Zomergem - Nevele Schipdonk

Inleiding

In het verleden werd het algemeen aanvaard dat de baggerspecie die vrijkwam bij het baggeren van waterlopen zonder enige beschermingsmaatregelen of controle werd achtergelaten op akkers en lagergelegen gebieden. Baggerspecie was immers vruchtbaar materiaal en er werd niet stilgestaan bij het feit dat deze mogelijk verontreinigd was door lozingen in de waterloop. Op deze manier zijn in het verleden verspreid over heel Vlaanderen tientallen verdoken stortplaatsen ontstaan.

Om deze stortplaatsen in kaart te brengen, voerde het voormalig Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer (nu INBO), in samenwerking met de Universiteit Gent en in opdracht van de voormalige Administratie voor Waterwegen en Zeekanaal (nu W&Z NV) een studie uit naar oude baggerstorten langs de Leie en de Schelde. Deze studie bestond uit een inventarisatie van dergelijke stortplaatsen en onderzoek naar de gevolgen van mogelijke verontreiniging. In de studie werd vastgesteld dat op de meeste van deze gronden een verhoogde concentratie aan zware metalen aanwezig is. Verder onderzoek naar de effecten voor de volksgezondheid of het leefmilieu en naar mogelijke maatregelen om deze te verhinderen is dan ook zeer zinvol.

Naar aanleiding van deze bevindingen hebben de OVAM, W&Z NV en INBO op vraag van de toenmalige minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur een methodiek vastgelegd voor de aanpak van de problematiek met oude baggerstortplaatsen in Vlaanderen. Eén van de concrete acties die daaruit volgde, was de opdeling van de oude baggerstortplaatsen in clusters en de uitvoering van een bodemonderzoek in functie van de prioriteit per cluster.

De OVAM en W&Z NV hebben het initiatief genomen om een proefproject te starten. Dit proefproject moet dienen om de opgestelde methodiek voor de aanpak van oude baggerstortplaatsen in de praktijk te toetsen.

Waar is de site voor het proefproject juist gelegen?

Als locatie werd gekozen voor enkele baggerstortplaatsen gelegen in de onmiddellijke omgeving van de kruising van het kanaal Gent-Brugge met het afleidingskanaal van de Leie (Schipdonk). De cluster werd vastgelegd als site ‘Schipdonk’ en bestaat uit 11 baggerstortplaatsen met in totaal 46 percelen. De percelen worden hoofdzakelijk gebruikt voor akkerbouw en als weiland.

In het sitebesluit vindt u een lijst van de betrokken percelen.

Hoe pakken de OVAM en W&Z NV deze site aan?

Om het siteonderzoek juridisch mogelijk te maken werden alle betrokken kadastrale percelen in een sitebesluit overeenkomstig artikel 140 van het Bodemdecreet  opgenomen in een site.
Dit besluit werd op 24 juli 2009 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit sitebesluit laat toe om alle aparte percelen te benaderen als één entiteit zodat een globaal bodemonderzoek mogelijk wordt. Zonder dit besluit zou elk perceel afzonderlijk onderzocht moeten worden en dit is uiteraard minder efficiënt en een stuk duurder.

Het siteonderzoek is een oriënterend en een beschrijvend bodemonderzoek in één fase. Het brengt de verontreiniging volledig in kaart en verschaft duidelijkheid over de eventuele risico’s die ermee gepaard kunnen gaan.

De kosten voor het onderzoek werden gedragen door de OVAM en W&Z NV. Ze hebben hiertoe op 23 mei 2008 een samenwerkingsovereenkomst gesloten.

Wat indien een eigenaar zijn grond wenst te verkopen?

De overdracht van de percelen kan plaatsvinden, tenzij op het terrein nog andere activiteiten/inrichtingen uitgevoerd werden die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken. In dat geval moet de overdrager zelf nog een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren voor deze risico-activiteiten.

Wat is de tijdsplanning?

Tijdens de uitvoering van het onderzoek werden op elke baggerstortplaats verspreid over de volledige locatie boringen uitgevoerd en peilbuizen voor grondwaterstaalname geplaatst. De toplaag werd grondig onderzocht. Er werden analyses van de grond en het grondwater uitgevoerd voor meerdere parameters.

Voor enkele stortplaatsen werd verontreiniging met zware metalen, PAK, minerale olie of cyaniden vastgesteld. Op deze locaties werd verder bodemonderzoek uitgevoerd om de verontreiniging (en de contouren van de baggerstortplaats) in kaart te brengen. Daarnaast werd een uitgebreide risico-evaluatie uitgevoerd waarbij zowel de humaan-toxicologisch, de ecologische als de verspreidingsrisico's werden nagegaan. Ook werden stalen genomen van het gras of van de maïs in de weilanden of akkers.

De risico-evaluatie besluit dat er geen sprake is van een risico voor de mens of het milieu. De betrokken percelen moeten dan ook niet gesaneerd worden.

Wie is wie?

- projectverantwoordelijke OVAM: Liesbeth Havet
- projectverantwoorlijke W&Z NV: Vera De Vlieger

 

 

Contact

Voor meer info kunt u de OVAM contacteren, met vermelding van het dossiernummer 34291 :
OVAM - Infolijn bodem
015 284 458 of 015 284 459
complexeverontreinigingen@ovam.be