Veel gestelde vragen en antwoorden: Grondverzet op plaats van bestemming van de bodem

Ik wil een put graven, maar ik wil mijn terrein ophogen. Wat moet ik doen in het kader van het grondverzet?

De regelgeving van het grondverzet legt vooral bodemonderzoeken op aan de bron, dit is de plaats waar we bodem uitgraven. Op de plaats van aanvoer van bodem is het in het algemeen niet nodig de kwaliteit ervan opnieuw te onderzoeken, ongeacht de hoeveelheid die je aanvoert.

Enkel wanneer de aangevoerde bodem van mindere kwaliteit is, kan het soms noodzakelijk zijn om een studie van de ontvangende grond uit te voeren. Bodem van mindere kwaliteit mag u immers enkel gebruiken op een ontvangende grond die ook al van mindere kwaliteit is.  

Als u bodem aanvoert volgens de regeling, kunt u ervan op aan dat u de bodem op die plaats ook kunt gebruiken. Afhankelijk van de hoeveelheid en de plaats waar de uitgraving plaats vindt, zijn  er voor de aanvoer van de  uitgegraven bodem documenten van een erkende bodembeheerorganisatie, een erkende tussentijdse opslagplaats (enkel voor de bodem die daar verhandeld wordt) of een erkend grondreinigingscentrum nodig. In elk geval gebeurt het transport van de bodem met een grondverzettoelating en met transportdocumenten.  De aannemer die de werken uitvoert moet dus deze documenten kunnen voorleggen.  

Als de bodem dan uiteindelijk op een nieuwe plaats is gebruikt, zal een erkende bodembeheerorganisatie een bodembeheerrapport afleveren. Dit rapport bevestigt formeel dat de uitgegraven bodem op een correcte manier op is voor deze bestemming gebruikt is.  De bodembeheerorganisatie geeft dit document af aan de uitvoerder van de grondwerken.  Die moet op zijn beurt een kopie van het bodembeheerrapport aan de bouwheer op de plaats van bestemming afgeven.

In sommige gevallen is de uitgegraven bodem afkomstig van een uitgraving kleiner dan 250 m³ op een niet verdachte grond. Het technisch verslag en het bodembeheerrapport zijn dan niet verplicht. In dit geval zal u de kwaliteit van de uitgegraven bodem niet kennen. We veronderstellen dan dat die bodem niet verontreinigd is omdat hij van een niet verdachte grond afkomstig is.

Ook al is er in bepaalde gevallen geen technisch verslag en bodembeheerrapport verplicht, toch raadt de OVAM aan minstens 1 analyse op de aangevoerde bodem uit te voeren. Zo krijgt u een idee van de kwaliteit van de bodem, en kunt u voorkomen dat u een nieuwe bodemverontreiniging veroorzaakt.

De OVAM raadt u eveneens aan bij de opmaak van het bestek of de offerte de gewenste bodemkwaliteit vast te leggen. 

Waar moet ik op letten als ik bodem laat aanvoeren?

Is de uitgegraven bodem afkomstig van een uitgraving kleiner dan 250 m³ op een niet verdachte grond, dan zijn het technisch verslag en het bodembeheerrapport niet verplicht. Hierdoor is de kwaliteit van deze uitgegraven bodem niet gekend. Daarom raadt de OVAM aan bij de opmaak van het bestek of de offerte de gewenste bodemkwaliteit vast te leggen of minstens te stellen dat de aangevoerde bodem geen bodemverontreiniging mag veroorzaken.

Als de bodem afkomstig is van een ontgraving groter dan 250 m³ of van een verdachte grond, dan zal het transport steeds vergezeld zijn van documenten van een erkende organisatie. Eens de bodem ter plaatse is, zal deze erkende bodembeheerorganisatie een bodembeheerrapport afleveren.

Het bodembeheerrapport biedt aan de ontvanger van de uitgegraven bodem en aan de aannemer rechtszekerheid. Het bodembeheerrapport geeft de garantie dat de uitgegraven bodem juridisch en milieuhygiënisch een correcte toepassing vindt. Het bodembeheerrapport geeft dus de zekerheid dat de aangevoerde bodem op de juiste plaats van bestemming is terechtgekomen. Bovendien garandeert het bodembeheerrapport dat het transport van de uitgegraven bodem correct is verlopen.

Indien u een contract afsluit met een aannemer voor uitgegraven bodem te laten aanvoeren kuny u best in dit contract laten opnemen dat de aannemer voor de aanvoer van de grond in orde moet zijn met de wettelijke bepalingen.

Wanneer moet ik een studie ontvangende grond laten uitvoeren?

In bepaalde gevallen moet u als bouwheer, eigenaar of gebruiker op de plaats van bestemming een studie van de ontvangende grond laten uitvoeren. Enkel een erkende bodemsaneringsdeskundige kan zo'n studie uitvoeren. De studie moet aantonen dat de plaats van bestemming een minder goede bodemkwaliteit heeft dan de aangevoerde bodem. Bovendien mag bij het aanvaarden van de uitgegraven bodem geen bijkomend risico voor mens en milieu optreden.

Wanneer een studie van de ontvangende grond precies nodig is, is afhankelijk van de kwaliteit van de  aan te voeren bodem. In de praktijk komt het er op neer dat u een dergelijke studie enkel moet laten uitvoeren als de aangevoerde uitgegraven bodem met één of meerdere stoffen aangerijkt is en als de uitgegraven bodem een toepassing krijgt als bodem. Bij toepassingen van bodem in of als bouwstof is een studie in geen enkel geval nodig.

Het spreekt voor zich dat de studie van de ontvangende grond niet gratis is. Zo'n studie is dan ook enkel zinvol indien het vermoeden bestaat dat de bodem op de plaats van bestemming van een mindere kwaliteit is én de kosten van de studie opwegen tegen de baten van de - goedkopere - uitgegraven bodem van mindere kwaliteit. In de praktijk is dit enkel het geval bij grotere projecten.

Als bouwheer, eigenaar en/of gebruiker van de ontvangende grond kunt u best eerst te rade gaan bij uw architect, een bodemsaneringsdeskundige of een bodembeheerorganisatie vooraleer u de opdracht voor een dergelijke studie geeft.

In de studie van de ontvangende grond wordt dit duurzaam gebruik van de uitgegraven bodem aangetoond. Bij de evaluatie van het duurzaam gebruik van de uitgegraven bodem worden de volgende elementen in rekening gebracht:

  • het effect van de voorgestelde gebruik op de menselijke gezondheid en de veiligheid;
  • het effect van de voorgestelde gebruik op de onderliggende bodem;
  • de mate waarin het gebruik rekening houdt met relevante sociale en economische aandachtspunten en andere plaatsgebonden factoren;
  • de milieubaten;
  • de mate waarin het gebruik de doelstelling van de bodemsanering realiseert;
  • de kosten voor het voorgestelde gebruik.

Het spreekt voor zich dat er in voorzien moet worden dat de eigenaar van de ontvangende grond kan bepalen om al dan niet aangerijkte uitgegraven bodem te gebruiken.

Wie ontvangt de uitgegraven bodem?

De regeling geeft bescherming aan de 'ontvanger' van de uitgegraven bodem.  Op de ontvangende bodem mag geen bodemverontreiniging bijkomen.

Ontvangers van bodem zijn:

  • een particulier die een oprit aanlegt of zijn tuin ophoogt;
  • een waterlopenbeheerder die grote dijkwerken laat uitvoeren of oevers aanlegt;
  • een natuurbeheerder die heuvels herstelt of bermen aanlegt;
  • een landbouwer die zijn akkers ophoogt of grachten aanlegt;
  • een bedrijf dat de fabrieksterreinen nivelleert of ophoogt;
  • een uitbater van een vergunde groeve of graverij, met als doel de put op te vullen