Veel gestelde vragen over grondverzet: Normen en gebruiksmogelijkheden

Op welke manier kan ik uitgegraven bodem hergebruiken?

Uitgegraven bodem kan niet alleen gebruikt worden als bodem, maar ook als grondstof in bouwwerken of in producten. In dit laatste geval  is dan  sprake van het gebruik van bodem als bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product.

Wat moet ik verstaan onder bouwkundig bodemgebruik?

Uitgegraven bodem wordt gebruikt als grondstof in bouwwerken of in producten. Voorbeelden zijn het gebruik van zand als funderingszand en bij de aanmaak van beton, en het gebruik van klei en leem voor de aanmaak van keramische producten en bakstenen.

Wat verstaan we onder vrij gebruik van bodem als bodem?

Uitgegraven bodem die voldoet aan de waarde voor vrij gebruik (bijlage V van het VLAREBO), mag u overal vrij gebruiken, zowel binnen als buiten de kadastrale werkzone of in bouwkundige en vormvaste toepassingen.

Uitgegraven bodem die voldoet aan 80% van de bodemsaneringsnorm van het bestemmingstype, mag je binnen de kadastrale werkzone vrij gebruiken.

Kan ik uitgegraven bodem met concentraties aan verontreinigende stoffen hoger dan de waarden voor vrij gebruik (bijlagen V van het VLAREBO) nergens meer gebruiken?

Uitgegraven bodem die niet voldoet aan de waarde voor vrij gebruik (bijlage V van het VLAREBO), mag u nog gebruiken als bodem buiten de kadastrale werkzone gebruiken, op voorwaarde dat:

  • de concentraties van alle parameters in de ontvangende grond hoger zijn dan de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem;
  • de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem lager zijn dan 80 % van de bodemsaneringsnorm van de ontvangende grond;
  • de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem lager zijn dan de bodemsaneringsnorm voor een bestemmingstype III;
  • het gebruik van de uitgegraven bodem geen aanleiding kan geven tot bijkomende grondwaterverontreiniging.

Uitgegraven bodem die niet voldoet aan de waarde voor vrij gebruik (bijlage V van het VLAREBO), mag u nog gebruiken als bodem binnen de kadastrale werkzone gebruiken.  Als de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem lager zijn dan 80 % van de bodemsaneringsnorm voor het bestemmmingstype waar de grond gelegen is, mag je de uitgegraven bodem vrij gebruiken binnen de kadastrale werkzone. Als  de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem hoger zijn dan 80 % van de bodemsaneringsnorm voor het bestemmmingstype waar de grond gelegen is, mag je de uitgegraven bodem mag je de grond gebruiken volgens in code van goede praktijk als het gebruik geen bijkomend risico met zich mee brengt binnen de kadastrale werkzone;

Uitgegraven bodem die niet voldoet aan de waarde voor vrij gebruik (bijlage V van het VLAREBO), maar wel aan de waarden van bijlage VI en VII komt ook in aanmerking voor bouwkundig bodemgebruik of gebruik in een vormvast product.

Om aan te tonen dat deze voorwaarden vervuld zijn, is een studie van de ontvangende grond noodzakelijk.

Uitgegraven bodem die voldoet aan 80% van de bodemsaneringsnorm van het bestemmingstype, mag u binnen de kadastrale werkzone vrij gebruiken.

Uitgegraven bodem die niet voldoet aan 80% van de bodemsaneringsnorm van het bestemmingstype, mag u binnen de kadastrale werkzone gebruiken, op voorwaarde dat u werkt volgens de codes van goede praktijk voor het werken met uitgegraven bodem. In veel gevallen zal hiervoor een studie van de ontvangende grond noodzakelijk zijn.

Kan ik uitgegraven bodem gebruiken als funderingszand?

Ja.
Als de uitgegraven bodem milieuhygiënisch aan een aantal voorwaarden voldoet en de uitgegraven bodem is bouwtechnisch geschikt, dan is het gebruik van de bodem als funderingszand mogelijk.

In deze gevallen moet de uitgegraven voldoen aan de voorwaarden voor bouwkundig bodemgebruik.  

Uitgegraven bodem komt voor bouwkundig bodemgebruik in aanmerking op voorwaarde dat:

  • de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem lager zijn dan de waarden vermeld in bijlage VI;
  • de uitloog van de metalen bepaald met de éénstapschudtest is lager dan de waarden van bijlage VII van het VLAREBO.


Kan ik uitgegraven bodem gebruiken om bakstenen of betonblokken van te maken?

Ja.
Als de uitgegraven bodem milieuhygiënisch aan een aantal voorwaarden voldoet en de uitgegraven bodem is bouwtechnisch geschikt, dan is het gebruik van de bodem in bakstenen of in betonblokken toegestaan.
In deze gevallen moet de uitgegraven voldoen aan de voorwaarden voor bouwkundig bodemgebruik of gebruik in een vormvast product.
Uitgegraven bodem komt voor bouwkundig bodemgebruik in aanmerking op voorwaarde dat:

  • de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem lager zijn dan de waarden vermeld in bijlage VI;
  • de uitloog van de metalen bepaald met de éénstapschudtest is lager dan de waarden van bijlage VII van het VLAREBO.

Wanneer moet ik uitgegraven bodem laten reinigen?

Uitgegraven bodem die de bodemsaneringsnormen van bijlage IV voor bestemmingstype III (woongebied) overschrijdt moet vóór het gebruik als bodem worden gereinigd en dit volgens de beste beschikbare technieken.
Uitgegraven bodem die de waarden van bijlage VI overschrijdt moet vóór het bouwkundig bodemgebruik of het gebruik als vormvast product  worden gereinigd en dit volgens de beste beschikbare technieken.

Als ook bouwkundig bodemgebruik of gebruik in een vormvast product niet mogelijk is, moet op grond van de nieuwe regeling de uitgegraven bodem gereinigd worden en indien reiniging niet mogelijk is moet ze naar een vergunde stortplaats afgevoerd worden.

Er geldt een reinigingsverplichting voor alle uitgegraven bodem die de waarden van bijlage VI overschrijdt. Is de uitgegraven bodem niet reinigbaar, dan moet de bodem naar een stortplaats afgevoerd worden (artikel 168, §2, 3°).

Bevat de uitgegraven bodem te veel stenen en steenachtigen (meer dan 5 % op gewichtsbasis) en/of ander afval (meer dan 1,0% andere bodemvreemde materialen), dan moet je deze stenen en/of afval van de bodem (laten) scheiden.

Kan ik als particulier met een kleine hoeveelheid verontreinigde bodem naar een containerpark?

Neen.
Een containerpark mag enkel welbepaalde huishoudelijke afvalstoffen inzamelen. De lijst van huishoudelijke afvalstoffen is opgenomen in artikel 5.2.2.1 van het VLAREM. Verontreinigde bodem is niet opgenomen in deze lijst.

Voor het verwijderen van deze verontreinigde bodem, kunt u een beroep doen op een erkende ophaler. Op de OVAM website vindt u bij ophalers-verwerkers lijsten met ophalers gevaarlijk afval en lijsten met vergunde inrichtingen met als hoofdactiviteit grondreiniging.

Sommige containerparken aanvaarden, samen met het bouw- en sloopafval of samen met het groenafval, wel beperkte hoeveelheden (niet verontreinigde) aarde of teelaarde. Andere containerparken aanvaarden helemaal geen aarde of teelaarde. Het is de gemeente die het reglement opmaakt over de organisatie van het containerpark en over de aanvaardingsvoorwaarden van de stoffen op het containerpark. U zult dus zelf moeten nagaan of uw containerpark al dan niet uitgegraven bodem aanvaardt.

Wanneer moet uitgegraven bodem naar de stortplaats?

Verontreinigde uitgegraven bodem die niet reinigbaar is, en waar we geen nuttige bestemming voor vinden, moet naar de stortplaats. Voor het storten van verontreinigde bodem moet u uiteraard de stortkosten betalen.  Indien u echter volgens de procedure niet-reinigbaarheid kan aantonen dat de uitgegraven bodem niet reinigbaar is, moet u geen bijkomende milieuheffing betalen.

Mag ik uitgegraven bodem gebruiken om een put of groeve op te vullen?

Ja.
De uitgegraven bodem die gebruikt wordt voor de opvulling van een vergunde groeve of graverij moet aan de voorwaarden voldoen die zijn opgenomen in de milieuvergunning. Conform die bepalingen kan, behalve voor de bovenste laag van 120 cm, in de milieuvergunning van de waarden voor vrij gebruik van uitgegraven bodem voor groeven, graverijen, uitgravingen of andere putten, ingedeeld in bestemmingstype I, II en III, afgeweken worden tot maximaal 80 % van de overeenstemmende bodemsaneringsnormen van het overeenkomstige bestemmingstype. Voor groeven, graverijen, uitgravingen of andere putten, ingedeeld in bestemmingstype IV en V, kan dit tot maximaal de waarden van bijlage IV (bodemsaneringsnormen) die gelden voor het vaste deel van de aarde in bestemmingstype III. Door middel van een studie, uitgevoerd door een bodemsaneringsdeskundige volgens een code van goede praktijk, moet het bewijs worden geleverd dat het gebruik van de uitgegraven bodem als bodem geen verontreiniging van het grondwater kan veroorzaken en dat mogelijke blootstelling aan de verontreinigde stoffen geen extra risico oplevert. Hierbij wordt rekening gehouden met de studies waarbij op basis van de hydrogeologische gegevens en de oplosbaarheidkarakteristieken van de verschillende stoffen kan worden nagegaan in hoeverre uitloging kan optreden uit de uitgegraven bodem die in de groeve gebruikt wordt. Per individuele groeve, graverij, uitgraving of andere put en per individuele stof bepaalt een studie in functie van de uitloogbaarheid, een maximale waarde van aanrijking waaraan de aangevoerde grond moet voldoen. Het bodembeheerrapport moet erover waken dat de aangevoerde uitgegraven bodem voldoet aan de opgelegde voorwaarden uit de studie.

De uitgegraven bodem bevat meer dan 5% stenen of stenen die groter zijn dan 5 cm. Wat moet ik doen en wat legt de regelgeving op?

Eerst moet u nagaan of de stenen van nature in de bodem voorkomen.   Voor stenen die van natuurlijke oorsprong zijn, legt de regelgeving geen beperkingen op.

Voor stenen die niet van nature in de bodem aanwezig zijn (vb. gebroken bakstenen), moet u nagaan waar u de bodem met de stenen zal gebruiken.

Gebruikt u de bodem met de stenen als bodem binnen de kadastrale werkzone of een zone voor gebruik ter plaatse , dan legt de regeling geen beperkingen op de hoeveelheid stenen of steenachtige materialen op.  Als de bodem echter meer dan 25% stenen bevat, beschouwt de OVAM dit niet meer als bodem maar wel als een gemengde afvalsof.  Hieruit volgt dat uitgegraven bodem met meer dan 25 % stenen eerst gezeefd moet.  

Voert u de uitgegraven bodem af en gebruikt u de bodem met de stenen als bodem buiten de kadastrale werkzone als bodem, dan moet u in ieder geval alle stenen groter dan 5 cm er uitzeven. Bijkomend moet u ook andere stenen er uitzeven totdat de bodem minder dan 5 gewichtsprocent stenen bevat.

Wordt de uitgegraven bodem in een bouwkundige toepassing gebruik kan legt de regeling geen beperkingen op de hoeveelheid stenen of steenachtige materialen op.  Als de bodem echter meer dan 25% stenen bevat, beschouwt de OVAM dit niet meer als bodem maar wel als een gemengde afvalsof.  Hieruit volgt dat uitgegraven bodem met meer dan 25 % stenen eerst gezeefd moet.  

In de regeling  bepaalt artikel 162 van het VLAREBO dat uitgegraven bodem slechts als bodem gebruikt kan worden onder de volgende cumulatieve voorwaarden:

  • het gehalte aan stenen is lager dan 5 massaprocent;
  • de stenen zijn kleiner dan 50 millimeter;
  • het gehalte aan bodemvreemde materialen is lager dan één massa- en volumeprocent.
  • enkel voor de opvulling van bvergunde groes en graverijen kan hiervan afgeweken worden.  Voor de opvulling in de diepte mogen 1% grotere stenen, tot 20cm, aanwezig zijn.

Uiteraard moet de bodem ook aan de andere voorwaarden voor gebruik voldoen.

De uitgegraven bodem bevat meer dan 1% bodemvreemde materialen. Wat moet ik doen en wat legt de regelgeving op?

Bodemvreemde materialen, andere dan stenen, zijn bijvoorbeeld: glas, plastic, metaal, papier, houten planken, ...

In alle gevallen, behalve bij het gebruik ter plaatse moet je het bodemvreemd materiaal uitzeven totdat de bodem minder dan 1 gewichts- en volumeprocent bodemvreemde materialen bevat.

Uiteraard moet de bodem eveneens aan de andere voorwaarden voor gebruik voldoen.

Wat moet ik verstaan onder bouwkundig bodemgebruik?

Uitgegraven bodem kan gebruikt worden als grondstof in bouwwerken of in producten. In dat geval is in de nieuwe grondverzetregeling sprake van het gebruik van bodem als bouwkundig bodemgebruik of vormvast product. Bijvoorbeeld het gebruik van zand als funderingszand en bij de aanmaak van beton, en het gebruik van klei en leem voor de aanmaak van keramische producten en bakstenen.

De uitgegraven bodem moet concentratie bevatten die lager zijn dan de opgenomen in bijlage VI en VII van de VLAREBO.  Belangrijk is dat de uitloogbaarheid van de uitgegraven bodem gemeten wordt met een éénstapsschudtest en niet meer met de kolomproef.

De uitloogbaarheid van de bodem voldoet niet aan bijlage VII?

Een uitzonderingsbepaling laat in dit dus toe dat stalen die niet voldoen aan de voorwaarde van uitloogbaarheid gemeten met de éénstapsschudtest, maar wel voldoen aan voorwaarde van uitloogbaarheid gemeten met de kolomproef alsnog voor bouwkundig bodemgebruik in aanmerking genomen kunnen worden. De bepaling van de uitloogbaarheid van zware metalen en metalloïden voor gebruik van afvalstoffen in of als bouwstof gebeurt conform VLAREA met de kolomproef en de uitloogbaarheid moet voldoen aan de voorwaarden van de VLAREA. Om deze bodem te gebruiken moet men bijkomend toestemming vragen aan de OVAM.

Het tweede uitzonderingsgeval betreft de situatie waarbij de uitgegraven bodem onder een waterondoorlatende afscherming gebruikt wordt en boven de grondwatertafel.  In die gevallen kan de bodem immers nooit uitlogen. Het gebruik van uitgegraven bodem die niet voldoet aan de waarden van bijlage VII kan alsnog in overweging genomen worden indien in het technische verslag wordt aangetoond dat de uitgegraven bodem op duurzame wijze wordt gebruikt. Bij de evaluatie van het duurzaam gebruik van de uitgegraven bodem worden de volgende elementen in rekening gebracht:

  • het effect van de voorgestelde gebruik op de menselijke gezondheid en de veiligheid;
  • het effect van de voorgestelde gebruik op de onderliggende bodem;
  • de mate waarin het gebruik rekening houdt met relevante sociale en economische aandachtspunten en andere plaatsgebonden factoren;
  • de milieubaten;
  • de mate waarin het gebruik de doelstelling van de bodemsanering realiseert;
  • de mate waarin bij de uitvoering van deze techniek onbedoelde schade kan optreden;
  • de kosten voor het voorgestelde gebruik.



Wanneer spreekt men van bouwkundig bodemgebruik en gebruik in een vormvast product?

In de grondverzetregeling wordt bepaald dat de Vlaamse minister bevoegd voor leefmilieu een lijst opstelt van niet-vormvaste en vormvaste toepassingen voor het gebruik van uitgegraven bodem voor bouwkundig bodemgebruik (artikel 171). In deze lijsten is éénduidig omschreven welke toepassingen en producten in aanmerking komen, zodat duidelijkheid en rechtszekerheid gecreëerd wordt.

Bij de afweging of uitgegraven bodem in aanmerking kan komen voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product, moet worden rekening gehouden met het geheel van constructieonderdelen die zowel milieuhygiënisch als bouwtechnisch de duurzaamheid van de constructie bepalen. Hiertoe behoren alle wezenlijke en noodzakelijke bestanddelen van de constructie zelf die gerealiseerd wordt, en ook alle onderdelen die bijdragen tot de realisatie en de bescherming van infrastructuuronderdelen tijdens en na de opbouw van de constructie. Voorbeelden van niet-vormvaste toepassingen zijn onder meer dijken, geluidswallen en wegfunderingen. Voorbeelden van vormvaste producten zijn onder meer keramische producten, bakstenen, betonelementen, aardewerk en vaste funderingen.