Vlaamse wetgeving

Materialendecreet en VLAREMA

Op 1 juni 2012 is het Materialendecreet in werking getreden. De wettekst gaat uit van een integrale kijk op de materiaalketen die onontbeerlijk is om een blijvende oplossing te vinden voor het afvalvraagstuk. Ze verankert het duurzaam materialenbeheer in Vlaanderen. Het decreet implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen. Het afvalstoffendecreet uit 1981 komt volledig te vervallen.

Parallel aan het decreet, is er een nieuw uitvoeringsbesluit dat het VLAREA volledig vervangt. Het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, het VLAREMA, bevat meer gedetailleerde voorschriften over (bijzondere) afvalstoffen, grondstoffen, selectieve inzameling, vervoer, de registerplicht en de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Het Materialendecreet en het VLAREMA zijn gelijktijdig inwerking getreden op 1 juni 2012, mits enkele uitzonderingen of overgansgbepalingen.

Meer weten over het Materialendecreet.

Bodemdecreet en VLAREBO

Op 27 oktober 2006 zag een nieuw wettelijk kader voor bodemsanering en bodembescherming in het Vlaamse gewest het licht: het Bodemdecreet. Daarbij kwam in december 2007 het vernieuwde uitvoeringsbesluit, het VLAREBO, het Vlaams Reglement rond bodemsanering en bodembescherming. Samen vervangen ze, sinds 1 juni 2008, de vroegere regelgeving, het 'Bodemsaneringsdecreet', en bouwen ze verder op dezelfde krachtlijnen. Alleen het deel over bodembescherming is nieuw.

Het Bodemdecreet bestaat uit twee belangrijke onderdelen. Het curatieve deel gaat over bodemsanering, en bouwt verder op de principes van de vorige regelingen. Het preventieve deel over bodembescherming vormt veeleer een kader met instrumenten voor een goed beschermingsbeleid.

Na evaluatie zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd die op 1 januari 2015 van kracht gaan.

Op 1 maart 2013 keurde de Vlaamse Regering het VLAREL bis goed.  Dat wijzigingsbesluit betreffende de erkenningen voor het leefmilieu integreert een aantal bestaande OVAM-erkenningen in het VLAREL.

De erkenningsprocedure voor de analyse van afvalstoffen en bodem in uitvoering van het Vlarema wordt opgeheven. De aanvragen en de behandeling gebeuren volgens de uniforme procedure in het VLAREL. Ook de inhoud van de analysepakketten vastgesteld bij ministerieel besluit wordt opgeheven.

VLAREL

Erkenning voor monstername

De nieuwe indeling van de parameterpakketten is aangepast. Zo worden ze beter afgestemd op de specifieke activiteiten van laboratoria. De nieuwe parameterpakketten houden ook rekening met de mogelijkheid tot efficiëntiewinst bij de organisatie van ringtesten. De erkenningsprocedure voor laboratoria wordt bovendien uitgebreid met de analyse van asbest. De bodem- en grondwateranalyses zijn opgesplitst waardoor een erkenning voor enkel bodemanalyses of enkel grondwateranalyses voortaan mogelijk is.

Maar de opvallendste wijziging is ongetwijfeld de uitbreiding van de erkenning voor de monstername van afvalstoffen en andere materialen. Die erkenning is cruciaal in de ketenzorg van staal tot analyserapport. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt immers in eerste instantie bepaald door de representatieve staalname. Dat vereist echter een gestandaardiseerde en kwaliteitsvolle uitvoering.

Aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen

Voor de bodemsaneringsdeskundigen werden de erkenningsvoorwaarden grotendeels overgenomen uit het Vlarebo. Waar mogelijk werden voorwaarden vereenvoudigd en geschrapt. Een belangrijke wijziging is de vervanging van de erkenningsvoorwaarde rond de grondige kennis door de vereiste dat de bodemsaneringsdeskundige iemand in dienst moet hebben die een getuigschrift van ‘aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen’ heeft. Dat getuigschrift wordt afgeleverd door een erkend opleidingscentrum, nadat men een opleiding heeft gevolgd en geslaagd is voor het examen. Wie dat certificaat heeft, krijgt op aanvraag een individuele handtekeningsbevoegdheid van de OVAM.

Om de kwaliteit te verzekeren moeten de onderzoeken en projecten worden ondertekend door een persoon die beschikt over zo’n individuele handtekeningsbevoegdheid. Er is wel een tijdelijke overgangsregeling voor personen die voldoen aan een aantal vereisten. Als herhaaldelijke of ernstige fouten worden vastgesteld, kan de OVAM aan de ondertekenaar de verplichting opleggen om deel te nemen aan een examen ‘aanvullende vorming voor bodemsaneringsdeskundigen’. Als de betrokkene niet slaagt voor dat examen of binnen de vooropgestelde termijn niet deelneemt, vervalt zijn handtekeningsbevoegdheid.

De gebruikseisen voor de bodemsaneringsdeskundigen blijven in grote lijnen dezelfde. Wel wordt een permanente vorming voor de bodemsaneringsdeskundige ingevoerd. Omdat onderzoeksmethodes regelmatig evolueren, is het essentieel dat de bodemsaneringsdeskundige bijblijft met nieuwe ontwikkelingen.