Wetgeving gebruikte frituurvetten en -oliën

Transport van gebruikte frituurvetten & -oliën

Sinds op 16 augustus 2013 het Besluit Dierlijke Bijproducten (BDBP) van kracht werd, worden gebruikte frituurvetten en –oliën beschouwd als dierlijke bijproducten.

De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die gebruikte frituurvetten of -oliën (GFVO) inzamelt, of die handelt of makelt in GFVO die vanuit of binnen het Vlaams Gewest worden getransporteerd, moet beschikken over een registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of –makelaar van dierlijke bijproducten voor categorie 3-materiaal (IHM), conform dit besluit.

Vervoerders moeten steeds ook beschikken over een registratie als vervoerder van dierlijke bijproducten ook als een IHM zelf optreedt als vervoerder.

Elk transport van GFVO moet vergezeld zijn van het Europees handelsdocument conform Verordening (EG) 1069/2009.

BDBP
Handelsdocument cf V 1069 2009 voor het vervoer binnen de EU van niet voor menselijke consumptie bestemde DBP

Opslag en hantering GFVO

Overeenkomstig VLAREM I, dient elk bedrijfsterrein waar GFVO worden opgeslagen, overgeslagen of behandeld, over een milieuvergunning beschikken. Vermits GFVO afvalstoffen zijn, moet de inrichting vergund zijn onder de afvalstoffenrubriek.

Voor de opslag en/of hantering van dierlijke bijproducten is een erkenning vereist, conform artikel 24, h) of i) van V1069/2009.

Zie ook:
Erkenningen dierlijke bijproducten
GFVO