soort incidenten is het belangrijk om snel maatregelen te nemen om te vermijden dat de verontreiniging zich verspreidt. Daarvoor kunnen bedrijven de schadegevallenprocedure van de OVAM volgen. Die laat toe om binnen een tijdspanne van 180 dagen maatregelen te nemen die de verontreiniging volledig verwijderen. Lukt dat niet binnen die tijdspanne, dan moet er worden overgegaan tot een klassiek beschrijvend bodemonderzoek.

Grondwater verontreinigd

Het bodemonderzoek wees uit dat in het vaste deel van de aarde de bodemsaneringsnorm voor de onderzochte parameters niet werd overschreden. In het grondwater werden wel verhoogde waarden gevonden van stoffen gerelateerd aan de inhoud van de tankwagens. De grondwaterverontreiniging bleef voornamelijk beperkt tot de omgeving van de losplaats zelf. Om de verontreiniging terug te dringen, heeft Indaver de volgende maatregelen genomen binnen de schadegevallenprocedure:

  • Het aanvulmateriaal rond de net vernieuwde rioleringen werd ontgraven en vervangen door propere grond.
  • Tijdens die graafwerken werden uit voorzorg drie drains geïnstalleerd om grondwater te onttrekken.
  • De concentraties in het grondwater werden opgevolgd.
  • Op een aantal peilputten werd aan laag debiet grondwater onttrokken en via de waterzuiveringsinstallatie van Indaver verwerkt.

In de tijdspanne van de schadegevallenprocedure waren de concentraties in het grondwater niet voldoende gedaald. Op het einde van de periode werd nog steeds de bodemsaneringsnorm voor enkele stoffen overschreden. Er moet dus worden overgegaan tot een beschrijvend bodemonderzoek. Dat zal gelijktijdig worden uitgevoerd met civieltechnische werken die gepland zijn om de locatie weer volledig operationeel te krijgen.

Sterktes en zwaktes

De afwikkeling van het incident heeft de sterktes en zwaktes van de schadegevallenprocedure blootgelegd. Zo bleek dat niet alle verontreinigingen die na een schadegeval ontstaan binnen de procedure aangepakt kunnen worden. Aanwezige structuren en bedrijfsactiviteiten, onbekende omvang van de verontreiniging en de specifieke omstandigheden van het schadegeval verhinderden dat de verontreiniging binnen de 180 dagen afgehandeld kon worden. Het staat echter buiten kijf dat de maatregelen die onmiddellijk na het incident en gedurende de schadegevallenprocedure genomen werden, de verspreiding van de verontreiniging hebben beperkt.