Wetgeving dierlijke bijproducten

Omwille van de vele ernstige crisissen in de voedings- en voedersector, verschoof begin 2000 het accent van de Europese regelgeving van 'dierlijk afval' naar 'dierlijke bijproducten', niet alleen op het vlak van volksgezondheid maar ook in de afvalstoffenregelgeving.

Verordeningen 1069/2009 en 142/2011

Gezien de sector dierlijke bijproducten erg breed is en het gebruik van dierlijke bijproducten zeer divers, waren er aan de oorspronkelijke Verordening (EG) 1774/2002 al snel aanpassingen nodig. Alle wijzigingen en uitbreidingen werden verwerkt in twee nieuwe verordeningen. De structuur werd ook aangepast. Aan de basisprincipes wordt niet meer getornd, maar de technische specificaties kunnen snel aangepast worden via de comitologieprocedure.

De oorspronkelijke Verordening (EG) 1774/2002 werd aldus op 4 maart 2011 ingetrokken en vervangen door:

  • Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002
     

  • Verordening (EU) Nr. 142/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die Richtlijn

Verordening (EG) nr. 1069/2009 legt de algemene principes vast betreffende dierlijke bijproducten.
Verordening (EU) Nr. 142/2011 bepaalt de technische vereisten waaraan moet worden voldaan.
De geconsolideerde versie van deze Europese wetgeving is te vinden door op de website EUR-Lex de velden 'Jaar' en 'Nummer' in te vullen, dan de soort van het te zoeken document op te geven, op '>' te klikken en vervolgens op de link na 'Laatste geconsolideerde versie'. De geconsolideerde versies zijn in alle talen te raadplegen in pdt- of html-formaat.

Besluit Dierlijke Bijproducten

Dierlijke bijproducten vormen een zeer breed begrip, dat zowel materialen als afvalstoffen bevat en zowel dierlijk afval als voedingsafval en mest - kortom alle producten van dierlijke oorsprong die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn.

In het Vlaamse Gewest bestond reeds een specifieke regelgeving voor dierlijk afval. Voor de andere organische afvalstoffen was VLAREA-VLAREMA van toepassing. Steeds meer vervaagde echter de scheiding tussen 'dierlijk afval' en 'andere organisch-biologische afvalstoffen op basis van dierlijke bijproducten'.

Ook de implementatie van de Europese regelgeving, verspreid over diverse Vlaamse wetgeving, zorgde voor verwarring. Bovendien zijn de bevoegdheden voor dierlijke bijproducten nog eens verspreid over verschillende federale en gewestelijke overheidsinstanties, afhankelijk van de herkomst en het gebruik ervan.

Op 16 augustus 2013 trad het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten in werking - zie BDBP

Dit besluit heeft tot doel specifieke Vlaamse wetgeving over dierlijke bijproducten samen te voegen. Voorschriften die reeds van toepassing zijn in andere wetgeving werden niet herhaald. Bovendien werden procedurele aspecten en terminologie zoveel mogelijk afgestemd op de recent vernieuwde afvalstoffen- en materialenwetgeving, met name het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).

Dit besluit beschrijft eveneens de regeling omtrent de financiering van de ophaling en verwerking van krengen van landbouwhuisdieren.

Kaderrichtlijn - bijproducten

Met de kaderrichtlijn afval (2009/98/EG) werd het begrip bijproduct in de wetgeving verankerd. In 2012 werd de kaderrichtlijn omgezet in het nieuwe materialendecreet. Artikel 37 van het materialendecreet definieert bijproducten als volgt: stoffen of voorwerpen die het resultaat zijn van een productieproces dat niet in de eerste plaats op het vervaardigen van die stoffen gericht is, en die voldoen aan volgende voorwaarden:

  • het is zeker dat de stof of het voorwerp zal worden gebruikt;
  • de stof of het voorwerp kan rechtstreeks worden gebruikt zonder verdere andere behandeling dan die welke bij de normale productie gangbaar is;
  • de stof of het voorwerp wordt geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces;
  • verder gebruik is rechtmatig, m.a.w. de stof of het voorwerp voldoet aan alle voorschriften voor producten, milieu en gezondheidsbescherming voor het specifieke gebruik en zal niet leiden tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid.

Bijproducten zijn producten en dus geen afval.