Voorbeelden van toepassingen van het Vlaams input-output model

De onderstaande voorbeelden behandelen verschillende thema’s met de resultaten van berekeningen met het Vlaamse Input-Output model (2007) in combinatie met de milieu-extensietabellen en met de socio-economische gegevens.  Ze zijn ontwikkeld door VITO in opdracht van OVAM.

Metaalertsen in het productieproces voor Vlaamse consumptie

Metaalontginning in functie van Vlaamse consumptie

De ontginning van metaalertsen in kton die gebruikt zijn in het productieproces voor Vlaamse finale consumptie.

De ontginning is opgesplitst tussen Europa, enkele niet Europese landen en één 'rest van de wereld'. Om  één Vlaming te voorzien van goederen en diensten was er 1580 kg metaalerts nodig in 2007. 12% hiervan komt rechtstreeks uit Europa. Vlaanderen is vooral afhankelijk van de rest van de wereld (31,6%), de Verenigde Staten (10,4%) en Brazilië (10,3%).

Vlaamse consumptie genereert toegevoegde waarde

Waar genereert de Vlaamse finale consumptie toegevoegde waarde?De toegevoegde waarde  die wereldwijd gegenereerd wordt in de productieketens voor Vlaamse finale consumptie.

De Vlamingen spendeerden in 2007, 178.382 miljoen euro aan goederen en diensten. Deze kunnen in Vlaanderen of in het buitenland gekocht zijn. De figuur geeft weer waar ter wereld deze bestedingen toegevoegde waarde oplevert. De figuur houdt enkel rekening met de finale vraag naar eindproducten. D.w.z. de som van de vraag naar producten en diensten van huishoudens, overheden, instelling zonder winstoogmerk, investeringen (door huishoudens, overheden en bedrijven) en verandering in voorraden van bedrijven in een regio/land. De intermediaire consumptie door bedrijven zit dus niet in de som van finale vraag.

Nederland, Duitsland en de rest van de wereld genereren, na Vlaanderen, de meeste toegevoegde waarde op de eindproducten die gebruikt worden in Vlaanderen.

Bijvoorbeeld: een Vlaming koopt een auto bij een lokale Vlaamse autohandelaar.
Wie verdient hier geld aan?

Dit drukken we uit in toegevoegde waarde. De aankoop van die ene auto genereert in Vlaanderen toegevoegde waarde bij de lokale autohandelaar en waarschijnlijk ook bij een transportfirma (die de auto van de haven naar de lokale autohandelaar bracht). Daarnaast is er nog toegevoegde waarde bij groothandelaars en internationale transportfirma's die deze auto naar Vlaanderen exporteerden (waar deze toegevoegde waarde creëert is afhankelijk van waar deze gevestigd zijn). Ook is er nog toevoegde waarde bij de assemblage van deze auto, haar onderdelen, etc. Als dit om verschillende bedrijven/vestigingen gaat, dan zal ook op verschillende plaatsen toegevoegde waarde gecreëerd worden. Zo zijn er dus vele landen die toegevoegde waarde konden creëren doordat er in Vlaanderen 1 auto werd gekocht. Let op: de som van al deze toegevoegde waarde is gelijk aan de prijs van die ene auto.

Waar wordt de Vlaamse toegevoegde waarde gecreëerd?

Welke landen financieren de toegevoegde waar voor Vlaamse bedrijven?

De wereldwijde finale vraag waardoor Vlaanderen toegevoegde waarde genereert tijdens de productie van producten. 

De totale Vlaamse toegevoegde waarde is gelijk aan 178.382  Miljoen euro. Dit is gelijk aan de totale Vlaamse consumptie (inkomsten = uitgaven).

Bijvoorbeeld: een Duitser koopt een Volkswagen in Duitsland.

Stel dat deze auto in Vlaanderen geassembleerd is, dan heeft deze Vlaamse vestiging geld verdiend (en dus ook Vlaanderen) door een buitenlandse finale vraag. Het bedrag weergegeven op de kaart in Duitsland is dan enkel het deel dat Vlaanderen hierop verdient en niet de totale Duitse finale vraag.

Werkgelegenheid door Vlaamse consumptie

Waar ter wereld genereert de Vlaamse consumptie werkgelegenheid?De wereldwijde werkgelegenheid die ontstaat in wereldwijde productieketens gekoppeld aan Vlaamse finale consumptie.

Eén Vlaming die in 2007 een volledig jaar lang consumeerde, stelde daarmee 0,63 VTE (Voltijdse Eenheden) tewerk in de wereld (3.922.452 VTE’s). De meeste tewerkstelling door Vlaamse consumptie vindt plaats in Vlaanderen zelf (1.506.000 VTE), maar voor een groot deel ook in China (538.140 VTE), India (361.763 VTE) en de rest van de wereld (323.144 VTE). De rest van België (Brussel en Wallonië) hebben maar een klein aandeel in de tewerkstelling die nodig is om de Vlaamse consumptie te onderhouden.