Toeslagstoffen van gechloreerde solventen – Meetcampagne 1,4-dioxaan in Vlaanderen

Het is al lang bekend dat aan oplosmiddelen die industrieel worden gebruikt voor het ontvetten of het afwerken van metalen of textielreiniging, stabiliserende stoffen worden toegevoegd om hun werking te verbeteren. Vele van deze toeslagstoffen komen in zeer lage volumegehalten voor. 1,4-dioxaan werd echter aan 1,1,1-trichloorethaan (1,1,1-TCA) toegevoegd in volumefracties van 2 tot 8%. Bovendien is 1,4-dioxaan mobiel en goed oplosbaar in water, moeilijk biodegradeerbaar, en geklasseerd als mogelijk humaan carcinogeen door WHO en US EPA.

Daarom heeft de OVAM een verkennend onderzoek laten uitvoeren naar de aanwezigheid van 1,4-dioxaan op een 16-tal sites met een gekende 1,1,1,-TCA verontreiniging in het grondwater. pdf bestandMeetcampagne 14-dioxaan in Vlaanderen Eindrapport 7 sept 2017 (2.86 MB). Deze meetcampagne werd uitgevoerd door Witteveen + Bos en MAVA. Op 13 van de 16 sites werd 1,4-dioxaan teruggevonden in concentraties boven de toetsingswaarde in grondwater van 50 µg/l. Op verschillende sites werden concentraties boven de 1000 µg/l gemeten. Raadpleeg de toetsingswaarden.

Aan de hand van de meetgegevens werden volgende conclusies getrokken:
- de pluim van 1,4-dioxaan in het grondwater verspreidt zich op een grotere afstand van de bronzone dan de grondwaterpluim van de gechloreerde ethanen, als gevolg van de grotere mobiliteit en afwezigheid van natuurlijke afbraak;
- de pluim van 1,4-dioxaan verspreidt zich meer oppervlakkig in de aquifer dan de gechloreerde ethanen, onder meer door het lagere soortelijke gewicht.

De resultaten bevestigen de noodzaak om ook 1,4-dioxaan als verdachte stof te onderzoeken wanneer 1,1,1-TCA werd toegepast. Bij het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek op een site waar 1,1,1,-TCA werd gebruikt, dient 1,4-dioxaan als verdachte stof te worden beschouwd. Meer info is beschikbaar in de ‘Richtlijnen naar deskundigen’ van april 2017.